Print alles

Inhoud opleiding

Op de website van de huisartsopleiding staan onder 'inhoud opleiding':

  • Het opleidingsplan, inclusief overzicht van onderwijs
  • De visie van de huisartsopleiding
  • Eindtermen huisartsopleiding
  • De competentieprofielen van de huisarts, de opleider en de docent



[ 07 11]

UZI-pas

Dit hoofdstuk is verplaatst naar het handboek opleiding op de onderwijsbank

Besluit Huisartsgeneeskunde CHVG (2009)

In het besluit Huisartsgeneeskunde (15 juli 2009), zijn de opleidings-, erkenning- en (her)registratie-eisen van het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) opgenomen ten aanzien van het specialisme huisartsgeneeskunde.
Het is alleen van toepassing voor aios die vóór 1 januari 2013 zijn gestart met de opleiding.


[02 13]

SPECIFIEKE REGELS EN PROCEDURES uit het oude Handboek Huisartsopleiding

(Ziekte)verzuim en afwezigheid in de opleiding


Inleiding


Dit hoofdstuk beschrijft (ziekte)verzuim en overige afwezigheid in de opleiding en de eventuele consequenties daarvan.

We spreken over verzuim als je niet aanwezig bent in de praktijk of op de terugkomdag, terwijl je geen vakantieverlof hebt opgenomen, maar er wel een wettelijke regeling voor is.
We spreken over afwezigheid als er geen wettelijke regeling is.

We geven eerst aan welk verzuim er is en de procedure rondom verzuim. We gaan daarna in op overige afwezigheid en wat daarin is toegestaan. Tenslotte beschrijven we de verantwoordelijkheden van alle betrokkenen.

Voor nadere informatie over verzuim verwijzen we je naar www.sboh.nl

Verzuim

1. Ziekte

Procedure
Wanneer je verzuimt, op de praktijk en/of de terugkomdag meld je dit op twee plaatsen:

  • Bij je opleider (telefonisch afstemmen wat er geregeld of gedaan moet worden, niet via sms of WhatsApp)
  • Bij de SBOH (via de ziekteverzuimmelder op www.sboh.nl)

De SBOH meldt je verzuim aan het secretariaat van de opleiding. Vergeet niet je ook bij de opleider en de SBOH weer beter/hersteld te melden!

Voorkomen van verzuim
Denk je zelf dat je ziekteverzuim iets met je werk te maken heeft, bespreek dat dan met je opleider en/of met de docent. De SBOH is aangesloten bij een Arbo-dienst en je kunt, ook als je je niet ziek meldt, contact opnemen met de bedrijfsarts. De SBOH heeft een preventiemedewerker voor arbozaken. Wellicht kun je ziekteverzuim voorkomen.

2. Bijzondere omstandigheden


Procedure
Dit verzuim meld je bij de SBOH, bij de opleider en bij het secretariaat van het opleidingsinstituut. Overleg in voorkomende gevallen, met name bij buitengewoon verlof, zorgverlof of ouderschapsverlof, ook vooraf met je docent of de jaarcoördinator.

Afwezigheid

1. Bezoek hulpverleners

Bezoek dokter, tandarts, verloskundige enzovoort. In de wet noch in de CAO SBOH is iets geregeld over dit bezoek. De bezoeken zijn in beginsel te plannen en worden buiten werk en opleidingstijd afgesproken. Indien dat niet mogelijk is zul je er redelijke afspraken over moeten maken met je opleider en het instituut. Dat betekent in principe dat je bij frequente afwezigheid door regelmatige bezoeken bij een hulpverlener de gemiste tijd inhaalt.

Procedure
Je afwezigheid meld je aan de opleider en het secretariaat van het instituut.

2. Scholingsdagen

De aios kan maximaal 5 werkdagen per jaar deelnemen aan cursussen in het kader van de huisartsgeneeskunde, mits in het belang van de opleiding en in overleg met de (stage)opleider en het opleidingsinstituut indien de cursus op terugkomdagen plaats vindt. Deze cursussen worden als werktijd aangemerkt (zie cao SBOH). Dit geldt bijvoorbeeld voor deelname aan het LOVAH-congres, het NHG-congres, de NHG-wetenschapsdagen en de WONCA.

3. Overige afwezigheid

Voor overige zaken bijv. auto naar de garage, afsluiten hypotheek, besprekingen praktijkovername enzovoort is afwezigheid niet toegestaan. Dit dient buiten werk- en opleidingstijd te gebeuren of er dient verlof opgenomen te worden.

Wat zijn de consequenties van onderbreking voor je opleiding?


Een onderbreking van de opleiding van meer dan twintig dagdelen per opleidingsjaar leidt altijd tot een verlenging (van het meerdere) en tot een aangepast opleidingsschema (IOS). Wanneer de opleiding tenminste zes maanden (al dan niet aaneengesloten) is onderbroken, kan de RGS bepalen dat een gedeelte van de opleiding opnieuw gevolgd wordt (zie het Kaderbesluit CHVG). Indien je de opleiding onderbreekt, zul je daarover afspraken moeten maken met het hoofd van de opleiding. Hij kan hier voorwaarden aan verbinden.

Verantwoordelijkheden en gang van zaken bij verzuim en afwezigheid


In het verzuimprotocol van het SBOH zijn de rechten en verplichtingen van de aios ten opzichte van zijn werkgever opgenomen. Je bent zelf verantwoordelijk voor het melden van afwezigheid, verzuim en herstel. De SBOH geeft het verzuim direct door aan de opleiding. De secretaresse zal het verzuim of de afwezigheid aan de docent doorgeven. Vervolgens volgen we de duur van het verzuim. Eventuele afwezigheid bij een bezoek aan hulpverleners meld je telkens en overlegt met de huisartsopleider en de docent. De afwezigheid wordt bijgehouden.

De planner van de opleiding voert de verzuim- en afwezigheidscontrole en de eventuele verlenging van de opleiding uit onder verantwoordelijkheid van het hoofd van de opleiding. Bij langer durend ziekteverzuim ontvang je tien dagen na je eerste verzuimdag van de planner een brief met informatie over het vervolg infodocument bij ziekte.

Vastgesteld in het CTO van 27-6-2008
Herman Bueving en Anja de Vries
Bijgesteld door Olof Lageweg, 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO van 15 februari 2012

[02/16]

Aanraders en faciliteiten voor aios en opleiders


Toegangspasje
Zodra je als aios aangenomen wordt bij de Huisartsopleiding zal er een zogenaamde Gastvrijheidsovereenkomst (GVO) of een User Account (UA) voor je aangevraagd worden bij onze P&O afdeling. Op basis van deze GVO of UA zal je een uniek identificatienummer toegewezen krijgen, het microsectienummer.
Verder krijg je inloggegevens zodat je bv in kan loggen op de medische bibliotheek, in Blackboard en op de Onderwijsbank. Ook verkrijg je op basis van je GVO een Erasmus MC pasje, waarmee je kan kopiëren, gratis koffie kan tappen en toegang krijgt tot ons gebouw.
Dit pasje haal je alleen of samen met je groep op bij de Servicedesk te vinden in het onderwijscentrum, Fe-209. Voor het pasje betaal je een borg van € 45,- welke je als je klaar bent met de opleiding weer terug krijgt zodra je het pasje weer bij de Servicedesk in gaat leveren. De borg kan je contact voldoen of met de pin.
Mocht je onverhoopt problemen met de werking van je pasje ervaren wil je dit dan doorgeven aan de onderwijsassistenten van het eerste jaar Linda Kanters en/of Anita Seip. Zij zullen dan, eventueel samen met anderen, stappen ondernemen om het probleem op te lossen.

Computers
Aios en opleiders die, voor bijvoorbeeld Blackboard of de onderwijsbank, gebruik willen maken van een computer, kunnen gebruik maken van computers van de medische bibliotheek (10 vrije computers in Cf 232A en 2 stacomputers met printers bij de desk) en inloggen op de computers die op de 'eilandjes' in het onderwijscentrum verbonden zijn aan het studentennetwerk met
Username: aioshag en
Wachtwoord: spinveel (afkorting van 'specialistinveelzijdigheid')

Gebruikershandleiding multifunctionals
In de medische bibliotheek en op de afdeling Huisartsgeneeskunde kun je scannen, kopiëren en printen met behulp van een multifunctioneel apparaat. Hier vind je de gebruikershandleiding.

Reductie op software en hardware
Op www.surfspot.nl kunt u software en hardware bestellen tegen een fors gereduceerd tarief. Vul de instelling in 'Erasmus MC' en vervolgens uw inlogcode voor het Erasmus PC-netwerk dat u ook gebruikt voor de medische bibliotheek.

Fietsenstalling
Met het toegangspasje heeft u ook toegang tot de fietsenstallingen van het Erasmus MC.

Advertenties huisartspraktijken
Op de 18e verdieping hangt tegenover de receptie een bord met advertenties voor waarneming en opvolging in huisartspraktijken. Zeker interessant voor derdejaars aios die zich aan het oriënteren zijn.



[ 09 13]

Afkortingenlijst

AIOS Arts(en) In Opleiding tot Specialist (in dit geval het specialisme huisartsgeneeskunde)
AIOTHO Arts In Opleiding Tot Huisarts en Onderzoeker (ook AIOTO)
APC Arts Patiënt Communicatie
AVG Arts voor Verstandelijk Gehandicapten
CAT Critically Appraised Topic
CCBOH Curriculum Commissie BeroepsOpleiding Huisartsgeneeskunde
CGS College Geneeskundige Specialismen
CHVG College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten
ComBeL Competentie Beoordelings Lijst
CTO Coördinatie Team onderwijs
CZ Chronische Zorg
EBM Evidence Based Medicine
ELWP Externe LeerWerkPeriode (oude term voor de stages in het tweede jaar)
GEAR Gecombineerde Evaluatie en Audit Ronde (onderlinge audit huisartsopleidingen)
GGZ Geestelijke GezondsheidsZorg
GW'er Gedragswetenschappelijk docent (GedragsWetenschapper)
HAB Huisartsdocent (HuisArtsgroepsBegeleider)
HAG HuisArtsGeneeskunde
Hagsys Ondersteund computersysteem voor de logistieke planning van de Huisartsopleiding
HAIO HuisArts in Opleiding (oude term voor aios)
HAO HuisArts Opleider
HAO-team Overleg waarin opleidersaangelegenheden worden besproken
HOED Huisartsen Onder Eén Dak
HIS Huisarts InformatieSysteem
HLWP Huisarts LeerWerkPeriode (Oude term voor opleidingsperioden in het eerste en derde opleidingsjaar)
HTB Houding Tot het Beroep
HVRC Huisarts, Verpleeghuisarts en arts voor verstandelijk gehandicapten Registratie Commissie, voorganger van RGS
IOH Interfacultair Overleg Huisartsgeneeskunde
IOP Individueel OpleidingsPlan
IOS Individueel OpleidingsSchema
JGZ JeugdGezondheidsZorg
KBA Kritische Beroeps Activiteit
KNMG Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst
KOV-toets Kennis Over Vaardigheden-toets
KPB Korte Patiëntcontact Beoordeling
KKB Korte klinische Beoordeling
LHK-toets Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets
LHOV Landelijke Huisarts Opleiders Vereniging
LHV Landelijke Huisartsen Vereniging
LOVAH Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen, waarbij LOVAH-Rotterdam de belangen van de Rotterdamse aios vertegenwoordigen
LvE Leren van Ervaringen
MAAS-globaal Maastrichtse Anamnese en Advies Scorelijst met globale items (ten behoeve van consultvoering)
MPO Medisch Probleemoplossend Onderwijs
MSRC Medisch Specialisten Registratie Commissie
MTHAO ManagementTeam HuisArtsOpleiding
NHG Nederlands Huisartsen Genootschap
NIVEL Nederlands Instituut Voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
OB Opleider Begeleider
OBP Ondersteunend en BeheersPersoneel
OWP OnderWijsProgramma
PDCA Plan Do Check Act (kwaliteitscyclus van Deming)
PICO Patient Intervention Comparison Outcome (manier om een CAT uit te voeren)
RGS Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten
ROER Vereniging van Rotterdamse Huisartsopleiders Erasmus
ROVAH Regionale afdeling van de Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen, oude term voor LOVAH-Rotterdam
SBOH Stichting Beroepsopleiding tot Huisarts en Specialist Ouderengeneeskunde, financier huisartsopleiding en werkgever aios
SCEN Steun- en Consultatieproject Euthanasie Nederland
SO Specialist Ouderengeneeskunde (voorheen SOG)
TKD TerugKomDag
UvE Uitwisselen van Ervaringen, oude term voor Leren van Ervaringen
VGG Voortgangsgesprek
WC Workshop Coördinator
WP Wetenschappelijk Personeel



Vastgesteld in het CTO 20 april 2011,
Geactualiseerd in augustus 2015
[08 15]

Afstuderen



Inleiding
Vier maal per jaar vinden er bijeenkomsten plaats waar we diploma's voor het voltooien van de huisartsopleiding uitreiken. We noemen het een 'diploma', maar feitelijk is het een verklaring dat je met goed gevolg de huisartsopleiding hebt doorlopen. Het 'diploma' heeft geen rechtsgeldigheid. De titel 'huisarts' kun je namelijk pas voeren als je als zodanig geregistreerd bent bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS). Zes tot acht weken voor de einddatum ontvang je een voltooiingsverklaring waardoor je voldoende tijd hebt om je in te schrijven in het huisartsenregister.

Om de organisatie vanuit de afdeling enigszins te vergemakkelijken is de volgende regeling ontworpen:

Data diploma-uitreikingen
De diploma-uitreikingen vinden plaats op de laatste donderdag van februari, mei, augustus en november. Aios die tot acht weken ná deze uitreiking afstuderen kunnen meedoen. Boven de 14 aios overwegen we de bijeenkomst te splitsen.

Plaats van de officiële uitreiking
De officiële diploma-uitreiking vindt doorgaans plaats in het een collegezaal van het Erasmus MC of het faculteitsgebouw van de EUR op Woudestein. De organisatie en kosten komen voor rekening van het instituut.

Inhoud officiële bijeenkomst en genodigden
De diploma-uitreiking is gericht op de aanstaande huisarts en zijn/haar gasten. Het stramien voor het programma ziet er als volgt uit:

Onderdeel Door
Opening Hoofd huisartsopleiding
Persoonlijk woord naar de afzonderlijke aios + uitreiking diploma Hao laatste blok
Persoonlijk woord aan de groep Docent (HAB of GWer)
Presentatie specifieke leerervaring/dankwoord Aios

De betrokken onderwijsassistenten zijn verantwoordelijk voor het regelen van dit programma. Het hoofd huisartsopleiding of zijn vervanger treedt op als ceremoniemeester. De huisartsopleiding nodigt standaard uit: de opleider uit het eerste en derde jaar, de supervisor, de intervisiebegeleiders en de staf van de huisartsopleiding. De aios kunnen extra uitnodigingen aanvragen bij de onderwijsassistenten van het derde jaar.

Festiviteiten en voorzieningen rond de uitreiking
Voorafgaande aan het officiële gedeelte wordt koffie of thee aangeboden, vervolgens vindt de diploma-uitreiking plaats en aansluitend een receptie.

Contactpersonen
De contactpersonen voor de diploma-uitreikingen vanuit de afdeling zijn de onderwijsassistenten van het derde jaar.

Mogelijkheid om cum laude af te studeren
In beginsel bestaat de mogelijkheid om cum laude af te studeren.

Frits Bareman
Vastgesteld in het MTHAO oktober 2005,
Bijgesteld door Herman Bueving, maart 2009
Geactualiseerd door Willeke van Schaardenburg en vastgesteld door het CTO 20 juli 2011


[07 13]

Combinatie huisartsopleiding en promotie-onderzoek


Inleiding


Sinds enkele jaren bestaat de mogelijkheid om in een zogenaamde AIOTO-constructie de huisartsopleiding te combineren met een huisartsgeneeskundig promotieonderzoek. Deze combinatie is ook mogelijk in een parttime dienstverband.

In Rotterdam zijn er veel positieve ervaringen met deze combinatie, medio 2011 waren er 11 AIOTO’s in opleiding en hebben 8 AIOTO’s hun traject volledig afgerond.


De Rotterdamse situatie


Rotterdam onderscheidt zich bij het vormgeven van de AIOTO constructie op een aantal punten van andere steden:

  1. De afdeling onderzoek zorgt ervoor dat de AIOTO slechts een beperkt deel van zijn tijd aan dataverzameling besteedt.
  2. Een half jaar van de onderzoekstijd wordt ingenomen door de masteropleiding klinische epidemiologie aan het NIHES (Netherlands Institute for Health Sciences).
  3. Er is voor gekozen om perioden waarin fulltime aan onderzoek/onderzoeksopleiding wordt besteed af te wisselen met perioden waarin fulltime aan de huisartsopleiding wordt besteed. Bij andere afdelingen Huisartsgeneeskunde is het mogelijk om de week op te delen in een deel huisartsopleiding en een deel onderzoek. Redenen voor de Rotterdamse keuze zijn, dat de huidige huisartsopleiding per week drie en een halve dag praktijkvoering kent en dat verkorting daarvan het vervolgen van patiënten bemoeilijkt; de combinatie van opleiding en onderzoek binnen een werkweek niet optimaal productief lijkt; en tenslotte dat blokken huisartsopleiding en onderzoek gemakkelijk in te delen zijn in de fasering van blokken van de andere aios.



Regels


Het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisartsgeneeskunde (CHVG) heeft richtlijnen opgesteld voor de AIOTO-constructie. Deze gelden zowel voor huisartsen als verpleeghuisartsen en artsen voor verstandelijk gehandicapten in opleiding. Deze richtlijnen staan verwoord in het CHVG-kaderbesluit 2013:

 
B.16. Combinatie opleiding en wetenschappelijk onderzoek
1. De aios heeft de mogelijkheid de opleiding onder in artikel B.17.
gestelde voorwaarden te combineren met het verrichten van 
wetenschappelijk onderzoek.
2. De duur van de opleiding wordt met de duur van het wetenschap-
pelijk onderzoek verlengd tot maximaal tweemaal de duur van de 
opleiding, bedoeld in artikel B.5.
 
B.17. Randvoorwaarden
Aan het combineren van de opleiding met het wetenschappelijk 
onderzoek, bedoeld in artikel B.16., eerste lid, zijn de volgende 
voorwaarden verbonden: 
a. het wetenschappelijk onderzoek is relevant voor het betreffende 
specialisme;
b. het door de aios opgestelde opleidingsschema en individueel 
opleidingsplan is goedgekeurd door de HVRC;
c. ten minste een jaar van het wetenschappelijk onderzoek vindt 
plaats na aanvang van de opleiding en binnen de voltooiing daarvan; 
d. de opleiding mag niet langer dan een jaar aaneengesloten worden 
onderbroken door wetenschappelijk onderzoek.
 
B.18. Aanvraag beoordeling opleidingsschema en individueel 
opleidingsplan
1. De aios dient de aanvraag om goedkeuring van het 
opleidingsschema en het individueel opleidingsplan bij het hoofd in.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de 
redenen voor het verzoek evenals een voorstel voor het 
opleidingsschema en het individueel opleidingsplan.
3. De aios verschaft het hoofd de gegevens en bescheiden die het 
hoofd voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de 
aios redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4. Wanneer het hoofd instemt met de aanvraag om de opleiding te 
combineren met wetenschappelijk onderzoek dient hij een aanvraag 
tot goedkeuring van het opleidingsschema en het 
individueel opleidingsplan bij de HVRC in.
5. Het besluit van de HVRC wordt verzonden aan het hoofd met een 
afschrift aan de aios.
 
B.19. Overige bepalingen
1. Gedurende de periode dat de aios de opleiding volgt is titel I 
(algemene regels huisartsopleiding) onverminderd van toepassing 
op de opleiding. 
2. Het tussentijds afbreken van wetenschappelijk onderzoek vormt 
geen beletsel voor het voltooien van de opleiding tot specialist.
3. Bij tussentijds afbreken van het wetenschappelijk onderzoek 
wordt het opleidingsschema en het individueel opleidingsplan 
gewijzigd en is artikel B.10 van overeenkomstige toepassing.
(einde citaat)



Toetsing


De normen die gesteld worden voor de AIOTO tijdens de huisartsopleiding zijn gelijk aan die van collega AIOS. De normen die gelden voor de AIOTO in de rol van promovendus zijn gelijk aan die voor andere promovendi.


Randvoorwaarden


Randvoorwaarden voor het onderzoek
De beperkte tijd die een AIOTO te besteden heeft aan onderzoek leent zich niet voor onderzoek dat nog moet worden opgezet. De onderzoeksgegevens dienen met weinig moeite beschikbaar te zijn; analyse van eerder verzamelde gegevens en/of het uitvoeren van systematische literatuurreviews zijn het meest geschikt. Ook de begeleiders van de AIOTO zijn zich ervan bewust dat de beschikbare tijd gering is. Eventueel vervult de onderzoeksgroep kleine verplichtingen van de AIOTO, zoals het controleren van een drukproef van een artikel

Randvoorwaarden voor de huisartsopleiding
De beroepsopleiding tot huisarts vindt plaats in de praktijk van de huisartsopleider en op de afdeling (terugkomdagen). Tijdens de opleidingstijd zal de aandacht van de AIOTO primair uit moeten gaan naar de opleiding, al zullen er echter momenten zijn dat de aandacht van de AIOTO gevraagd zal worden door het onderzoek. Op deze momenten zullen opleider en AIOS samen een oplossing moeten vinden. Het is belangrijk om tijdens de koppeling al aan te geven dat er sprake is van een AIOTO-constructie omdat dit om flexibiliteit vraagt van zowel aios als opleider.

De sectie huisartsopleiding ondersteunt de visie dat wetenschappelijk onderzoek een nuttig onderdeel van de opleiding vormt. Het beperkt werken aan onderzoek tijdens de opleiding wordt dan ook niet gezien als verzuim. Als het onderzoek tijd vraagt die niet opgevangen kan worden door werken op dagen dat de praktijk gesloten is of tijdens de zelfstudie-uren kan er beroep gedaan worden op de sprokkeldagen.
Sprokkeldagen zijn dagen of dagdelen waarop de AIOTO niet in de praktijk is. Er worden dan opleidingsuren (contact met praktijk en opleider) ingeleverd om onderzoek te doen. Dit geeft ruimte aan de AIOTO. De totale opleidingsduur mag echter niet ingekort worden (de AIOTO is immers een gewone AIOS) en daarom dienen deze uren „terugbetaald” te worden, bijvoorbeeld tijdens de eerste week van een onderzoeksblok.

Mogelijke oplossingen voor het opvangen van het onderzoekswerk in de opleidingsjaren zijn dus:

  1. Het opnemen van „sprokkeldagen”,
  2. Het verrichten van onderzoek op momenten dat de praktijk gesloten is en
  3. Het verrichten van onderzoek in de tijd beschikbaar voor zelfstudie buiten de 36-urige werkweek


Randvoorwaarden voor de AIOTO zelf
Van de AIOTO wordt verwacht dat hij/zij de combinatie van promotieonderzoek en huisartsopleiding wil vervullen. Deze combinatie vraagt om veel flexibiliteit en goed timemanagement van de AIOTO. Hoewel de AIOTO tijdens het AIOS-gedeelte de onderzoeksactiviteit tot een minimum beperkt en tijdens de onderzoeksperiode maar weinig tijd hoeft te besteden aan de opleiding dient de AIOTO zich te realiseren dat het een flinke tijdsinvestering kost. Formeel heeft de AIOTO een 36-urige werkweek (inclusief diensten maar exlusief zelfstudie). Het uitvoeren van een promotieonderzoek zal echter moeilijk zijn in anderhalf tot twee jaar tijd, als de AIOTO zich daar iedere week strikt aan houdt. De afdeling stelt de AIOTO in de gelegenheid om in een korte tijd tot een promotie te komen. Hiervoor doet de afdeling een aantal investeringen. Van een AIOTO wordt verwacht dat hij/ zij hier tegenover ook een investering doet.

Jurgen Damen (AIOTO)
Hans van der Wouden, Senior onderzoeker (april 2011)
Opnieuw vastgesteld door het CTO 15 juni 2011

[06 11]

Deeltijdopleiding


Inleiding

Aios hebben conform de flexwet en de vigerende regelgeving van de CGS (opvolger van het CHVG) de mogelijkheid om de huisartsopleiding in deeltijd en met een minimum van 50% te volgen. De praktijkopleiding (dus zowel opleidingsperiodes in de huisartspraktijk als de klinische stages en keuzestages) zal bij elk deeltijdpercentage verspreid over minimaal drie verschillende dagen moeten worden gevolgd. Daarnaast volgt de aios het verplichte cursorisch onderwijs. De opleiding spant zich in om, voor de aios die dat wensen, de opleiding in deeltijd vorm te geven. Ongeveer éénderde van de aios kiest voor deeltijd. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de procedure is en wat de consequenties zijn.

Opleidingsonderdelen die uitsluitend voltijds kunnen worden gevolgd

De volgende delen van de opleiding moeten voltijds worden gevolgd:

  • de STARtclass in het eerste en in het tweede opleidingsjaar
  • de zelfstandige weken
  • de differentiatie in het derde opleidingsjaar


Voorbeelden van deeltijdpercentages

Als voorbeeld twee deeltijdpercentages (een fulltime werkweek is 38 uur):

  • 84,2% = 32 uur = 3 stagedagen + 1 terugkomdag: verlenging opleiding = 22,5 weken
  • 73,7% = 28 uur = 2,5 stagedagen + 1 terugkomdag: verlenging opleiding = 45 weken

(In bovenstaande voorbeelden is uitgegaan van een volledig curriculum zonder vrijstellingen, waarbij de klinische periode voltijds gevolgd wordt)

De SHOH heeft voorbeelden uitgewerkt met verdeling van uren over de week die te vinden zijn op http://www.sboh.nl in artikel 6 van de Personeelsinformatie 'Werktijden en arbeidsduur'.

Melden aan wie hoe en wanneer

  1. Het verzoek om opgeleid te worden in deeltijd moet in beginsel minimaal 2 maanden en kan maximaal 6 maanden voor de ingangsdatum daarvan aangevraagd worden (bron:Instituutsreglement).
  2. De aios bespreekt zijn wens om in deeltijd te gaan werken met de (stage)opleider en docenten. De (stage)opleider vult een werkschema in waaruit blijkt hoe de toekomstige werktijden van de aios passen in het werkschema van de (stage)opleider. De aios en (stage)opleider ondertekenen dit.
  3. Vervolgens vult de aios het SBOH formulier 'Aanvraagformulier aanpassing arbeidsduur'in (zie site SBOH, https://www.sboh.nl/opleiding-huisarts/formulieren).
  4. De aios levert het aanvraagformulier en de verklaring van de (stage)opleider in bij de planner van de huisartsopleiding.


Het vervolg van de melding

  1. Namens het hoofd van de opleiding beoordeelt de planner de aanvraag.
  2. De planner bepaalt de nieuwe einddatum van de opleiding en doet, gehoord de (stage)opleider(s) en de docenten, een voorstel aan de aios over de benodigde aanpassingen van het opleidingsschema (cursorisch onderwijs, praktijkdagen, stages, docenten, (stage)opleider, opleidingsdoelen, toetsing, onderwijs in professionaliteit zoals supervisie en intervisie enzovoort).
  3. De planner legt de gegevens vast in het persoonsdossier van de aios én in het automatiseringssysteem van de opleiding (HAGSYS). De aios ontvangt een kopie van het opleidingsschema en een informatiedocument.


Consequenties en beperkingen

  1. Het aantal beschikbare opleidingsplaatsen en de inzet van de (stage)opleiders vormt een praktische beperking voor de hoeveelheid deeltijdopleidingen die de huisartsopleiding kan bieden.
  2. De terugkomdag wordt vastgesteld door het instituut en kan niet samenvallen met de parttime-dag van de aios.
  3. Het aantal terugkomdagen blijft gelijk. Dat betekent dat er terugkomdagloze perioden zullen zijn.
  4. Een werkdag van de aios bedraagt maximaal 8,5 uur (exclusief een half uur verplichte pauze). De terugkomdag bedraagt 6,5 uur.
  5. Compensatie van diensten kan niet structureel worden verrekend in het parttime werkschema.
  6. Een parttimedag stelt je niet vrij van diensten op deze dag.
  7. Bij een aantal stages en opleidingsperiodes is de keuze in deeltijdvarianten beperkt.
  8. De gevolgen voor het opleidingsschema betreffen onder andere:
    • (meerdere) wisselingen van groep;
    • meerdere verschuivingen van de dagen waarop het cursorisch onderwijs plaatsvindt en het verschuiven van begin en einddata van stages en opleidingsperioden in de huisartspraktijk;
    • periodes zonder cursorisch onderwijs;
    • het verschuiven van toetsmomenten.


De klinische stage in deeltijd

Op de meeste SEH-stageplaatsen is het mogelijk om in deeltijd te werken. Het deeltijdpercentage staat vast, namelijk 70%, wat betekent dat je negen maanden in plaats van zes maanden in de kliniek werkt. De laatste drie maanden volg je geen terugkomdagonderwijs. De keuze om in deeltijd te werken kán gevolgen hebben voor de plaatsing (locatie). De STARtclass (6 dagen) dient wel voltijds gevolgd te worden.

Hoe aanmelden?
In de achtste maand van het eerste opleidingsjaar wordt je via e-mail uitgenodigd voor de limesurvey 'Inventarisatie voorervaring' waarin je kunt aangeven dat je de klinische stage in deeltijd wilt doen.

Regelgeving en formulieren



Versie november 2014 Olof Lageweg/Herman Bueving

[11/14]

Formulieren e-portfolio jaar 1

Formulieren e-portfolio jaar 2

Formulieren e-portfolio jaar 3

Gedragscode bij ernstig normoverschrijdend gedrag


Het managementteam van de afdeling huisartsgeneeskunde heeft op 11 september 2014 de volgende gedragscode vastgesteld:

Definitie:
Bij zaken die ernstig normoverschrijdend zijn kan gedacht worden aan verslaving, werken onder invloed van middelen, (on)gewenste intimiteit tussen (huis)arts en patiënt (of aios) of een geweldsdelict.

Procedure:
Procedure bij signalering door derden (bijvoorbeeld staflid, opleider, coassistent of aios) van mogelijk ernstig normoverschrijdend gedrag van een (huis)arts die betrokken is bij de opleiding van huisartsen.

  • De melder kan rechtstreeks een melding doen over de (huis)arts bij wie hij zijn opleiding volgt bij bevoegde instanties (inspectie, politie).
  • Van de melder wordt verwacht en gevraagd dit bij degene die gemeld wordt aan te kondigen en toe te lichten.
  • Als de signalering bij de staf van de afdeling terechtkomt, kan deze eveneens melding doen (liefst met, maar desnoods zonder toestemming van degene die signaleerde). Hierbij geldt het principe van hoor en wederhoor voorafgaand aan melding.
  • Uitzondering op het principe van hoor en wederhoor is denkbaar wanneer gevaar ontstaat voor de melder of voor anderen. Waarheidsvinding op zichzelf is geen reden voor uitzondering.


Deze code is overlegd met en kent instemming van:

  • De belangenvereniging opleiders (ROER) op 15 mei 2014
  • De belangenvereniging aios (LOVAH Rotterdam) op 26 november 2014
  • De raad van Bestuur Erasmus MC op



[12 14]

Gedragscode digitaal werken



Inleiding
In dit hoofdstuk staan de gedragsregels met betrekking tot het gebruik van digitale dragers om consultvideo’s op te slaan en te vertonen, en het gebruik van mailadressen.

Beeld- en geluidopnames

Het is van meerwaarde voor het onderwijs om beeld- en geluidopnames te maken van aios in het patiëntencontact (in de huisartspraktijk, op de huisartsenpost of op het stageadres), van leergesprekken tussen aios en (stage)opleider en van het onderwijs op de terugkomdag.

Richtlijn opnames maken
In het document Richtlijn opnames maken in de huisartsopleiding wordt aangegeven welke soorten systemen op het instituut afspeelbaar zijn, hoe je bruikbare en veilige opnames kunt maken en wat er aan toestemming van de patiënt nodig is.
De aios móeten een beveiligde USB-stick gebruiken om de consulten veilig op te slaan en te vervoeren. Er zijn diverse andere geschikte USB-sticks, maar de Sandisk Cruzer Glide 16GB bevalt ons goed. Deze is met een wachtwoord te beveiligen. De handleiding staat hier.

Handboek Consultopnames
De Landelijke richtlijnen (versie september 2015) vind je hier

Opnames op de huisartsenpost
Specifiek voor opnames op de huisartsenpost is het document Richtlijn video-opnames door aios op de huisartsenpost opgesteld.

Werken met e-mail

In het administratieve systeem waarin de huisartsopleiding de gegevens bijhoudt van aios en opleiders wordt één e-mailadres per persoon ingevoerd. Op dit e-mailadres ontvangt de aios of opleider álle e-mail die afkomstig is van de huisartsopleiding. De aios of opleider kan het Erasmus MC-e-mailadres gebruiken dat verbonden is aan het PC-netwerkaccount (zie overzicht inlogcodes en sites huisartsopleiding), maar kan ook kiezen voor een privé-e-mailadres. Hieraan is een aantal regels verbonden:

  • Het e-mailadres dient persoonsgebonden te zijn. Het is niet de bedoeling dat het e-mailadres wordt gedeeld met de praktijk, huisgeno(o)t(en), aangezien de opleidingsmail soms vertrouwelijk is;
  • Het e-mailadres dient een herkenbare neutrale naam te hebben aangezien er kan worden gecorrespondeerd met formele partijen (bijvoorbeeld bij een eventueel geschil). Grappige en spitsvondige namen raden we af.
  • We verwachten dat de e-mail minimaal dagelijks wordt gelezen, tenzij er sprake is van verlof (door ziekte, zwangerschap, ouderschap of vakantie);
  • Het is de verantwoordelijkheid van de aios of opleider om regelmatig in de SPAM-folder te kijken of instituuts-e-mail daar is beland;
  • We raden een Hotmailadres af omdat deze e-mails afkomstig van het Erasmus MC over het algemeen ziet als SPAM;
  • We verwachten dat er een sterk wachtwoord op de e-mailbox zit, zie de tips onderaan;
  • De boodschap in e-mail afkomstig van het bij de opleiding bekende e-mailadres, beschouwen we als vervanging van de handtekening;
  • Als er wijzigingen zijn in het e-mailadres of andere persoonsgebonden gegevens, kan dit worden doorgegeven aan huisartsopleiding@erasmusmc.nl


Tips voor een sterk wachtwoord (afkomstig van computertotaal.nl)

  • Zorg voor een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en numerieke tekens.
  • Gebruik geen bestaande woorden, maar verbaster deze tot moeilijkere wachtwoorden, hierbij kun je letters in cijfers veranderen (v3r4nd3r3n).
  • Nog beter is om niet voor de standaard cijferwisseling te kiezen, een o kan een 0 worden, maar ook een ().
  • Maak een combinatie van twee niet-gerelateerde woorden en scheid deze door een symbool, de woorden Kat en Computer kun je bijvoorbeeld spellen als K4t#C()Mput3R.
  • Wil je een wachtwoord hebben dat je makkelijk kunt onthouden? Vorm dan een vraag, zin of stelling om tot een wachtwoord van bijvoorbeeld acht tekens. „As The World Turns, Goede Tijden Slechte Tijden” wordt atwtgtst. Als je nu de cijfer-truc toepast en numerieke tekens en symbolen toevoegt, kan je wachtwoord bijvoorbeeld @twT.Gt5T zijn.
  • Wil je voor elke website een uniek wachtwoord, maar wil je geen veertig verschillende onthouden, dan kun je ook twee letters aan je wachtwoord toevoegen voor elke unieke website, eentje ervoor en eentje erna. Voor Marktplaats gebruik je dan m@twT.Gt5Ts, voor Facebook f@twT.Gt5Tk.


Frits Bareman, Ralph Benneker en Thérèse Brans,
april 2016

[04 16]

Gedragscode lichamelijk onderzoek, kleding en uiterlijk



Inleiding


Het Erasmus MC heeft regels en richtlijnen opgesteld met betrekking tot patiëntgebonden vaardigheden en patiëntcontacten bij studenten geneeskunde.
De huisartsopleiding heeft deze regels en richtlijnen grotendeels overgenomen en aangepast aan de context van de aios huisartsgeneeskunde. Deze gedragscode is bedoeld voor aios en richt zich zowel op het onderling oefenen van lichamelijk onderzoek als op het functioneren in de patiëntenzorg. De voor aios belangrijke items uit deze tekst worden hieronder verder toegelicht.

Samenvatting regels en richtlijnen voor aios, stafleden opleiding en (stage)opleiders


  • het onderling oefenen van lichamelijk onderzoek (in een brede zin des woords, dus inclusief EHBO en anatomie-in-vivo), en wel bij beide geslachten, is verplicht voor alle aios; deze verplichting geldt niet voor inwendig onderzoek bij mannen en vrouwen, en het onderzoek van de vrouwelijke borst; voor oefening in deze onderdelen van het lichamelijk onderzoek worden alternatieven aangeboden;
  • de opleiding draagt zorg voor dusdanige voorzieningen dat bij het onderling oefenen de privacy van de aios wordt gewaarborgd, onder meer door te zorgen voor voldoende kleine onderwijsruimten, kamerschermen en eventueel docenten van beide geslachten;
  • persoonlijke belemmeringen bij een aios voor het ondergaan van lichamelijk onderzoek moeten ruim tevoren door de aios zelf worden aangekaart bij de docenten; het principe hierbij is: alle onderwijsonderdelen zijn in beginsel verplicht voor iedereen, tenzij de aios reële argumenten aandraagt die worden ondersteund door de docenten;
  • bij directe of indirecte patiëntcontacten dienen aios zich functioneel te gedragen, te kleden en te verzorgen, zodanig dat zij niet in negatieve zin opvallen: adequate lichamelijke en geestelijke conditie, adequate hygiëne, geen onnodige last of ongemak voor de patiënt, geen vermijdbare belemmering of verstoring van het patiëntcontact, geen aanstoot geven aan anderen; aios kunnen in beginsel geen beroep doen op persoonlijke bezwaren of belemmeringen bij patiëntcontacten en functioneren in dat opzicht als 'verlengde arm' van de (stage)opleider;
  • voor aios geldt de geheimhoudingsplicht zoals die voor alle artsen geldt; dit geldt, mutatis mutandis, evenzeer ten aanzien van collega-aios;
  • voor signalering van, en eventuele bemiddeling bij problemen rond de aan aios gestelde eisen, kan men zich wenden tot de vertrouwenspersoon.


Uitgangspunten en overwegingen


Uitgangspunt voor de regels en richtlijnen inzake patiëntgebonden vaardigheden en patiëntcontacten is: het onderwijsaanbod geldt voor alle aios en het eindproduct van de opleiding (de inschrijving in het huisartsenregister) is voor iedereen gelijkwaardig.
Na een korte inleiding en een globale beschrijving van het vaardigheidsonderwijs in Rotterdam volgt een overzicht van de verwachtingen en eisen die voor aios gelden bij het aangaan van patiëntcontacten.
De (stage)opleider observeert slechts gedeeltelijk de contacten tussen aios en patiënt, deels door aanwezigheid deels door video-opnamen, en geeft daar feedback op. Tevens vindt tijdens het onderwijs op de terugkomdagen training plaats in communicatieve vaardigheden, het afnemen van een anamnese en het verrichten van lichamelijk onderzoek. Bij dergelijke trainingen wordt onder meer gebruik gemaakt van simulatiepatiënten. Verder verzorgen speciaal daartoe opgeleide vrouwelijke docenten trainingen in het verrichten van het gynaecologisch onderzoek (o.a. vaginaal toucher), waarbij tevens nadrukkelijk attitude-aspecten worden meegenomen. Fantomen zijn in gebruik bij andere onderdelen van het lichamelijk onderzoek (met name onderzoek van het mannelijk genitaal en het rectaal toucher).
Aios oefenen onderling delen van het lichamelijk onderzoek. Het gaat daarbij om het opdoen van vaardigheden op het gebied van de EHBO, om het bij elkaar leren herkennen van structuur en functie van het menselijk lichaam, en om inspectie van het lichaam en het doen van algemene metingen, zoals de bloeddruk. De aandacht gaat daarbij met name uit naar het bewegingsapparaat.

Tijdens terugkomdagen onderling oefenen van lichamelijk onderzoek


Het aanleren van vaardigheden
Actief oefenen, met adequate feedback van 'patiënt' en (stage)opleider of docent, bevordert en optimaliseert de eigen klinische vaardigheden. Het is voor een aanstaand huisarts nodig bij zo veel mogelijk verschillende personen, van beide geslachten, het onderzoek onder begeleiding te verrichten. Aios zullen zich in beginsel niet kunnen onttrekken aan het actief oefenen op medeaios, op basis van wat voor motief dan ook. Om vergelijkbare redenen zal het voor de huisartsopleiding nodig zijn haar voorzieningen voor aios op een zodanig peil te brengen dat voldoende kleine ruimten (en docenten) beschikbaar zijn voor het onderling oefenen, zodat de privacy van de aios evenzeer gewaarborgd wordt tegenover buitenstaanders, bijvoorbeeld door gebruik te maken van schermen.

Ervaringsleren door ondergaan van lichamelijk onderzoek
Naast het actief oefenen op een collega-aios, heeft ook het passief ondergaan van lichamelijk onderzoek een duidelijke functie binnen de opleiding, in de zin dat aios daardoor aan den lijve ondervinden wat het lichamelijk onderzoek voor patiënten inhoudt. Bij dit laatste gaat het vooral om de wijze waarop een ander hen aanraakt, de mate waarin deze aanrakingen aangenaam of onaangenaam (bijvoorbeeld gevoelig of pijnlijk) zijn, maar ook om de eigen gêne die optreedt bij inspectie en onderzoek van het ontklede lichaam, hetgeen in de klinische situatie immers van patiënten wordt verlangd. Bovendien zullen aios in het algemeen alleen zelf actief kunnen oefenen wanneer andere aios hen daartoe de gelegenheid bieden.
Echter, het verplicht ondergaan van inspectie en onderzoek aan het eigen lichaam, in het kader van de opleiding, stelt sommigen voor een dilemma. Enerzijds zullen noodzaak en nut vaak niet worden betwijfeld, anderzijds roept het onderling lichamelijk onderzoek ook andere, niet bedoelde, gevoelens op die met de klinische oefensituatie geen verband houden. Aios hebben immers ook andere onderlinge relaties, trekken geregeld met elkaar op, en hebben net als iedereen uitgesproken sympathieën en antipathieën.
Bij het voor aios volledig verplicht stellen van het onderling oefenen, zullen vroeg of laat aios bezwaren tegen het ondergaan van lichamelijk onderzoek aantekenen. Nog afgezien van bezwaren op basis van cultuur of religie, zullen er ook aios zijn die andere motieven hiervoor aandragen. Denk hierbij aan aios met normaal gesproken minder opvallende of onzichtbare lichamelijke bijzonderheden zoals brandwonden en striae na zwangerschap etc.
De grens tot waar het lichamelijk onderzoek in alle redelijkheid onderling tussen aios kan en moet worden geoefend is subjectief van aard en eveneens afhankelijk van de gangbare moraal en het tijdsgewricht.
Voor sommige onderzoekingen biedt de opleiding daarom een alternatief aan. Het inschakelen van vrouwelijke docenten gynaecologisch onderzoek bij wie het onderzoek naar de vrouwelijke genitaliën kan worden geoefend is hier een voorbeeld van. Bij het ondergaan van 'gewoon' lichamelijk onderzoek zal het bij wijze van uitzondering nodig kunnen zijn een aios vrij te stellen van het zelf ondergaan van (delen van het) lichamelijk onderzoek. De drempel voor aios om voor dit onderdeel vrijstelling te krijgen zal echter niet te laag mogen zijn, opdat daarmee wordt voorkomen dat al te gemakkelijk bezwaar wordt gemaakt tegen dit onderdeel van het reguliere onderwijs. Immers, geen oefening is mogelijk zonder voldoende aanbod van collega-aios als oefenobjecten. Voor wat het actief oefenen van lichamelijk onderzoek op collega-aios betreft, blijft gelden dat het belang van de opleiding in alle gevallen zwaarder weegt dan de bezwaren van de aios in kwestie.

Regeling rond bezwaren tegen onderling oefenen van lichamelijk onderzoek
Aios dienen ruim tevoren op de hoogte te worden gesteld van de plaats en aard van onderwijsonderdelen waarbij aios geacht worden op elkaar te oefenen en van de daarvoor bestaande regels en richtlijnen. Wanneer zij menen gegronde redenen te hebben voor het aantekenen van bezwaar tegen het ondergaan van lichamelijk onderzoek, dienen aios dit tijdig, voorafgaand aan het onderdeel kenbaar te maken aan hun docenten. De gronden van het bezwaar dienen te liggen in de persoonsgebonden geschiedenis van de aios en niet in algemene gronden als godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht.
Een dergelijk verzoek wordt vertrouwelijk behandeld. De docenten nemen een gemotiveerd besluit over het verzoek van de aios en waar mogelijk wordt gezocht naar alternatieven om te voldoen aan de eisen die binnen de opleiding worden gesteld aan het vaardigheidsniveau.
Wanneer de docenten besluiten een aios geheel of gedeeltelijk vrijstelling te verlenen voor het ondergaan van een lichamelijk onderzoek, dan wordt de docent die verantwoordelijk is voor het betreffende onderdeel in de opleiding, hiervan in kennis gesteld (zonder dat de aard van de bezwaren kenbaar worden gemaakt). Op deze wijze wordt recht gedaan aan eventuele gegronde bezwaren van de zijde van de aios en aan de privacy van de betrokkene.

Verwachtingen en eisen bij patiëntcontacten


Datgene wat aios redelijkerwijs onderling of met behulp van instructiepatiënten kunnen leren, oefenen aios zodanig dat dit in principe naar behoren en zelfstandig kan worden uitgevoerd. Aldus voorkomt men dat de aios het contact met de patiënt gebruikt om vaardigheden die hij niet in zekere mate beheerst te oefenen; ook ontactische, ongepaste of inadequate vragen of opmerkingen bij het afnemen van de anamnese kunnen emotionele schade voor de patiënt opleveren; lichamelijk onderzoek dat de aios niet volgens de regels der kunst verricht, vergroot de kans op nadelige gevolgen voor de patiënt.
Een ander aspect dat bij het verrichten van lichamelijk onderzoek, maar ook bij het afnemen van de anamnese, aandacht verdient, is het gegeven dat de aios sommige onderdelen gemakkelijker doet dan andere. Verlegenheid, onzekerheid, afkeer, schaamte, emotionele betrokkenheid, culturele factoren, zijn potentiële oorzaken voor het niet verrichten van 'gevoelig' onderzoek.
Qua lichamelijk onderzoek zullen patiënten er in het algemeen niet bij gebaat zijn wanneer de aios bijvoorbeeld het rectaal toucher overslaat omdat dit teveel gêne oproept, de arteria femoralis of het mannelijk genitaal niet inspecteert uit angst voor een erectie, het vaginaal toucher overslaat omdat hij dit niet durft, etc. Het zal voorkomen dat aios deze onderwerpen 'vergeten'; het zal gebeuren dat aios in deze voor zichzelf en hun (stage)opleider rationaliseren dat zij zo hebben gehandeld. „Ik was al zo lang bezig en wilde de patiënt niet onnodig belasten”, of „ik beheers dat onderzoek nog niet zo goed” zijn voorbeelden van dit laatste.
Ook als het om het uitvragen van gevoelige onderwerpen gaat, kunnen emotionele belemmeringen bij de aios het adequaat afnemen van een volledige anamnese in de weg staan. Denk hierbij aan situaties waar het nodig is heel persoonlijke of intieme onderwerpen aan de orde te stellen zoals seksuele relaties buiten de partnerrelatie, drugs- en alcoholgebruik, seksuele geaardheid, misbruik en geweld, onveilig seksueel contact en dergelijke.

Regeling rond bezwaren tegen patiëntcontacten
Behalve de bovengenoemde mogelijke bezwaren, kunnen zich tijdens de opleiding ook situaties voordoen waarin aios op grond van persoonlijke motieven bezwaren maken tegen het onderzoeken van bepaalde patiënten. In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat een aios zeer grote aarzeling heeft bij het behandelen van een patiënt, bijvoorbeeld wanneer deze handtastelijk is geweest of intimiderend gedrag vertoont. Dit zijn uitzonderlijke situaties, en in beginsel zal de aios patiënten die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd niet weigeren. Dit houdt in dat zij zich in beginsel dienen te gedragen zoals het een goed arts betaamt, en zich derhalve niet op persoonlijke bezwaren kunnen beroepen wanneer zij in het kader van hun opleiding geacht worden ervaring op te doen met anamnese en onderzoek bij patiënten.
Uiteraard kunnen aios wel bezwaar maken tegen het aangaan van een patiëntcontact wanneer het bijvoorbeeld een goede bekende van hen, of in het algemeen iemand met wie zij een persoonlijke band hebben, betreft. In zulke bijzondere situaties wordt een uitzondering gemaakt en zoekt de aios naar een oplossing in overleg met zijn (stage)opleider.

Verwachtingen en eisen op het gebied van kleding en uiterlijk



Tijdens de opleiding gelden soms bijzondere eisen aan kleding en uiterlijk van de betrokken aios. Denk hierbij aan het dragen van hygiënische kleding, gebruik van handschoenen en aan voorschriften over het ontbloot zijn van de onderarmen en dergelijke. Aios voor wie dergelijke kledingvoorschriften een onoverkomelijk bezwaar opleveren maken met hun (stage)opleider afspraken, zo nodig met bemiddeling van de voor dat onderdeel verantwoordelijke coördinator binnen de opleiding. In redelijkheid zoeken de betrokkenen naar een creatieve oplossing, waarbij de aios een actieve inbreng heeft.
Wanneer het gaat over uiterlijk en kleding van aios is het ondoenlijk precieze criteria op te stellen voor hetgeen wel of niet acceptabel is. De subjectieve waarden en normen van de beoordelaar zullen voor een groot deel bepalen wat bijvoorbeeld aanstootgevend of onwelvoeglijk is. Uitgangspunten qua kleding en uiterlijk kunnen echter wel worden geformuleerd: aios die direct of indirect betrokken zijn bij patiëntcontacten dienen zich functioneel te kleden, en wel zodanig dat dit niet in negatieve zin opvalt. Dit is uiteraard een rekbaar begrip, maar deze formulering biedt mogelijk houvast voor alle betrokkenen, en tegelijkertijd enige bescherming tegen mogelijke willekeur bij het stellen van eisen.
In het bijzonder gaat het erom dat aios bij het directe of indirecte contact met patiënten:

  • zorgen voor een adequate lichamelijke en geestelijke conditie. De aios is in een zodanige lichamelijke en geestelijke conditie dat hij zijn patiënten adequate zorg biedt; en zorgt dus voor goede voeding en genoeg nachtrust;
  • zorgen voor een adequate hygiëne. Dit houdt in elk geval in: goede lichaamshygiëne, schoon gewassen bijeengehouden haren, schone kleding, geen rouwrandjes bij nagels, geen onverzorgde wondjes;
  • geen onnodige last of ongemak veroorzaken voor patiënten, familieleden en andere bij de zorg betrokkenen. Dit houdt in elk geval in: gepaste nabijheid en afstand bewaren, basale beleefdheidsnormen in acht nemen, geen lichaamsgeuren of sterk parfum of iets dergelijks gebruiken; ook vraagt de aios zich terdege af, voordat hij bij een patiënt belastend (onaangenaam, pijnlijk, intiem) onderzoek gaat doen, of hij de aangewezen persoon is om dat te doen;
  • geen vermijdbare belemmering of verstoring van het patiëntcontact veroorzaken, noch in de communicatie, noch bij lichamelijk onderzoek. Dit houdt in elk geval in: geen kleding of sieraden die in de weg zitten, het niet actief uitdragen van levens- of geloofsovertuiging, geen inmenging in persoonlijke aangelegenheden van de patiënt tenzij deze functioneel zijn; verder dient het gezicht en daarmee de gezichtsuitdrukking van de aios zichtbaar te zijn, wat derhalve inhoudt dat een sluier die alleen de ogen van de aios zichtbaar doet zijn, belemmerend werkt en niet is toegestaan;
  • geen aanstoot geven qua uiterlijk, kleding, haardracht, versierselen of anderszins. Dit is een onderwerp dat uiteraard ook gebonden is aan de heersende gewoonten, mode en algemene opvattingen van welvoeglijkheid, en veranderlijk is over de tijd; het houdt in elk geval in: geen spijkerbroek met gaten, geen baseballpet, geen ongebruikelijke symbolen van eigen levens- of geloofsovertuiging, geen onnatuurlijke, sterk afwijkende haardracht of -kleur (bijvoorbeeld blauw, groen), geen zichtbare tatoeages of piercings in het gelaat behalve onopvallend in oor of neusvleugel, geen décolleté; tevens houdt dit in dat maatschappelijk geaccepteerde uitingen zoals baarden en snorren, het dragen van een hoofddoek door Islamitische vrouwen, het dragen van een keppeltje bij Joodse mannen, onopvallende oorknopjes, of bij voorbeeld schoon lang haar bij een man, geen bezwaar zijn.

Deze voorschriften vormen niet meer en niet minder dan een kader, waarbij goede wil en redelijkheid van de betrokkenen van groot belang is. Dit kader zal afhankelijk zijn van de omstandigheden en onderhevig zijn aan verandering door de tijd.

Meldpunt over kleding en uiterlijk
Omdat op het gebied van kleding en uiterlijk van aios gemakkelijk verschillen van opvatting kunnen bestaan, heeft de opleiding een meldpunt ingesteld waar knelpunten, problemen en eventuele conflicten kunnen worden voorgelegd. De vertrouwenspersoon zie het hoofdstuk problemen en geschillen uit dit handboek die dit meldpunt bemant functioneert niet alleen als bemiddelaar bij gerezen problemen rond eisen die aan aios worden gesteld door individuele (stage)opleiders, maar ook als iemand die situaties inventariseert waarin de binnen de opleiding gehanteerde richtlijnen niet volstaan. Aldus kunnen zo nodig op gezette tijden aanpassingen aan de richtlijnen worden aangebracht.

Geheimhoudingsplicht


Aios die op welke manier dan ook te maken hebben met patiënten, hetzij tijdens afdelingsonderwijs, hetzij bij meelopen in de huisartspraktijk of het zelf aangaan van patiëntcontacten, zijn gebonden aan de wettelijke geheimhoudingsplicht voor artsen. Dit geldt, mutatis mutandis, evenzeer ten opzichte van mede-aios.

Slotopmerking


Bovenstaande regels en richtlijnen zijn opgesteld in overleg met aios en stafleden binnen en buiten de huisartsopleiding, en moeten worden gezien als regelgeving die niet losstaat van de overige eisen en verplichtingen die de opleiding tot huisarts met zich meebrengt.
Deze code is rechtstreeks ontleend aan de gedragscode voor studenten van het ErasmusMC en aangepast voor de context van de huisartsopleiding. De wijzigingen ten opzichte van het origineel zijn voor verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding.


Eerste versie 2 februari 2004. Aangepast na commentaar stafoverleg, ROVAH, ROER en ombudsman op 7 mei 2004 en vastgesteld door het CTO d.d. 26 mei 2004.

Opnieuw vastgesteld in het CTO van 17 aug 2011, tekstueel aangepast in december 2011

Frits Bareman.


[12 11]

Gegevens collega-aios opvragen

Soms is het handig om (adres)gegevens van je collega-aios te hebben. Het is mogelijk om deze gegevens per telefoon of e-mail op te vragen bij de receptie van de huisartsopleiding. De receptioniste zal je identiteit controleren aan de hand van de gegevens die we van jou hebben en je vervolgens de gevraagde gegevens ter beschikking stellen. Uiteraard worden alleen de gegevens doorgegeven van aios die daar toestemming voor hebben gegeven.

Op de onderwijsbank staan de smoelenboeken van aios en opleiders die toestemming hebben gegeven voor het raadplegen van hun bereikbaarheidsgegevens door aios, opleiders en medewerkers van de huisartsopleiding.

[05 14]

Inhoud opleiding

Op de website van de huisartsopleiding staan onder 'inhoud opleiding':

  • Het opleidingsplan, inclusief overzicht van onderwijs
  • De visie van de huisartsopleiding
  • Eindtermen huisartsopleiding
  • De competentieprofielen van de huisarts, de opleider en de docent



[ 07 11]

Inschrijving in het register van huisartsen


Zes tot acht weken voor de einddatum ontvang je van ons een voltooiingsverklaring waardoor je voldoende tijd hebt om je in te schrijven in het huisartsenregister.
Op de website van de KNMG (http://knmg.artsennet.nl) staat onder de tab 'Opleiding en Registratie' hoe je je als huisarts kunt laten registreren met onder andere informatie over:

  • De noodzaak van registratie
  • De registratie-eisen
  • De registratieprocedure
  • De ingangsdatum registratie





[10/13]

Jan van Es-prijs


Inleiding


Dit hoofdstuk beschrijft hoe we de voordracht regelen voor de Jan van Es-prijs. Elk jaar wordt deze prijs door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) toegekend aan de beste CAT gemaakt door een of meerdere aios.

Achtergrond
De prijs is vernoemd naar Jan van Es (1922 – 2008) die pionier is geweest in het huisartsenvak en belangrijk is geweest voor het ontwikkelen van de opleiding tot huisarts.

CATs
Een CAT is een korte literatuurstudie met als doel een antwoord te krijgen op een praktische vraag waarmee je, wetenschappelijk onderbouwd, een bepaald beleid kunt volgen. Een CAT omvat minimaal de volgende onderdelen: klinische vraag, PICO1), methodiek, opbrengst, literatuur, conclusie en aanbevelingen voor de praktijk). We schatten in dat we kans maken op de Jan van Esprijs als we in plaats van individuele eerstejaars aios, groepjes derdejaars aios vragen een uitgebreide CAT in te dienen. Zij hebben zowel de klinische als de wetenschappelijke ervaring om een goede CAT te maken.

Reglement Jan van Es-prijs 2015
Reglement Jan van Es-prijs 2015

Rotterdamse voordracht voor de Jan van Esprijs
Docenten van derdejaars aios kunnen aios van wie zij inschatten dat zij kans maken op de Jan van Esprijs, voordragen voor deze prijs. Deze aios maken in groepjes van twee tot vier aios een uitgebreide CAT. Zij worden begeleid door aiotho’s en de docenten wetenschap (Pieter van den Berg en Hanneke Rijkels).

Beoordeling
De samenvattingen, uitgeschreven CATs en presentaties worden door de jury van de Jan van Es-prijs beoordeeld conform de NHG-eisen voor de Jan van Esprijs waarbij gelet wordt op originaliteit, klinische vraag, huisartsgeneeskundige relevantie, PICO methodiek, opbrengst zoekactie literatuur en conclusies & aanbevelingen voor de praktijk. De beoordelingen van de abstract en de presentatie wegen beiden even zwaar mee.


Pieter van den Berg, februari 2015

[02 15]

Klachten, de juridische plaats van aios en (stage)opleiders

Inleiding

Wat moet een aios of (stage)opleider doen als er een klacht tegen hem dreigt te worden of wordt ingediend?

Definitie

Klachten
Onder een klacht worden alle klachten van derden verstaan die bij de inspectie terechtkomen, bij een lokale klachtencommissies of bij de klachten(MIP)commissies van een huisartsenpost. Klachten die intern worden afgehandeld door de huisarts of binnen een gezondheidscentrum, vallen niet onder onderstaande regelingen.

Protocol voor omgaan met klachten

  1. Probeer samen (aios en (stage)opleider) met de klager (of diens familie) in contact te komen om de situatie te bespreken en eventueel excuus aan te bieden voor het gebeur­de.
  2. Als dit contact mislukt of er niet toe leidt dat de klacht wordt ingetrokken (en er een melding bij het tuchtcollege dreigt) dan dient het hoofd van de Huisartsopleiding hiervan in kennis gesteld te worden.
  3. Voor de aios en (stage)opleider geldt dat zij samen moeten vaststel­len wat er precies is gebeurd en wie welke verantwoordelijkheid rond het gebeuren draagt.
  4. De (stage)opleider blijft juist in deze moeilijke situatie begeleider. Dat wil zeggen dat hij oog heeft voor de emoties die hier voor de aios een rol spelen, en voor de leerpunten die een dergelijke situatie kan opleveren. Dit kan gecompliceerd raken door eigen emoties en belangen.
  5. De aios dient zich te realiseren dat hij de patiënten van de (stage)opleider en diens collegae behandelt en dat daardoor een conflict met een patiënt een conflict van die patiënt met de opleider kan betekenen.
  6. Als een arts een fout heeft gemaakt waarderen betrokkenen het als deze bereid is de fout te erkennen en zijn excuses aan te bieden.


Het instituutsreglement

Alle aios en (stage)opleiders hebben middels de opleidingsovereenkomst verklaard zich te houden aan het instituutsreglement. Daarin staat ten aanzien van klachten:

Verplichtingen van en voorwaarden voor de aios
2.3.4 Klachten (ad B.14 van het Kaderbesluit CHVG)

  • De aios valt onder de Wet Klachtrecht. De aios werkt onder supervisie van de (stage)opleider, die de zorgaanbieder is (WGBO). De (stage)opleider moet zijn aangesloten bij de daarvoor bestemde klachtencommissie. In geval van een klacht in het kader van de (werkzaamheden) in de opleiding tegen de aios dient de (stage)opleider altijd bij de behandeling van de klacht te worden betrokken, enerzijds omdat de (stage)opleider de eigenlijke (zorg)aanbieder is, anderzijds omdat hij medeverantwoordelijk kan zijn voor het handelen van de aios.
  • De aios is verplicht elke klacht betreffende de door hem geleverde patiëntenzorg onmiddellijk te melden aan de betreffende (stage)opleider, opleidingsinrichting of stage-inrichting en het (hoofd van het) opleidingsinstituut
  • De aios is verplicht het hoofd van de huisartsopleiding Erasmus MC in voorkomende gevallen te informeren over tegen hem in verband met zijn werkzaamheden in zijn functioneren als arts ingestelde civielrechtelijke en/of strafrechtelijke procedures/vorderingen dan wel tuchtrechtelijke klachten en de naar aanleiding daarvan gewezen vonnissen c.q. beslissingen.


Verplichtingen van en voorwaarden voor de (stage)opleider en de stage-inrichting
3.3.4 Klachten

  • De (stage)opleider is aangesloten bij de daarvoor aangewezen klachtencommissie. Eventuele klachten jegens de aios meldt de (stage)opleider onverwijld aan het hoofd van de Huisartsopleiding Erasmus MC.
  • De opleider is verplicht het hoofd van de huisartsopleiding in voorkomende gevallen te informeren over tegen hem in verband met zijn werkzaamheden in zijn functioneren als huisarts ingestelde civielrechtelijke en/of strafrechtelijke procedures/vorderingen dan wel tuchtrechtelijke klachten en de naar aanleiding daarvan gewezen vonnissen c.q. beslissingen.


Juridische aansprakelijkheid

Er kunnen twee vormen van beroepsverantwoordelijkheid worden onderscheiden:

  1. Een civielrechtelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.
  2. Een straf- c.q. tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.


Civielrechtelijke verantwoordelijkheid / aansprakelijkheid
We onderscheiden:

  • Wanprestatie: tekort schieten binnen een contractuele relatie, d.w.z. schending van een concrete afspraak.
  • Onrechtmatige daad: indien het handelen of nalaten inbreuk maakt op eens anders recht of in strijd is met zijn rechtsplicht of indruist tegen de goede zeden of de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt t.o.v. eens anders persoon of goed (H.R. 1919). Dus: onvoldoende zorgvuldigheid in algemene zin.

Bij de onrechtmatige daad is er geen verschil tussen (stage)opleider en aios: elke heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van derden.
Bij de wanprestatie gaan we uit van een contract, en dat heeft de (stage)opleider met zijn patiënt. Veroorzaakt de aios aantoonbare schade bij een patiënt van de (stage)opleider of in de waarneming door een verwijtbare tekortkoming, dan is de (stage)opleider ten opzichte van de patiënt de aanspreekbare persoon, want de patiënt heeft met de opleider een contract gesloten en niet met de aios.
Overigens is er nog wel een onduidelijk punt: de aios is in dienst van de SBOH, maar hij verricht handelingen bij patiënten met wie zijn opleider een contract heeft gesloten. Is hij nu de contractpartner, is de werkgever (de SBOH) dat, of zijn zij beiden aansprakelijk? We zullen eerst wat jurisprudentie moeten afwachten. De aios is via de SBOH verzekerd tegen beroepsaansprakelijkheid.

In de WGBO (1995) is geregeld, dat de instelling, waarbinnen de arts werkt, het centrale aanspreekpunt is betreffende aansprakelijkheid (artikel 462), ook wanneer de instelling zelf géén partij is in de behandelingsovereenkomst met de patiënt.

Strafrecht
Wat de strafwet betreft is er geen verschil tussen de aansprakelijkheid van (stage)opleider of aios: beiden zijn als burgers van dit land onderworpen aan dezelfde wet. De één kan zich nooit achter de ander verschuilen.

Tuchtrecht
Aansprakelijkheid in tuchtrechtelijke zin ligt iets genuanceerder dan in strafrechtelijke zin. De aios is, evenals de (stage)opleider, verantwoordelijk voor zijn medische handelingen. Maakt de aios een fout, dan is de (stage)opleider hiervoor niet verantwoordelijk, maar de (stage)opleider kan wel medeverantwoordelijk zijn, bij voorbeeld wanneer hij de aios handelingen laat verrichten waartoe de aios op dat moment nog niet bekwaam is. Kortgezegd: de (stage)opleider is onder andere verantwoordelijk voor het onderwijsproces, voor de programmering, fasering en bewaking van de ontwikkeling van de aios en dit kan getoetst worden door de tuchtrechter.

Links naar websites



Vastgesteld in het CTO van 15 juni 2011



[04/15]

Literatuur en Internet


Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de voor aios en opleiders verplichte en aanbevolen literatuur en geeft de bronnen aan van de Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoetsvragen. In dit verband betekent `verplicht' dat de aios gedurende de gehele opleiding direct over deze werken kan beschikken. Het is voor aios en voor opleiders verplicht een goed toegankelijke internetvoorziening te hebben voor het raadplegen van relevante sites.

Toegang tot de fysieke medische bibliotheek
De Centrale Medische Bibliotheek (in het onderwijscentrum) is voor alle aios en opleiders toegankelijk. Binnen deze bibliotheek is een collectie huisartsgeneeskunde. De collectie hiervan wordt samengesteld en geactualiseerd door de Bibliotheekcommissie van het Instituut Huisartsgeneeskunde. Aios, opleiders en medewerkers kunnen in de Medische Bibliotheek literatuur lenen met hun Erasmus MC pasje.

Toegang tot de digitale medische bibliotheek en relevante huisartsgeneeskundige sites
Het Erasmus MC biedt aios en opleiders een medewerkeraccount (microsectienummer) met een wachtwoord, waardoor een groot aantal (inter)nationale tijdschriften (zoals H&W, NTVG, NEJM, BMJ en Lancet) fulltext in te zien zijn. Dit geldt ook voor Cochrane reviews en Up To Date. Voor de fulltext weergave moet op de site van de Medische Bibliotheek worden 'ingelogd van elders' via de bijbehorende knop, of kan worden ingelogd via http://portal.erasmusmc.nl. Toegang tot deze bronnen is mogelijk vanaf thuis- en praktijkadres.

Voor de gehele opleidingsduur zijn de onderstaande bronnen verplicht (mag ook in vorm van e-book!) waarbij

  • de bronnen met de vetgedrukte onderstreepte titels bij de start van de opleiding moeten zijn aangeschaft door de aios en
  • de cursieve vetgedrukte titels in de opleidingspraktijk aanwezig moeten zijn:


  • Huisarts en Wetenschap (tijdschrift), Bohn, Stafleu van Loghum. Aios ontvangen dit tijdschrift via de SBOH en het staat op website van de Medische Bibliotheek;
  • NHG-Standaarden voor de huisarts http://nhg.artsennet.nl;
  • Farmacotherapeutisch Kompas http://www.farmacotherapeutischkompas.nl/;
  • Kaandorp, C.J.E., redactie. Klinische probleemstellingen, onderzoek en diagnostiek van 236 aandoeningen. Houten: Prelum uitgevers, 2012, ISBN 9085620422 / EAN 9789085620426 gratis via de Medische bibliotheek (13. Alle bronnen (A-Z)): http://www.klinischediagnostiek.nl;
  • Goudswaard AN, In ’t Veld CJ, Kramer WLM. Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten/Utrecht: Prelum Uitgevers BV, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2014. ISBN 9085621399 / EAN 9789085621393.
  • In ’t Veld CJ, Goudswaard AN, Dijkstra RF, et al. Handboek diagnostische verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten/Utrecht: Prelum Uitgevers BV, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2012. ISBN 9085621178 / EAN 9789085621171.
  • Scholten R.J.P.M., Offringa M., Assendelft W.J.J, Inleiding in evidence based medicine: klinisch handelen gebaseerd op bewijsmateriaal. Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2014 (4e druk). EAN 9789031399031;
  • Silverman J, Kurtz S, Draper J. Vaardig communiceren in de gezondheidszorg: een evidencebased benadering. Den Haag, Uitgeverij Boom Lemma, 2015 ISBN10 9462363595 / ISBN13 9789462363595. Ook als e-book verrkrijgbaar.
  • Eekhof J.A.H, Knuistingh Neven A, Opstelten W., redactie. Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Amsterdam: Reed Business Education, 2013 (6e geheel herziene druk). ISBN 9035235592 / EAN 9789035235595;
  • Eekhof J.A.H, Knuistingh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen bij kinderen. 2e druk. Amsterdam: Elsevier gezondheidszorg, 2009 ISBN 9035231236/ EAN 9789035231238;
  • Dijkers FW, Nijland A, in t Veld C.J. (red). Praktijkvoering in de huisartsgeneeskunde. 3e druk. Reed Business, 2012. ISBN 9035234383/ EAN 9789035234383. NB: dit boek heb je pas in het 3e opleidingsjaar nodig. We raden je aan het dan pas aan te schaffen om te voorkomen dat je een verouderde druk hebt. Je kunt het met korting bij docent Jeroen van Geffen verkrijgen (contant afrekenen);



Voor de gehele opleidingsduur worden de volgende tijdschriften aanbevolen:

  • Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (aangeboden via de SBOH)
  • Medisch Contact (automatisch bij lidmaatschap KNMG dat de aios van de SBOH krijgt)
  • British Journal of General Practice
  • Family Practice


Deze tijdschriften plus Huisarts en Wetenschap bevinden zich in de medische bibliotheek én zijn elektronisch te raadplegen.

Het lidmaatschap van het Nederlands Huisartsen Genootschap wordt zeer sterk aangeraden. Dit omvat een abonnement op Huisarts en Wetenschap en toezending van nieuwe standaarden bij verschijnen. Daarnaast wordt reductie gegeven op de toegang tot het jaarlijkse congres en de NHG-uitgaven.


Lijst van veel gebruikte boeken voor de Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets LKH en Kennis Over Vaardighedentoets KOV

boekenlijst LHK, gesorteerd op auteur (versie mei 2015)
boekenlijst LHK, gesorteerd op ICPC-code (versie mei 2015)
Deze lijst bevat boektitels en adressen van internetsites, die als naslagwerk kunnen dienen voor aios en huisartsen. De boekenlijst omvat tevens vakliteratuur ter voorbereiding op de LHK-toets en de KOV-toets. Deze wordt geactualiseerd en gepubliceerd op de website www.huisartsopleiding.nl. De Medische bibliotheek past op basis van deze lijst jaarlijks haar collectie aan.


Studiemateriaal opleiders
De boekenlijst voor opleiders versie januari 2015 van Huisartsopleiding Nederland bevat boektitels en internetadressen die in de huisartsopleidingspraktijk niet mogen ontbreken.
De lijst wordt jaarlijks geactualiseerd en gepubliceerd op de website www.huisartsopleiding.nl.


Versie juni 2011, Herman Bueving
Vastgesteld in het CTO 15 juni 2011
Aangepast in december 2015



[12/15]

Ongewenste omgangsvormen


Het opleidingsinstituut conformeert zich aan
het protocol van de SBOH ten aanzien van ongewenste omgangsvormen (2011).
U kunt dit document ook vinden op de website van de SBOH: http://www.sboh.nl

Specifiek ten aanzien van het omgaan met agressie, is er een leidraad opgesteld: zie hoofdstuk Leidraad agressie jegens een aios

Indien u ondersteuning wenst kunt u terecht bij onze vertrouwenspersoon: zie hoofdstuk Problemen en geschillen



[ 08 11]

Ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof valt onder de regeling arbeidsvoorwaarden van de SBOH en is te vinden op de site van de SBOH. Indien de aios in aanmerking komt voor deze regeling kan hij of zij ouderschapsverlof opnemen in goed overleg met de opleider en de planner van het opleidingsinstituut.

Zie hoofdstuk regeling arbeidsvoorwaarden

Problemen en geschillen



Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijven we de procedure bij problemen en geschillen. In het eerste geval betreft het werk-, opleidings- of privégerelateerde problemen die van invloed zijn op de opleiding van de aios, die een aios of (stage)opleider wil bespreken met een onafhankelijke persoon.
In het tweede geval kan een aios zich niet vinden in een besluit van het hoofd huisartsopleiding.

Heb je te maken met een klacht of een tuchtzaak, ga dan naar het hoofdstuk Klachten, de juridische plaats van aios en (stage)opleiders.

Problemen in de opleiding

Een onafhankelijk persoon
Als er een probleem ontstaat in de opleiding dan is de eerste stap dat het probleem met de direct betrokkenen wordt besproken. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, je het probleem (in eerste instantie) niet op formele wijze aan de orde wilt stellen (bv vanwege persoonlijke omstandigheden), je behoefte hebt aan onafhankelijk overleg/advies of aan bemiddeling, dan kun je je wenden tot de vertrouwenspersoon van de huisartsopleiding.

De vertrouwenspersoon is onafhankelijk, is goed op de hoogte van de huisartsopleiding en heeft als taak te adviseren, te begeleiden en/of te bemiddelen bij problemen die een aios of (stage)opleider bij hem/haar neerlegt. Hij neemt alleen problemen van een aios of (stage)opleider in behandeling die direct in verband staan met de huisartsopleiding. Hij gaat vertrouwelijk om met de informatie en houdt zich aan
het statuut vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon begeleidt en bemiddelt niet bij besluiten van het hoofd van de opleiding in het kader van de voortgang van de aios. Daarvoor geldt onderstaande paragraaf over geschillen. Daarnaast heeft hij niet de bevoegdheid om aangedragen problemen op te lossen en beslissingen te nemen. Hij treedt niet op in de plaats van regulier verantwoordelijke functionarissen en procedures, mengt zich niet in geschillen en treedt niet op als raadsman/vrouw.

Hoe doe ik een beroep op de vertrouwenspersoon?
Onze vertrouwenspersoon is Bavo van der Poel en is te bereiken via b.vanderpoel@erasmusmc.nl. Zijn vervanger is Ton Janssen, te bereiken via a.janssen@flakkee.net. Je kunt ook onze receptie bellen op 010 7030004 met de vraag of de vertrouwenspersoon je terug wil bellen.

Coaching en workshops
De bedrijfsarts van de SBOH kan coaching inschakelen.
Via het loopbaanbureau van de KNMG kun je workhops volgen zoals 'omgaan met moeilijke mensen' en 'onderhandelen met je opleider'. Ook biedt het KNMG-loopbaanbureau coaching aan, waardoor je onder andere meer inzicht krijgt in je persoonlijkheid.



Geschillen

Indien een aios zich niet kan vinden in een besluit van het hoofd van de huisartsopleiding kan er een onderling geschil ontstaan.
De eerste stap is om dit in onderling overleg op te lossen.

Mediation
Indien onderling overleg niet tot een oplossing leidt, moet er volgens de regelgeving binnen 4 weken na het ontstaan van het geschil gebruik worden gemaakt van een mediator of onafhankelijke bemiddelende partij. Bij overschrijding van deze termijn neemt de mediator of onafhankelijke bemiddelende partij het geschil niet in behandeling. De mediator of onafhankelijk bemiddelende partij tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan hem is voorgelegd af te ronden dan wel in der minne te schikken. De kosten van mediation of bemiddeling worden gezamenlijk en voor gelijke delen door partijen gedragen, tenzij bij de mediation of bemiddeling anders is overeengekomen.

Bij mediation gaan partijen die bij het besluit betrokken zijn, onder leiding van de mediator, met elkaar in gesprek om over en weer standpunten te verhelderen en een oplossing te vinden. Het belangrijkste daarbij is het herstellen van de communicatie om van daaruit gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor het bestaande probleem. De mediator toetst in een persoonlijk gesprek met de melder of de situatie geschikt is voor mediation. Als dat het geval is wordt ook met de andere betrokkene(n) een gesprek gevoerd. Als iedereen zich wil inzetten om de bestaande situatie te verbeteren kan de mediation van start gaan.

Elk van de betrokken partijen kan het geschil onbemiddelbaar verklaren door middel van een schriftelijke mededeling aan de andere betrokken partij. Zodra het geschil schriftelijk onbemiddelbaar is verklaard heeft de aios twee weken de tijd om het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig te maken (zie onderste paragraaf).
Op de website van de KNMG worden de volgende voorbeeld van een onbemiddelbaar geschil gegeven:

  • de bemiddeling werkt toe naar de beëindiging van de opleiding waar de aios het niet mee eens is
  • het geschil betreft de toepassing van regelgeving die op zich duidelijk is, maar waarmee de aios het niet eens is


Mediatoren
Er kan een beroep worden gedaan op een onafhankelijke mediator van het Erasmus MC:

Mw. A.C.M. de Kroon
Telefoon 010 7033415
a.dekroon@erasmusmc.nl
Aanwezig: maandag – dinsdag – donderdag

Het kan voorkomen dat er, na overleg met het instituut, behoefte is aan een externe mediator. Ook dat behoort tot de mogelijkheden. Mediatoren zijn te vinden op
www.nmi-mediation.nl.

Commissie voor Geschillen
Indien mediation niet lukt kan de aios binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken (dus acht weken nadat het geschil aan de mediator of onafhankelijke bemiddelende partij is voorgelegd) een schriftelijk verzoek aan de Commissie voor Geschillen voorleggen, zie
http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-herregistratie/Geschil-en-Bezwaar/Geschillencommissie-1.htm. Bij overschrijding van deze termijn neemt de commissie het verzoekschrift niet in behandeling.
Details over de procedure bij de Commissie voor Geschillen zijn opgenomen in het Reglement van orde van de Geschillencommissie (RvO) en in hoofdstuk V.2 van de Regeling Specialismen en profielen geneeskunst.


Vastgesteld in het MTHAO, september 2009
Nagezien door Herman Bueving in juni 2011
Aangepast in januari 2016

[01 16]

Toetsing en beoordeling


Landelijke richtlijnen

Richtlijnen op hoofdpunten:
Protocol toetsing en beoordeling - versie januari 2011, voor aios die na deze datum in opleiding kwamen
Protocol toetsing en beoordeling - versie december 2008, voor aios die vóór 2011 in opleiding kwamen

Concrete uitwerking van bovenstaande richtlijnen
Landelijk Toetsplan - versie maart 2011, voor aios die na deze datum in opleiding kwamen. Visiedocument op toetsen en beoordelen en een beschrijving van verplichte en optionele toetsen
NB De informatie over de kennistoets is niet actueel in het toetsplan. Ga daarvoor naar: de site van Huisartsopleiding Nederland

CompetentieBeoordelingLijsten (ComBeLs)
Vanaf de groepen die in september 2013 starten, werken we met digitaal in te vullen landelijke ComBeLs.
Er zijn voor ieder opleidingsjaar ComBeLs, waarmee (stage)opleiders hun oordeel over het functioneren van de aios onderbouwen en er is één ComBeL-docent, waarmee docenten hun oordeel over het functioneren van de aios onderbouwen.
Link naar de ComBeLs, te vinden op de website van Huisartsopleiding Nederland, onder de tab 'toetsing', 'toetsaanbod'

Registratieformulieren, checklist en verklaringen dienstdoen
Alle formulieren uit de Leidraaad Diensten zijn te downloaden van http://www.aiosopdehap.nl/ onder 'Leidraad Diensten'.


Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios MET een e-portfolio

Algemeen deel:

  • Het algemene deel uitvoeringsregeling toetsing en beoordeling wordt momenteel herschreven. Kijk voor de papieren regeling bij de paragraaf 'Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios zonder e-portfolio'


Voor het eerste jaar:


Voor het tweede jaar:


Voor het derde jaar:

  • De uitvoeringsregeling toetsing en beoordeling derde jaar wordt momenteel herschreven. Kijk voor de papieren regeling bij de paragraaf 'Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios zonder e-portfolio'



Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios ZONDER e-portfolio


Algemeen deel:
Algemeen deel uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling in de huisartsopleiding Rotterdam - versie maart 2015
Korte Patiëntcontact Beoordeling (KPB) - versie maart 2013
IOP-formulier
ComBeL docent, beoordeling door de docent - versie mei 2014

Voor het eerste jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het eerste opleidingsjaar - versie maartgroepen 2016
Regeling toetsing en beoordeling in het eerste opleidingsjaar - versie septembergroepen 2015
ComBeL 1e jaar, beoordeling door de opleider versie juli 2013
Regelgeving STARtclass, versie januari 2015. Te vinden op
http://www.scholamedica.nl/cursussen/spoedzorg-algemeen/startclass-huisartsgeneeskunde-aios-hi/reglement-aiosh-1

Voor het tweede jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het tweede opleidingsjaar - versie juni 2015
ComBeL 2e jaar stage Kliniek, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
ComBeL 2e jaar stage GGZ, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
ComBeL 2e jaar stage Chronische Zorg, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
Reglement STARtclass, versie januari 2015
Reglement theorietoets STARtclass, versie januari 2015
Reglement scenariotoets STARtclass, versie januari 2015. Te vinden op
http://www.scholamedica.nl/cursussen/spoedzorg-algemeen/startclass-huisartsgeneeskunde-aios-hii/reglement-aiosh
Bekwaamheidsverklaring SEH, versie juni 2011
KKB (Kliniek), KPB (GGZ) en KPB SOON (CZ) zijn te vinden op de onderwijsbank: https://www.hagrotterdam.nl/

Voor het derde jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het derde opleidingsjaar - versie maart 2015
Regeling toetsing en beoordeling in het derde opleidingsjaar - versie september 2014
ComBeL 3e jaar, beoordeling door de opleider - versie juli 2013



[03 16]

UZI-pas



Om toegang te kunnen hebben tot patiëntendossiers op de huisartsenpost en de praktijk hebben aios een UZI-pas nodig. Omdat de aanvraag vier tot zes weken duurt, adviseren we aios om dat zo snel mogelijk na de aanname bij de huisartsopleiding te doen. De pas kan worden aangevraagd bij het UZI-register en gedeclareerd bij de SBOH.
Eerst moet de aios abonnee worden, wat ca. 3 weken duurt. Pas daarna kan daadwerkelijk de UZI-pas worden aangevraagd, hetgeen nog ongeveer 1 week duurt. Voor het aanvragen van de UZI-pas heeft de aios een DigiD nodig.
De de SBOH heeft een handleiding voor de aanvraag van de UZI-pas op haar website staan.

NB: Omdat huisartsopleiding Erasmus MC heeft aangegeven dat de UZI-pas voor de aios onmisbaar is voor het volgen van de opleiding, hoef je geen brief van de huisartsenpost of opleider op te vragen!

Voor specifieke vragen verwijzen we je naar het UZI-register

Veelgestelde vragen:

  • Hoe lang is de UZI-pas geldig?

Drie jaar. Daarna moet je een nieuwe pas aanvragen. Hij wordt dus niet opnieuw 'opgeladen'.

  • ik heb reeds een UZI-pas vanuit mijn vorige werk, moet ik een nieuwe aanvragen?

Dat hangt ervan af of deze UZI-pas onder jouw eigen abonneenummer is geregistreerd (aangevraagd onder jouw abonneeregistratie). Als dit zo is, dan kun je hem ook in je werk als aios gebruiken.

  • heb ik voor iedere instelling een andere UZI-pas nodig?

Nee, als de pas onder jouw eigen abonneenummer is geregistreerd, dan kun je deze overal gebruiken.

  • hoe zit het met de UZI-pas na mijn afstuderen?

Op de pas staat de beroepstitel 'arts'. Voor het UZI-register maakt het niets uit en kun je er gewoon mee blijven werken zolang de drie jaren niet zijn verstreken. Als het systeem van de instelling waar je gaat werken van je eist dat er 'huisarts' op staat, dan zul je wel een nieuwe pas moeten aanvragen.



[03 16]

Vakantieregeling

In aanvulling op de regeling arbeidsvoorwaarden van de aios heeft de Huisartsopleiding Rotterdam de volgende uitvoeringsregeling vastgesteld:

  • Voor de aios met een 38-urige werkweek (fulltime): maximaal 6 weken vakantie (= 6×38 uur = 228 uur) per opleidingsjaar; wanneer een opleidingsjaar langer of korter duurt dan een jaar wordt dit aantal evenredig aangepast.
  • Vakantiedagen dienen in het betreffende opleidingsjaar te worden opgenomen. Als een aios door onvoorziene omstandigheden niet in staat zal zijn vakantiedagen op te nemen, dient hij onverwijld met het (plaatsvervangend) hoofd te bespreken hoe het restant aan vakantiedagen opgenomen kan worden. Dagen die in overleg met het (plaatsvervangend) hoofd naar het derde opleidingsjaar worden meegenomen, dienen na de laatste stage van de aios opgenomen te worden. De aios eindigt de opleiding dan met vakantie.
  • Bij deeltijdopleiding heeft men naar rato minder uren op te nemen (bij deeltijdpercentage 90% 6×34,2 uur = 205,2 uur; bij 84,2% 6×32 uur = 192 uur; bij 73,7% 6×28 uur = 168 uur).
  • Er kunnen maximaal 3 weken aaneengesloten worden opgenomen.
  • De aios spant zich aantoonbaar en tijdig (= minimaal 4 weken voor de vakantie) in om te bereiken dat hij en de (stage)opleider zoveel mogelijk tegelijk op vakantie zijn. Wanneer dit onvoldoende resultaat oplevert, én de aios heeft zich aantoonbaar en tijdig ingespannen, is het uiteindelijke besluit aan de aios.
  • Voor het eerste opleidingsjaar geldt:
    • De aios kan geen vakantie opnemen tijdens de eerste 6 weken van de opleiding.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen tijdens de STARtclass.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen in de zelfstandige periode.
  • Voor het tweede opleidingsjaar geldt:
    • de aios bespreekt zijn vakantieplannen met de stageopleider aan het begin van elke stage.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen tijdens de STARtclass.
    • als de aios een klinische stage van 3 maanden volgt die begint met de STARtclass, kan maximaal één week vakantie worden opgenomen.
    • vakantiedagen worden in principe naar rato van de duur van de stage opgenomen, waarbij om onderwijskundige redenen de volgende maxima gelden:


Duur van de stage Maximale duur vakantie
6 maanden 3 weken
4 maanden 2 weken
3 maanden 2 weken
2 maanden 1 week

(NB: combinaties zijn mogelijk, bijvoorbeeld: een 2-maandsstage eindigen met 1 week vakantie en daarna een 4-maandsstage beginnen met twee weken vakantie).

  • Vakantiedagen tijdens ziekte en zwangerschapsverlof blijven behouden. Tijdens het zwangerschapsverlof (16 weken) wordt 2 weken vakantie opgebouwd. De opleiding wordt als gevolg hiervan ook met 2 weken verlengd.
  • Vakanties worden door aios vastgelegd. De docenten toetsen deze gegevens op overeenstemming met deze uitvoeringsregeling.
  • Uitzonderingen op deze uitvoeringsregeling op grond van persoonlijke omstandigheden vergen de instemming van de docenten. Zij leggen dit voor toestemming voor aan het (plaatsvervangend) hoofd.



Vastgesteld door het CTO in september 2008,
bijgesteld op basis van de CAO per september 2009.
Nagekeken door Olof Lageweg in oktober 2011, opnieuw vastgesteld in het CTO van 19 oktober 2011




[04/16]

Vertrouwenspersoon



De huisartsopleiding heeft een vertrouwenspersoon waar aios en (stage)opleiders een beroep op kunnen doen.
In het hoofdstuk Problemen en geschillen staan de details.



Visie huisartsopleiding

Vrijstellingen



Per 1 januari 2015 gelden het gewijzigde Kaderbesluit en Besluit huisartsgeneeskunde 2009. De wijziging betreft de vrijstellingsregeling en verruimt de mogelijkheden voor het aanvragen van vrijstellingen.

Meer informatie is te vinden op de website van Huisartsopleiding Nederland: http://www.huisartsopleiding.nl/

KNMG-folder individualisering van de opleidingsduur

Zeeland- en Zeeuws Vlaanderen regeling


Naar aanleiding van een overleg tussen de Zeeuwse opleiders, de SBOH en de huisartsopleiding Rotterdam is de volgende regeling tot stand gekomen, die wordt uitgedeeld aan aios die het betreft:

Plaatsing in Zeeland

Een aios die geplaatst wordt in Zeeland waardoor hij/zij een reisafstand > 1 uur enkele reis heeft (per auto) vanaf zijn/haar woonplaats in de regio Rotterdam:

  • kan per praktijkdag een half uur reistijd als werktijd rekenen.
  • kan daardoor de ene week 3 dagen en de andere week 4 dagen werken in de praktijk (dit is exclusief compensatie diensten) bij een fulltime dienstverband. Daarnaast is er de wekelijkse terugkomdag in Rotterdam. Parttime werken is eveneens mogelijk.
  • kan later beginnen op de praktijkdag (maar zal dan langer doorgaan).
  • kan diensten in de eigen woonregio doen (de opleiding bemiddelt indien gewenst).

De eigen opleider moet instemmen met het uitbesteden van de diensten naar de eigen woonregio van de aios en begeleidt de aios bij minimaal 10 diensten in Zeeland óf draagt de opleidingsverantwoordelijkheid voor álle diensten over naar de vervangende opleider in de woonregio van de aios. Zie het Handboek Huisartsopleiding, hoofdstuk dienstdoen.

Plaatsing in Zeeuws Vlaanderen

Tot 01-09-2016 geldt: Een derdejaars aios die niet woonachtig is in Zeeuws Vlaanderen en geplaatst wordt in Zeeuws Vlaanderen:

  • kan gebruik maken van hierboven genoemde Zeelandregeling indien hij aan de voorwaarden voldoet.
  • kan, indien de plaatsen nog niet vergeven zijn, in aanmerking komen voor een bruto toeslag op het salaris van € 1000,- per maand op fulltime basis.
  • kan het gehele praktische deel van de opleiding in Zeeuws Vlaanderen volgen.
  • kan een uitgestelde toeslag krijgen: de eerste twee opleidingsjaren in Zeeuws Vlaanderen zonder woonachtig te zijn in Zeeuws Vlaanderen, betekent de garantie van een derdejaars opleidingsplek in Zeeuws Vlaanderen.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen om te begeleiden in het zoeken naar woonruimte en naar geschikt werk voor de partner.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen voor een werkgarantie voor minstens één jaar na het voltooien van de opleiding.

Vanaf 01-09-2016 geldt: Een aios die verhuist naar Zeeuws-Vlaanderen en met ingang van de start van het praktische deel van de opleiding ingeschreven is in de registers van de Burgerlijke Stand van een gemeente in Zeeuws-Vlaanderen:

  • kan het gehele praktische deel van de opleiding in Zeeuws Vlaanderen volgen.
  • kan, indien de plaatsen nog niet vergeven zijn, in aanmerking komen voor een bruto toeslag op het salaris van € 750,- per maand op fulltime basis. Deze toeslag vervalt als het praktische deel van de opleiding niet meer in Zeeuws-Vlaanderen wordt gevolgd en/of de aios niet meer woonachtig is in Zeeuws-Vlaanderen.
  • kan voor de verhuiskostenvergoeding van de SBOH in aanmerking komen indien aan de voorwaarden is voldaan.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen om te begeleiden in het zoeken naar woonruimte en naar geschikt werk voor de partner.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen voor een werkgarantie voor minstens één jaar na het voltooien van de opleiding.

De regeling is in samenspraak met de SBOH en de opleiders aldaar ingesteld om aios te stimuleren zich hier te vestigen in verband met de opvolgingsproblematiek van Zeeuws Vlaanderen.

Beide regelingen zijn globaal beschreven en dient in overleg tussen aios en opleider uitgevoerd te worden. Wanneer dit overleg niet leidt tot tevredenheid worden de groepsdocenten geraadpleegd en zonodig het (plaatsvervangend)hoofd.

Frits Bareman en Herman Bueving
december 2014, bijgesteld in mei 2016

[05 16]

Zwangerschap



Inleiding

Bij zwangerschap tijdens de huisartsopleiding zal de opleiding van de betreffende aios worden onderbroken, aangepast en verlengd. Dit betekent individuele aanpassingen van het curriculum van de aios. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat wij van de aios verwachten en wat de gevolgen zijn voor de opleiding. Aan het einde van dit hoofdstuk is er een link naar de (wettelijke) regelgeving over dit onderwerp.
In hoofdlijnen komen de veranderingen neer op:

  • een nieuwe opleidingspraktijk en opleider;
  • een nieuwe groep
  • aanpassingen van het IOS



Melding zwangerschap en bevallingsdatum

Melden aan wie hoe en wanneer

  1. De aios meldt haar zwangerschap mondeling aan de (stage)opleider en de planner van de huisartsopleiding.
  2. Het aanvraagformulier voor zwangerschapsverlof levert de aios in bij de afdeling personeelszaken van de SBOH. Daarbij vermeldt de aios de vermoedelijke bevallingsdatum.
  3. De aios meldt de uiteindelijke bevallingsdatum aan de SBOH, afdeling personeelszaken.



Zwangerschap en de opleiding

Het vervolg van de bovenstaande melding

  1. De planner stelt, na overleg met de aios, een aangepast programma op. Dit wordt voorgelegd aan de aios, de docenten en de jaarcoördinator(en). Ook legt hij de gegevens vast in het persoonsdossier van de aios én in het automatiseringssysteem van de opleiding (HAGSYS). De aios ontvangt een kopie.
  2. De SBOH geeft de door de bedrijfsvereniging vastgestelde datum einde zwangerschapsverlof door aan het instituut, waarna eventueel een tweede aanpassing van het programma volgt.


De gevolgen voor het eerste studiejaar

  1. De aios die terugkomt na een zwangerschap, wordt aan een nieuwe opleider gekoppeld die een praktijk heeft op redelijke reisafstand. Met de inzet van een nieuwe opleider benutten we onze opleiderscapaciteit maximaal.
  2. Wanneer er aanpassingen nodig zijn in diensten, dient de aios dit met de opleider te regelen. De aios bekijkt met de docent en de opleider of zij wel aan het vereiste aantal diensten komt. Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar). Eventueel volgt overleg met de aioscoördinator.
  3. Omdat aanpassing van het curriculum in het eerste studiejaar ook consequenties heeft voor de start en planning van het tweede en derde studiejaar, overlegt de planner met de jaarcoördinatoren hierover.


De gevolgen voor het tweede studiejaar

  1. De planner legt het aangepaste curriculum voor aan de jaarcoördinator.
  2. De jaarcoördinator of de planner regelt de gewijzigde afspraken met de betreffende stageopleiders. De stageplek is op redelijke reisafstand.
  3. De planner overlegt met de coördinator van het derde studiejaar over eventuele verschuiving van de start van het derde jaar ofwel inhalen van gemiste tweedejaarsperiode aan het eind van het derde jaar (het heeft overigens de voorkeur de opleiding af te sluiten met een huisartsstage).


De gevolgen voor het derde studiejaar

  1. De aios die terugkomt na een zwangerschap, wordt aan een nieuwe opleider gekoppeld. Daardoor benutten we onze opleiderscapaciteit maximaal. De praktijk is op redelijke reisafstand.
  2. Wanneer er aanpassingen nodig zijn in diensten, dient de aios dit met de opleider te regelen. De aios bekijkt met de docent en de opleider of zij wel aan het vereiste aantal diensten komt. Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar). Eventueel volgt overleg met de aioscoördinator.


De gevolgen voor deelname aan de groepen

Doordat de aios na een onderbreking van 16 weken uit fase loopt met de andere aios van de groep, wisselt de aios na het zwangerschapsverlof bijna altijd van groep.

  1. De planner houdt rekening met de volgende zaken bij het komen tot een voorstel voor indeling in een groep
    • de groepsgrootte en de opleidingsfase
    • het inhalen van langlopend onderwijs zoals supervisie of intervisie
    • het inhalen van cursorisch onderwijs
    • de indeling van de opleider in een workshopgroep
    • welke tweedejaarsstage nog moet worden gedaan
    • deelname aan toetsen
  2. De planner overlegt met de oorspronkelijke en nieuwe docenten en met de jaarcoördinatoren en doet een indelingsvoorstel aan de aios.
  3. De oorspronkelijke docenten dragen de aios over aan de nieuwe docenten. De aios maakt een afspraak voor kennismaking.
  4. Bij eventuele verschillen van mening wordt het voorstel aan de jaarcoördinator voorgelegd. Deze neemt, na zich terdege te hebben geïnformeerd, een besluit.



Regelgeving over werk en zwangerschap
Alle regelgeving over werk en zwangerschap (verlof, arbeidsverbod, arbeidstijden, diensten, borstvoeding, etc) vind je op de site van de Rijksoverheid.

  1. In de periode van 28 dagen voor de verwachte bevalling tot 42 dagen na de bevalling geldt een arbeidsverbod. De aios mag in deze periode geen werkzaamheden verrichten in het kader van de huisartsopleiding en ook niet deelnemen aan het terugkomdagonderwijs;
  2. Buiten deze periode kan een zwangere aios deelnemen aan dagdiensten tijdens het weekend. Vanaf de derde maand van de zwangerschap tot zes maanden na de bevallingsdatum is een aios niet verplicht om nachtdiensten te doen of overwerk te verrichten (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap). Als een aios gebruik wil maken van haar recht om in deze periode ook geen avonddienst te doen, moet zij dit aan de opleider verzoeken (klachtengerelateerd). Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar).
  3. In overleg kunnen extra pauzes worden ingelast van maximaal 1/8 deel van de dagelijkse werktijd;
  4. Het is mogelijk om het bevallingsverlof in deeltijd op te nemen. Het laatste deel van het bevallingsverlof wordt dan gespreid over maximaal 30 weken. (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap).
  5. Als het kind na de geboorte in het ziekenhuis wordt opgenomen, dan kan de aios in aanmerking komen voor een langer bevallingsverlof. (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap).
  6. Conform de CAO kan de aios na de geboorte van haar kind gedurende een periode van negen maanden in werktijd borstvoeding geven of kolven. De aios mag hiervoor maximaal een kwart van de werktijd gebruiken. Indien er gebruik gemaakt wordt van dit recht, kan dit gevolgen hebben voor de duur van de opleidingsperiode. Dit wordt per situatie, in overleg met de opleider en het opleidingsinstituut bekeken. Uitgangspunt hierbij is dat het aantal uren per week dat binnen werktijd aan borstvoeding besteed wordt én waarin geen sprake is van effectieve opleidingstijd voor betreffende periode in mindering wordt gebracht op het aantal aanstellingsuren.
  7. Bij de personeelsinformatie over zwangerschap geeft de SBOH ook aan hoe zij zwangere medewerkers zoveel mogelijk beschermt tegen mogelijke risico’s op de werkvloer die van invloed kunnen zijn op de zwangerschap en de gezondheid van het (ongeboren) kind. Zo raadt de SBOH het doen van nachtdiensten tijdens de zwangerschap ten zeerste af.



Ouderschapsverlof
De aios kan na overleg met het instituut en de opleider fulltime of parttime ouderschapsverlof aanvragen. Dit dient minimaal twee maanden van tevoren bij de SBOH te worden aangevraagd. Fulltime ouderschapsverlof houdt in dat de aios gedurende maximaal 26 weken niet werkt. Wij zullen per aios, afhankelijk van haar wensen en onze (onderwijskundige en logistieke) mogelijkheden afspraken maken over de duur van het ouderschapsverlof en een geschikt moment voor hervatting van de opleiding. De aios krijgt tijdens het fulltime ouderschapsverlof geen salaris. Zie De personeelsinformatie van de SBOH.
NB Ouderschapsverlof dat niet aansluit op het zwangerschapsverlof kan alleen in overleg met de jaarcoördinator worden opgenomen!


Kolven
De afdeling Huisartsgeneeskunde beschikt over een kolfruimte op de 19e verdieping van het NA-gebouw: ruimte NA 1905ka.


Bijlagen

Kaderbesluit CHVG (2011)

In het Kaderbesluit (17 feb 2011) zijn de algemene eisen van het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) opgenomen ten aanzien van

  • de opleiding tot huisarts
  • de erkenning als opleider, opleidingsinrichting en opleidingsinstituut voor de opleiding tot huisarts
  • registratie en herregistratie van huisartsen


Dit kaderbesluit is alleen van toepassing voor aios die vóór 1 januari 2013 zijn gestart met de opleiding.


[02 13]

ONDERLIGGENDE REGELGEVING uit het oude Handboek Huisartsopleiding

1 Regeling specialismen en profielen geneeskunst

Op de website van de KNMG, onder de tab 'Opleiding en (her)registratie' staat onder 'Alle regelgeving' de vigerende regelgeving voor de huisartsopleiding, waaronder de laatste versie van de 'Regeling specialismen en profielen geneeskunst'.

De Regeling specialismen en profielen geneeskunst (1 januari 2013) bevat

  • de bepalingen en samenstelling van het college, de registratiecommissie, de adviescommissie en de geschillencommissie
  • hun taken, bevoegdheden en werkwijzen



Disclaimer: We kijken regelmatig of het document niet is verouderd. Als je zeker wilt weten of dit de laatste versie is, kijk dan op de website van de KNMG.


[01 13]

2 Kaderbesluit CHVG

Op de website van de KNMG, onder de tab 'Opleiding en (her)registratie' staat onder 'Alle regelgeving' de vigerende regelgeving voor de huisartsopleiding, waaronder de laatste versie van het 'Kaderbesluit CHVG'.

In het
Kaderbesluit CHVG geldig vanaf 1 januari 2015
Kaderbesluit CHVG 1 januari 2013
zijn de algemene eisen van het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) opgenomen ten aanzien van

  • de opleiding tot huisarts
  • de erkenning als opleider, opleidingsinrichting of opleidingsinstituut voor de opleiding tot huisarts en
  • de registratie en herregistratie van huisartsen


overzicht van de 2015 aanpassingen in het Kaderbesluit CHVG, de specifieke besluiten en de beleidsregels RGS met de consequenties van de opleiding.

Disclaimer: We kijken regelmatig of het document niet is verouderd. Als je zeker wilt weten of dit de laatste versie is, kijk dan op de website van de KNMG.

Als je vóór 1 januari 2013 aan de opleiding bent begonnen klik dan hier.



[10 14]

3 Besluit Huisartsgeneeskunde CHVG

Op de website van de KNMG, onder de tab 'Opleiding en (her)registratie' staat onder 'Alle regelgeving' de vigerende regelgeving voor de huisartsopleiding, waaronder de laatste versie van het 'Besluit Huisartsgeneeskunde'.

In het besluit Huisartsgeneeskunde (1 januari 2013), zijn de opleidings-, erkenning- en (her)registratie-eisen van het College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten (CHVG) opgenomen ten aanzien van het specialisme huisartsgeneeskunde.

Disclaimer: We kijken regelmatig of het document niet is verouderd. Als je zeker wilt weten of dit de laatste versie is, kijk dan op de website van de KNMG.

Als je vóór 1 januari 2013 aan de opleiding bent begonnen klik dan hier.




[02 13]

3 Competentieprofiel en eindtermen

4 Beleidsregels RGS

Op de website van de KNMG, onder de tab 'Opleiding en (her)registratie' staat onder 'Alle regelgeving' de vigerende regelgeving voor de huisartsopleiding, waaronder de laatste versie van de 'Beleidsregels RGS'.

De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) is het orgaan voor (her)registratie, opleiding en erkenning.
Op 1 januari 2013 zijn drie registratiecommissies, namelijk de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC), Huisarts, Verpleeghuisarts en arts voor verstandelijk gehandicapten Registratie Commissie (HVRC) en de Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie (SGRC), samengevoegd tot één commissie: de RGS. Voor ons is de RGS dus de opvolger van de HVRC.

Beleidsregels RGS juni 2015

Disclaimer: We kijken regelmatig of het document niet is verouderd. Als je zeker wilt weten of dit de laatste versie is, kijk dan op de website van de KNMG.



[07 15]

5 Instituutsreglement

Het instituutsreglement beschrijft de belangrijkste regelingen voor de uitvoering van de Huisartsopleiding Erasmus MC in Rotterdam. In het reglement zijn belangrijke wederzijdse verplichtingen opgenomen in aanvulling op de landelijke regelgeving. Het reglement is bedoeld voor aios, (stage)opleiders, stage-inrichtingen en stafleden van de opleiding.

Instituutsreglement Huisartsopleiding ErasmusMC GOEDGEKEURDE VERSIE RGS 1 mei 2013

Aios die op 1 september 2013 reeds in opleiding waren kunnen zich ook beroepen op
Instituutsreglement Huisartsopleiding ErasmusMC GOEDGEKEURDE VERSIE HVRC 270509.pdf




[06 13]

5 Opleidingsplan

5 Raamcurriculum SVUH

In het Raamcurriculum (2005) operationaliseerden de acht opleidingsinstituten gezamenlijk de opleidingseisen. Het geeft de globale inhoud van het onderwijs aan en welke doelen op welk opleidingsmoment worden bereikt. Deze doelen staan omschreven in

  • het Competentieprofiel van de huisarts (in het document: bijlage 1),
  • het ‘Tussenprofiel jaar 1’ en het ‘Tussenprofiel jaar 2’ (in het document:bijlage 2).


Het Raamcurriculum is vastgesteld door de HVRC en biedt een uniform kader op basis waarvan de acht instituten ieder hun eigen opleidingsplan hebben uitgewerkt.

Farmaceutische industrie en de huisartsopleiding


Inleidend
De afdeling huisartsgeneeskunde Erasmus MC trof de regeling 'Gedragsregels voor omgang met de farmaceutische industrie'. In de huisartsopleiding komt het regelmatig voor dat er lastige situaties ontstaan in de omgang met vragen en aanbiedingen van de farmaceutische industrie. Vandaar dat hierover een standpunt wordt geformuleerd, welke een detaillering is van de afdelingsregeling. Bij het formuleren van dit standpunt zijn de volgende overwegingen betrokken:

  • De huisartsopleiding is gediend met een onafhankelijke positie ten opzichte van partijen die belangen hebben in de huisartsopleiding.
  • De overheid financiert de huisartsopleiding met het oogmerk om de huisartsopleiding onafhankelijk te maken van belangen van derden. Mede om dit doel te dienen zijn de huisartsopleidingen ondergebracht bij de Nederlandse universiteiten. Het toezicht op de huisartsopleiding is verzelfstandigd om ook de invloed van de overheid zelf beperkt te houden.
  • De farmaceutische industrie is een van de partijen die belangen heeft naar de huisartsopleiding toe die slechts ten dele overeenkomen met de belangen van de huisartsopleiding zelf.
  • De onafhankelijkheid van de huisartsopleiding dient zichtbaar te zijn.
  • Onderzoeksresultaten maken zeer aannemelijk dat (huis)artsen hun professionele gedrag irrationeel laten beïnvloeden door de farmaceutische industrie.1)


Handelen van de farmaceutische industrie in de praktijk

  • De farmaceutische industrieën doen veel om de aandacht te krijgen van de aios. Dit gebeurt onder andere
    • door het aanbieden van aantrekkelijke cadeautjes, dineetjes of dagjes uit
    • door het –doen- verzorgen van onderwijsprogramma's
    • door combinaties van i en ii
    • door het vragen om medewerking bij ‘onderzoek’
  • In de praktijk van de (stage)opleider en bij nascholingscursussen zien de aios hoe belangrijk de rol van de industrie is bij de nascholing van (huis)artsen.
  • Door een aantal farmaceutische industrieën wordt kwalitatief goede onderwijsprogramma's aangeboden.


Huisregels ten aanzien van de farmaceutische industrie

  • In de huisartsopleiding wordt aandacht besteed aan de relatie arts-farmaceutische industrie . Er wordt in het onderwijs ingegaan op de invloeden op het voorschrijfge­drag van de (huis)arts en op de wijze waarop de huisarts zijn/haar farmacotherapeutisch pakket ontwik­kelt en bewaakt.
  • Onze leer- en onderwijsmiddelen worden verworven zonder bijdragen van de farmaceutische industrie. Dit is ook van toepassing op hulpmiddelen (bijvoorbeeld fantomen) en nevenactiviteiten (bijvoorbeeld afstudeerbijeenkomsten)
  • Het aannemen van vergoedingen (in geld of in natura) door of namens aios of stafleden wanneer zij werken onder verantwoordelijk­heid van de huisartsopleiding, is verboden, ongeacht de gevraagde tegenprestatie.
  • Wanneer een aios of staflid ondanks het bovengestelde toch een relatie wil aangaan met de farmaceutische industrie, gebeurt dat in de vrije tijd of in een andere functie en wordt er geen gebruik gemaakt van de faciliteiten (zalen, porto, adresbestanden etc) van de huisartsopleiding. Van medewerkers wordt verwacht dat zij zich in hun andere functie houden aan de door de KNMG opstelde gedragsregels t.a.v. de farmaceutische industrie (zie bijlage 2 van de afdelingsregeling.
  • Bij twijfel over de te volgen gedragslijn, dient de desbetreffende jaarcoördinator of het hoofd huisartsoplei­ding geraadpleegd te worden.



MT-HAO, december 2000.
Tekstueel aangepast 31 maart 2009
Tekstueel aangepast 15 augustus 2011
Frits Bareman



[08/11]

Leidraad agressie jegens een aios



Inleiding

Wanneer een aios in de opleidingssituatie met agressie jegens zijn of haar persoon wordt geconfronteerd, in welke vorm dan ook, dan is dat vaak een ervaring met potentieel negatieve nawerking. Onderstaande procedure beoogt deze nawerking te verkleinen


Richtlijnen

  1. De aios meldt het voorval zo snel mogelijk aan de opleider én aan de docent(en) en (via de docent(en) of direct) aan het hoofd van de Huisartsopleiding.
  2. In samenspraak met elkaar bepalen de opleider en de aios of en zo ja welke maatregelen er jegens de dader(s) genomen worden, zoals het doen van aangifte bij de politie en het beëindigen van de arts-patiënt relatie met betrokkene(n).
  3. Op korte termijn vindt een gesprek plaats tussen aios en hoofd van de huisartsopleiding, bij voorkeur samen met de docent(en), waarin aan de orde komen:
    • de vraag of de aios persoonlijke hulp of begeleiding nodig denkt te/zou moeten hebben;
    • de vraag of in het kader van de opleiding maatregelen nodig zijn, zoals tijdelijke aanpassing van de opleiding(ssituatie), extra begeleiding van de aios, extra begeleiding van het koppel aios/opleider, (andere) initiatieven richting opleider (bijv. aanpassing(en) in de opleidingspraktijk), etc. NB: ziekmelden draagt vaak niet bij aan normalisering.;
    • de vraag hoe het voorval in de opleidingsgroep te bespreken of al besproken is en welke reacties dit geeft of gaf in de groep;
    • een aanbod voor vervolggesprekken tussen de betrokkenen van de huisartsopleiding en de aios over deze punten;
    • melden van het voorval aan de SBOH (zie punt 6.).
  4. Eveneens op korte termijn vindt een gesprek plaats tussen de betrokken opleider en het hoofd van de huisartsopleiding, bij voorkeur samen met de docent(en). In het gesprek met de opleider komen in ieder geval aan de orde:
    • de visie en reactie van de opleider op het gebeurde;
    • de vraag of in het kader van de opleiding maatregelen nodig zijn, zoals tijdelijke aanpassing van de opleiding(ssituatie), extra begeleiding van de aios, extra begeleiding van het koppel aios/opleider, aanpassing(en) in de opleidingspraktijk, (andere) initiatieven richting opleider en aios, etc.;
    • een aanbod voor vervolggesprekken van de huisartsopleiding met de opleider over deze punten.
  5. Het hoofd van de huisartsopleiding is verantwoordelijk voor c.q. maakt de procedurele afspraken hieromtrent tussen aios (resp. opleider) en de huisartsopleiding. Ook draagt het hoofd van de huisartsopleiding zorg voor vastlegging van de feitelijke gebeurtenissen (proces-verbaal indien voorhanden) resp. de beschrijving van het voorgevallene door aios en opleider, alsmede van de afspraken die ten aanzien van bovengenoemde punten zijn gemaakt en bewaakt, al dan niet samen met de docent(en), zonodig de voortgang van een en ander. Van alle gesprekken die de docent(en) in dit verband met de aios en/of de opleider voeren, wordt een verslag gemaakt, dat wordt toegevoegd aan het dossier van de aios resp. opleider.
  6. De SBOH heeft op zich genomen als meldpunt te fungeren voor aios die zich niet veilig voelen c.q. agressie ondervinden in de opleidingssituatie. De SBOH evalueert binnengekomen meldingen en belijkt aan de hand daarvan welk advies resp. juridische ondersteuning en/of begeleiding wenselijk en mogelijk is. Om die reden wordt elk voorval van agressie door de aios of het hoofd van de huisartsopleiding bij de SBOH gemeld.
  7. Bij aanpassing van de opleiding van de betreffende aios, of in andere gevallen waarin dat nodig wordt geacht, stelt het hoofd van de huisartsopleiding ook de HVRC op de hoogte van het voorval.



Adviezen over de omgang met een incident

  1. In het algemeen wordt het de aios sterk aangeraden om aangifte van het voorval te doen bij de politie. Het is belangrijk dat de opleider daarbij de aios steunt.
  2. Bureau Slachtofferhulp (Westblaak 136 Rotterdam, telefoon 0900-0101) kan steun bieden bij het doen van de aangifte en bemiddelt voor hulp bij emotionele en/of materiële schade. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven in Den Haag kan bij schade als gevolg van een geweldsmisdrijf uitkeringen doen zowel t.a.v. materiële als immmateriële schade.
  3. In principe onderneemt de huisartsopleiding geen therapeutische activiteiten richting aios, noch directe activiteiten die in enig verband staan met de juridische afwikkeling van het voorval. Wel wordt hierbij zoveel mogelijk steun geboden. Zonodig vindt hierover overleg plaats met de SBOH.
  4. Het verdient aanbeveling om aan het voorval aandacht te besteden in het stafoverleg van de huisartsopleiding.



Adviezen over het voorkómen van een incident

  1. Het verdient aanbeveling, dat de aios aan de opleider of diens achterwacht altijd laat weten op welk adres de aios een visite aflegt.
  2. Het verdient aanbeveling om, als de aios visitedienst doet in situaties die bedreigend zouden kunnen zijn ('s nachts in als `gevaarlijk' bekend staande wijken, etc.), de chauffeur mee te nemen.
  3. Indien er een verhoogde kans bestaat dat een zwangere aios in de praktijksituatie met agressie en geweld in aanraking komt, dienen de werkzaamheden tijdelijk te worden aangepast (zie het achtergronddocument 'Zwangerschap en reproductie: advies omgaan met risicofactoren zoals chemische en fysische factoren, werkdruk en stress'op de website van de SBOH).
  4. Tijdens het afdelingsonderwijs zal aandacht worden besteed aan het omgaan met agressie en bedreiging. Doelstellingen hierbij zijn aios te leren agressie vroegtijdig te herkennen en zo mogelijk te voorkomen resp. te leren hoe hiermee om te gaan.



Naar voorbeeld van het LUMC(2005),
aangepast door Frits Bareman april 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO 15 juni 2011



[06/11]

Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen

Procedure wisseling van opleiding



NB: Onderstaande regeling is niet meer geldig voor aios die in september 2015 of later zijn gestart met de opleiding!

Het komt af en toe voor dat artsen aan wie een opleidingsplaats is toegewezen vóór aanvang van de opleiding van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde willen ruilen. Daarnaast komt het voor dat een arts in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde tijdens de opleiding de opleiding aan een ander opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde wenst voort te zetten. Voor de ruiling voorafgaand aan de opleiding waren al afspraken gemaakt (notitie procedure bij ruiling opleidingsplaatsen). Nu de curricula aan de verschillende opleidingsinstituten huisartsgeneeskunde in grote lijnen uniform zijn en de selectieve beoordelingsprocedure volgens landelijke richtlijnen plaatsvindt, is het ook mogelijk om aan een verzoek tot wisseling van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde te voldoen. Deze notitie, die tot stand is gekomen na overleg van de Commissie van Uitvoering met de hoofden Huisartsopleiding, geeft de procedure aan voor beide situaties.

Uitgangspunten

  1. Ruiling van opleidingsplaats voorafgaand aan de opleiding en wisseling van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde tijdens de opleiding kan uitsluitend plaatsvinden op basis van belangrijke overwegingen, zulks ter beoordeling van het hoofd van de huisartsopleiding.
  2. Uitsluitend artsen in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde die de selectieve beoordeling aan het einde van het opleidingsjaar zonder problemen hebben doorlopen, komen in aanmerking voor wisseling tijdens de opleiding.
  3. Wisseling van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde kan uitsluitend plaatsvinden aan het eind van het eerste of het tweede opleidingsjaar.


Procedure

  1. Een arts aan wie een opleidingsplaats is toegewezen en die vóór het begin van de opleiding van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde wil wisselen dient een verzoek hiertoe zo spoedig mogelijk, in elk geval tenminste vier weken vóór aanvang van de opleiding, in bij het hoofd van de huisartsopleiding waar de opleiding zou plaatsvinden.
  2. Een aios die van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde wil wisselen dient tenminste drie maanden vóór het eind van het eerste of tweede opleidingsjaar een gemotiveerde aanvraag in bij het hoofd huisartsopleiding waar hij/zij in opleiding is; in de aanvraag dient te worden vermeld aan welk opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde de arts de opleiding wenst voort te zetten.
  3. Het hoofd van de huisartsopleidng waar de arts in opleiding zou komen c.q. in opleiding is, overlegt met het hoofd van de huisartsopleiding waar de arts de opleiding wenst te volgen c.q. voort te zetten.
  4. Indien beide hoofden instemmen met het verzoek, berichten zij dat beiden schriftelijk aan de aanvrager; in de brief staat vermeld dat het initiatief tot verandering van opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde is uitgegaan van de aanvrager en dat deze zich bij eventuele problemen niet kan beroepen op het gegeven dat de opleiding aanvankelijk aan een andere afdeling zou paatsvinden c.q. heeft plaatsgevonden.
  5. De hoofden verzoeken de aanvrager een kopie van de brief voor akkoord getekend te retourneren.
  6. De RGS wordt door beide hoofden op de hoogte gebracht.



HVRC, 2003
Versie maart 2007 Terminologie aangepast: 'Voortgangskwalificatie' vervangen door 'selectieve beoordeling aan het einde van het opleidingsjaar', 'haio' door 'aios' en 'afdeling Huisartsopleiding' door 'opleidingsinstituut huisartsgeneeskunde' Versie 2014: 'HVRC' vervangen door 'RGS'.
NB toegevoegd in dec 2015.

[12/15]

Regeling arbeidsvoorwaarden

De aios is in dienst van de Stichting Beroepsopleiding tot Huisarts (SBOH), niet van de huisartsopleiding. Alle arbeidsvoorwaarden, waaronder de Collectieve Arbeidsovereenkomst zijn te vinden op de site van de SBOH

De personeelsinformatie op deze site geeft artikelsgewijs een toelichting op de CAO. Daarnaast bevat de personeelsinformatie een samenvatting van het verzuimprotocol, waarin staat wat er van aios wordt verwacht bij ziekte.

Reglementen Adviescommissie en Geschillencommissie

Op de website van de KNMG, onder de tab 'Opleiding en (her)registratie' staat onder 'Alle regelgeving' de vigerende regelgeving voor de huisartsopleiding, waaronder de laatste versies van de 'Reglementen Adviescommissie en Geschillencommissie '.

De Geschillencommissie
De Geschillencommissie behandelt geschillen over de opleiding tussen een aios, opleider of opleidingsinstelling.
De Geschillencommissie behandelt een bezwaar of geschil volgens een daartoe vastgesteld reglement. Het Reglement Geschillencommissie is in overleg met de RGS opgesteld en geldt vanaf 1 januari 2013.

Reglement van orde Geschillencommissie, versie januari 2013

De Adviescommissie
De Adviescommissie behandelt bezwaren die gaan over individuele besluiten van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS). Dat kan bijvoorbeeld gaan om een besluit van de RGS om een specialist of een profielarts niet te herregistreren of om een opleidingsinstelling niet te erkennen.
De Adviescommissie behandelt een bezwaar of geschil volgens een daartoe vastgesteld reglement. Het Reglement Adviescommissie is in overleg met de RGS opgesteld en geldt vanaf 1 januari 2013.

Reglement van orde Adviescommissie, versie januari 2013


Disclaimer: We kijken regelmatig of het document niet is verouderd. Als je zeker wilt weten of dit de laatste versie is, kijk dan op de website van de KNMG.

[01 13]

Reglement selectiecommissies

Dit is een landelijk geldend reglement voor selectiecommissies ten behoeve van de toelating tot de huisartsopleiding.

Reglement selectiecommissies huisartsopleidingen versie september 2011.pdf
Reglement sollicitatiecommissies huisartsopleidingen versie september 2014.pdf, geldig vanaf 15 november 2014



[10 14]

STARtclass reglementen



Op de website van Schola Medica staan onder cursussen> spoedzorg alle relevante documenten over de STARtclass jaar 1 en jaar 2, inclusief de reglementen.




[06 14]

Verantwoordelijkheden m.b.t. de patiëntenzorg (HVRC)


Inleiding

De huisartsopleiding is een medische vervolgopleiding na het artsexamen. Deze opleiding is voor het grootste deel een praktijkopleiding waarbij de arts in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde (aios) 'leerwerkperioden' volgt in opleidingspraktijken en opleidingsinrichtingen. Tijdens deze leerwerkperioden neemt de aios deel aan de reguliere patiëntenzorg van de betreffende huisartspraktijk of inrichting (ziekenhuis, verpleeghuis, (A)GGZ-instelling, etc.). Het is van belang dat de verantwoordelijkheden van de diverse bij de opleiding betrokkenen met betrekking tot de patiëntenzorg goed zijn geregeld.

In het onderstaande worden deze verantwoordelijkheden beschreven van aios, opleider, Huisartsopleiding en tijdens de zogenoemde „externe leerwerkperioden” (ELWP-stages) in ziekenhuis, verpleeghuis en overige opleidingsinrichtingen.


De arts in opleiding tot specialist (huisartsgeneeskunde)

De eigen verantwoordelijkheid als arts
Om toegeIaten te worden tot de huisartsopleiding dient men te beschikken over een geldig artsdiploma. Dit diploma geeft de arts de bevoegdheid tot het 'uitoefenen van de geneeskunst in volle omvang'. In het kader van de wet BIG is de arts uitsluitend bevoegd tot het uitvoeren van voorbehouden handelingen, voorzover hij 2) redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk kunnen verrichten van de voorbehouden handeling.

Wat onder bekwaamheid moet worden verstaan wordt in de wet zelf niet nader uitgelegd. Wel kan worden gewezen op de professionele standaard. Artsen dienen conform deze standaard te handelen. In deze zin wordt de (basis)arts dan ook niet als bekwaam beschouwd om de huisartsgeneeskunde te bedrijven. Deze bekwaamheid moet door/tijdens de huisartsopleiding worden aangeleerd en verworven. Het doel van deze vervolgopleiding is om zelfstandig, overeenkomstig de medisch-professionele standaard van de huisarts (zoals het Basistakenpakket en de NHG-standaarden) patiëntenzorg te verlenen. Daarbij vormt het daadwerkelijk ervaring opdoen in de patiëntenzorg de essentie van de opleiding. De aios is dan ook tijdens de opleiding actief praktisch medisch werkzaam, onder begeleiding van een voor de opleiding erkende (stage)opleider. Daarbij blijft de eigen verantwoordelijkheid van de aios als arts gelden. De aios is aansprakelijk voor het eigen medisch handelen.

De verantwoordelijkheid als arts in opleiding
De arts in opleiding werkt onder begeleiding/supervisie. De aios behoort slechts die opdrachten te aanvaarden waarvan hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaamheid die is vereist voor het naar behoren uitvoeren van die opdracht. De aios dient voortdurend af te wegen of hij over voldoende bekwaamheid beschikt om de betreffende medische handeling te verrichten. Bij twijfel hieraan moet de aios van de voorgenomen medische handeling afzien en contact opnemen met de (stage)opleider. Dit geldt overigens niet bij noodzaak tot (onmiddellijk) medisch handelen, wanneer afzien en overleg ontoelaatbaar uitstel zou opleveren. Een probleem hierbij is dat de aios, juist door gebrek aan ervaring, de eigen bekwaamheid niet altijd adequaat kan beoordelen. Om die reden geldt gedurende de gehele opleiding dat de aios bij de geringste twijfel moet overleggen met de (stage)opleider. Daarbij dient de aios de aanwijzingen van de (stage)opleider te volgen.


De opleider

Randvoorwaarden
De verantwoordelijkheid van de opleider bestaat in de eerste plaats uit het (blijven) voldoen aan de eisen die gelden voor erkenning als opleider. Tussen opleider en afdeling Huisartsopleiding is daartoe een overeenkomst gesloten waarin de wederzijdse verwachtingen en verplichtingen ten aanzien van de opleiding zijn vastgelegd, onder andere het deelnemen aan de activiteiten die door de Huisartsopleiding worden georganiseerd in het kader van het opleiderschap.

Eindverantwoordelijkheid voor de patiëntenzorg
De opleider blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor de patiëntenzorg in de eigen praktijk. Het is de opleider die met een patiënt een behandelingsrelatie aangaat (of is aangegaan). Bij het nakomen daarvan maakt de opleider gebruik van de aios (in deze te beschouwen als hulppersoon): de opleider is de opdrachtgever, de aios de uitvoerder. De aios is weliswaar in beginsel verantwoordelijk voor alle handelingen, maar het is de verantwoordelijkheid van de opleider de bekwaamheid van de aios en de in dat licht gegeven opdrachten te bewaken. Doet de opleider dat onvoldoende, dan is hij (ten volle) aansprakelijk, nog afgezien van de vraag of de aios ter zake een verwijt kan worden gemaakt.

Begeleiding/supervisie
Gedurende het deel van de huisartsopleiding dat de aios doorbrengt in de opleidingspraktijk, is de aios actief praktisch medisch werkzaam onder begeleiding/supervisie van een voor de opleiding erkende opleider. De opleider heeft hierbij een eigen verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de aios. De begeleiding van het medisch handelen van de aios bestaat uit het nauwgezet controleren en zo nodig corrigeren van deze werkzaamheden. Een essentieel kenmerk van de opleidingssituatie is, dat er gedurende de gehele opleidingsperiode sprake is van begeleiding/supervisie, maar dat bij de mate van begeleiding rekening wordt gehouden met de toenemende bekwaamheid van de aios. De opleider kan zijn mandaat ten aanzien van de zelfstandigheid van de aios in de loop van de opleiding steeds verder verruimen.

Bereikbaarheid
De opleider moet op elk moment dat de aios werkzaamheden verricht in het kader van de opleiding, goed bereikbaar en beschikbaar zijn en zo nodig binnen de daartoe geëigende tijdsperiode ter plaatse aanwezig kunnen zijn. Naast „fysieke” bereikbaarheid, waartoe goed functionerende communicatie-apparatuur noodzakelijk is, moet de opleider op laagdrempelige wijze voor de aios te raadplegen zijn.

Beoordeling
In de loop van een opleidingsperiode moet de opleider de aios in de gelegenheid stellen in toenemende mate zelfstandig werkzaamheden als huisarts te verrichten. Het door de opleider daartoe verstrekte mandaat moet geleidelijk toenemen, op basis van opgebouwde bekwaamheid. Dit is vooral afhankelijk van de voortgang van de opleiding van de aios en zal voor bepaalde onderdelen van het huisartsenwerk (reguliere consulten, controlevisites, etc.) in het algemeen eerder gelden dan voor andere (bv. diensten, medische ingrepen en spoedvisites). Het is de verantwoordelijkheid van de opleider om regelmatig tijdens de opleiding aan de hand van een oordeel over het functioneren, de mate van zelfstandigheid van de aios vast te stellen en te bewaken. Hierbij moet de opleider zich houden aan de aanwijzingen die hiertoe door de Huisartsopleiding worden gegeven.

Zelfstandige periode
Vast onderdeel van de huisartsopleiding is de 'zelfstandige periode in de opleidingspraktijk' (in principe twee weken per jaar). Het is de bedoeling dat de aios gedurende deze periode met zo groot mogelijke, maar controleerbare zelfstandigheid alle voorkomende werkzaamheden in de opleidingspraktijk verricht c.q. „waarneemt” voor de opleider. De opleider dient de aios hiertoe als geschikt te beoordelen én moet zorg dragen voor het effectueren van de noodzakelijke randvoorwaarden. Dit betekent dat de taken als opleider op adequate wijze worden gedelegeerd aan een andere huisarts uit de omgeving: bij voorkeur een andere opleider, of indien dat niet mogelijk is, een huisarts die tenminste vijf jaar in de huisartspraktijk werkzaam is. Aan deze waarnemend opleider worden alle opleidingstaken en -verantwoordelijkheden van de hao gedelegeerd; met name wat betreft bereikbaarheid en beschikbaarheid. Het verdient aanbeveling dit schriftelijk vast te leggen. Ook hierbij dient de opleider de richtlijnen van de Huisartsopleiding te volgen.

Waarneming
Het is belangrijk dat de opleider aan de artsen met wie in het kader van een waarneemregeling wordt samengewerkt (in het algemeen de HAGRO), meldt dat onder zijn verantwoordelijkheid een aios aan de patiëntenzorg deelneemt. Bij eventuele bezwaren zal zonodig een nadere regeling getroffen moeten worden.


Instructie voor artsen in opleiding in de huisartspraktijk

Het is belangrijk dat, in navolging van de opleidingsinrichtingen, ook voor de huisartsopleidingspraktijken een 'instructie voor huisartsen in opleiding' wordt opgesteld, waarin de medische verantwoordelijkheden en bevoegdheden van op te leiden artsen en de opleider worden omschreven. Door de HVRC is daartoe een modelinstructie ontwikkeld en vastgesteld. De modelinstructie is de basis waarop opleider en aios de verantwoordelijkheden ten aanzien van de patiëntenzorg in de opleidingspraktijk vastleggen.


De Huisartsopleiding

De verantwoordelijkheid als opleidingsinstelling
De Huisartsopleiding is als onderdeel van de universitaire vakgroep huisartsgeneeskunde belast met het vormgeven aan de betreffende huisartsopleiding. Het hoofd van de afdeling is verantwoordelijk voor de organisatie, de inhoud en de kwaliteit van de opleiding. De aan de vakgroep verbonden hoogleraar huisartsgeneeskunde is eindverantwoordelijk. Eén van de taken van de afdeling betreft het vaststellen van de randvoorwaarden met betrekking tot vorm en inhoud van het praktisch gedeelte van de opleiding. De Huisartsopleiding zal in dat verband dan ook zorg dragen voor:

  • het verstrekken van goede informatie over de verantwoordelijkheden t.a.v. medisch handelen van aios, (stage)opleider en Huisartsopleiding;
  • het geven van duidelijke richtlijnen over de zelfstandigheid van de aios in opleidingspraktijken en -inrichtingen, met name m.b.t. het deelnemen aan diensten en het zelfstandig verrichten van medische werkzaamheden;
  • het faciliteren en bewaken van de evaluatie van de voortgang van de opleiding van de aios in de opleidingspraktijken;
  • het bewaken van het blijven voldoen van de (actieve) (stage)opleiders aan de hiertoe gestelde vereisten en het volgen van de aanwijzingen van de afdeling;
  • het aanbieden van didactische training en scholing aan (stage)opleiders.

Alle regelingen die verband houden met de verantwoordelijkheden t.a.v. medisch handelen in de huisartsopleiding zijn vastgelegd in het reglement van de afdeling (zonodig nader uitgewerkt in bijlagen), dat aan alle betrokkenen ter beschikking wordt gesteld.

De externe leerwerkperioden
Gedurende de ELWP-stages is de aios werkzaam in een ziekenhuis, verpleeghuis of bij andere instellingen zoals RIAGG's, CAO's etc. Tussen de Huisartsopleiding en de ELWP-inrichtingen is een overeenkomst gesloten waarin de wederzijdse verwachtingen en verplichtingen ten aanzien van de opleiding zijn vastgelegd. De aios werkt onder verantwoordelijkheid van de daartoe erkende stageopleider binnen het in de instelling aanwezige protocol waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van arts-assistenten in algemene zin zijn beschreven. Er dient een functieomschrijving voor de aios te zijn met een duidelijke instructie. Als voorbeeld kan dienen de modelinstructie voor arts-assistenten in het ziekenhuis (bijlage 2) en een modelinstructie voor verpleeghuisartsen in opleiding (bijlage 3).


Vastgesteld door de HVRC op 1 mei 1997

Literatuur

CHVG Besluit CHVG no. 1-1994 (Algemene Opleidingseisen Huisartsgeneeskunde).
    Medisch Contact 1994; 49: 964-70.
HVRC. Uitvoeringsregeling bij Besluit CHVG no. 1-1994.
    Medisch Contact 1994; 49: 971-5.
Berkestijn ThMg van, Doppegieter RMS, Kastelein WR, Legemaate J. Arts en aansprakelijkheid.
    Utrecht: Bunge, 1993.
Border MTh. Gezondheidsrecht in de praktijk.
    Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1993.
Leenen HJJ. Gezondheidsrecht voor opleidingen in de gezondheidszorg.
    Houten/Antwerpen: Bohn Stafleu Van Loghum, 1991.

Versie 2007: aangepaste terminologie (haio werd aios; hao werd opleider; afdeling Huisartsopleiding werd Huisartsopleiding)

Voorwaarden voor een dienstverband bij de SBOH

PRAKTIJKSTAGES EN TKD-ONDERWIJS uit het oude Handboek Huisartsopleiding

Afwezigheid van de (stage) opleider

Inleiding


In dit hoofdstuk beschrijven we de regels voor afwezigheid van de (stage)opleider tijdens de opleiding.
Regels voor waarneming door de aios (dat buiten de opleiding valt) staan in het hoofdstuk Waarneming door aios. Een aios is niet bevoegd om zonder formeel geregelde supervisie het vak van huisarts uit te oefenen.
Bij twijfel over de interpretatie van de regels dient de aios contact op te nemen met de docenten. Calamiteiten tijdens afwezigheid van de opleider moeten altijd gemeld worden aan het hoofd van de huisartsopleiding.

De opleiding tijdens afwezigheid van de huisartsopleider


Als de opleider afwezig is, moet er altijd een geregistreerde huisarts drempelloos bereikbaar én beschikbaar zijn voor consultatie en advies, desgewenst ook ten huize van de patiënt.
De aios werkt op die momenten zelfstandig met het doel te werken aan zijn competenties binnen zijn opleiding.

Zelfstandige week
De aios zal, in overleg met de opleider en de docenten, tijdens de eerste en tweede huisartsstage (respectievelijk opleidingsjaar 1 en 3) vijf aanééngesloten werkdagen zelfstandig in de praktijk werken. Ook aios die de opleiding part time volgen, doen de zelfstandige week op deze wijze. De opleider bereidt deze ‘zelfstandige week’ samen met de aios voor en evalueert deze. Tijdens de zelfstandige week is er geen terugkomdagonderwijs.
In het eerste opleidingsjaar hebben alle aios uit hetzelfde cohort gelijktijdig hun zelfstandige week. De data worden bepaald door het instituut. Alleen in uitzonderingsgevallen kan deze periode, na instemming van de docenten, per koppel in een afwijkende week worden geagendeerd.
In het derde opleidingsjaar is het aan het koppel om de data te kiezen.
Voor meer informatie: zie het hoofdstuk Zelfstandige perioden in de huisartspraktijk in dit handboek.

Zelfstandigheid tijdens het doen van diensten
De regels voor het zelfstandig dienst doen en hoe overdracht aan een waarnemend opleider plaats vindt, staan in het hoofdstuk Dienstdoen in dit Handboek Huisartsopleiding.

Langdurige afwezigheid van de opleider
Indien de huisartsopleider langer dan twee dagen afwezig is, dienen de opleider en de aios in overleg met de docenten te zorgen voor binnen de opleiding passende werkzaamheden voor de aios. Tijdens afwezigheid van de opleider volgt de aios een individueel programma. Opleider en aios stellen dit samen op en leggen dit vooraf aan docenten voor ter goedkeuring.
In (duo/groeps)praktijken waar meerdere huisartsopleiders werkzaam zijn, kan het individuele programma bestaan uit het blijven werken in de eigen praktijk, dan wel werkzaam zijn in de praktijk van de andere huisartsopleider. Dit vereist:

  • dat één andere opleider in de praktijk de taken en verantwoordelijkheden volledig waarneemt;
  • dat de docenten hiermee vooraf instemmen;
  • dat de bestaande opleidingscondities (bijvoorbeeld het aantal patiënten dat per uur gezien wordt door de aios) worden gehandhaafd.

Het is in een solopraktijk niet toegestaan dat de aios in de praktijk van de opleider werkt als deze langer dan twee dagen afwezig is.
De terugkomdag blijft bij afwezigheid van de opleider verplicht.

De opleiding tijdens afwezigheid van de stageopleider
Tijdens afwezigheid van de stageopleider (tijdens de klinische stage, de stage in de chronische zorg en die in de GGZ) dient iemand als achterwacht drempelloos beschikbaar te zijn. De stageopleider is er verantwoordelijk voor dat deze persoon daartoe gekwalificeerd is.

CTO januari 2011



[01 11]

Aios-mentoraat


Doelstelling aios-mentoraat
Het aios-mentoraat is de vorm voor de begeleiding van een aios wanneer zijn oorspronkelijke groep stopt en de aios door verlenging in een terugkomdagloze periode terecht komt. Verlenging door bijvoorbeeld deeltijd of om onderwijskundige reden vindt plaats in een aaneengesloten periode aan het einde van jaar 1 of als de aanleiding zich later voordoet aan het einde van jaar 3. Voor de terugkomdagloze periode krijgt een aios (met zijn opleider) een docentenkoppel toegewezen als mentor. Het aios-mentoraat is bedoeld om de verbinding tussen de aios en opleider met het instituut te behouden en contactmogelijkheden te bieden.

Voor de start

  • De planner deelt de aios die een terugkomdagloze periode tegemoet ziet in bij een docentenkoppel en informeert de betrokkenen hierover.
  • De docent maakt zowel met de aios als de opleider afspraken over een vast maandelijks contactmoment. Contactmomenten kunnen via de e-mail plaatsvinden, maar liever via de telefoon.
  • Een kort verslag van de gemaakte afspraken wordt door de docent toegevoegd aan het dossier.
  • De docent bespreekt het individueel opleidingsplan (IOP) met de aios, zodat de leerdoelen en verwachtingen voor de terugkomdagloze periode helder zijn.
  • De aios bespreekt zijn IOP met de opleider.

Tijdens het aios-mentoraat

Aandachtspunten voor aios-mentorgesprekken:

  • Coaching.
  • Bespreking van gehaalde en nog te behalen leerdoel(en).
  • Opleidingsrelatie tussen aios en opleider.
  • Frequentie contactmomenten aios en opleider.
  • Organisatorische zaken die aandacht vragen in deze fase van de (voortgangskwalificatieprocedure, ComBel, toetsen).
  • Behoefte van de aios/opleider nu er geen onderwijs/workshop is in een peergroep.

Ter afronding van het aios-mentoraat

  • Korte evaluatie door de docent met aios en opleider.
  • Afronding IOP en eventueel bespreking van de leerdoelen voor het nieuwe leerjaar.
  • Organisatorische zaken rondom de afronding van het betreffende jaar.



Lisette Dijkink en Olof Lageweg
Vastgesteld in het CTO van 18 februari 2014
[04 14]

Competentiegericht onderwijs


De huisartsopleiding biedt competentiegericht onderwijs aan, waarbij je kennis, vaardigheden, attitudes, eigenschappen en inzichten geïntegreerd leert te ontwikkelen binnen je beroepsmatig handelen. Daarom staat het opdoen van ervaringen in de praktijk en het leren hiervan centraal in de beroepsopleiding. Om je handelen te kunnen verantwoorden en om jezelf aan te leren op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen, biedt het competentiegerichte onderwijs je een degelijke wetenschappelijke en theoretische basis.

De basis is het competentieprofiel van de huisarts. De huisartsopleidingen in Nederland hebben dit in overleg met de beroepsgroep ontwikkeld in 2005. Het profiel is, net als bij andere opleidingen tot medisch specialist in westerse landen, afgeleid van het Canadese voorbeeld CanMEDS (1996). Het competentieprofiel bevat een omschrijving van samenhangende en overkoepelende bekwaamheden die nodig zijn om het huisartsenvak goed uit te voeren.

Sinds 2009 is er een geïntegreerd document met eindtermen. De eindtermen maken duidelijk welk domein van het huisartsgeneeskundig handelen aan de orde is en wat je concreet moet leren om de klacht of aandoening van de patiënt af te handelen. Omdat het huisartsenvak een breed terrein beslaat zijn er veel eindtermen. Dit geïntegreerde document geeft je een inhoudelijk kader om je leerproces richting te geven.

Hoe ga je competentiegericht leren?
Bij competentiegericht onderwijs is vooral van belang:

  1. Het leren aan de hand van een Individueel Opleidings Plan (IOP)
    Je stelt op basis van je ervaring en je leerbehoeftes je leerdoelen op. Zowel in de praktijk als op de terugkomdag werk je aan het realiseren van deze doelen. De opleider en jouw docenten volgen dit leerproces. In het hoofdstuk Individueel Opleidingsplan IOP staat meer informatie over het opstellen van een IOP.
  2. Het toetsen en beoordelen
    Geen opleiding zonder toetsing en beoordeling. De opleiding wil op verantwoorde wijze bekwame huisartsen afleveren en jij wilt weten aan welke competenties jij aandacht moet besteden voordat je jezelf een bekwame huisarts kunt noemen. In hoofdstuk Toetsing en beoordeling tref je het Landelijke protocol toetsing en beoordeling, het landelijke toetsplan en de Rotterdamse uitvoeringsregelingen aan.
  3. Een goede samenhang tussen het leren in de praktijk en het onderwijs van de terugkomdag
    Het onderwijs op de terugkomdag ondersteunt het leren in de praktijk. Alles wat je leert moet uiteindelijk vertaald worden naar jouw handelen als huisarts. Er zijn verschillende onderwijsvormen die dit proces, de vertaling van nieuwe inzichten naar de praktijk, bevorderen. Zo ontvang je ter voorbereiding van het onderwijs op de terugkomdag geregeld praktijkopdrachten, krijg je op de terugkomdag theoretische onderbouwing aangereikt, wissel je praktijkervaringen uit via het 'Leren van Ervaringen' en zul je regelmatig oefenen aan de hand van praktijksimulaties. Daardoor ontstaat er samenhang in het onderwijs.


Wat vraagt competentiegericht leren van je?
Competentiegericht leren vraagt het volgende van je:

  1. Actieve leerhouding
    Er wordt een groot beroep gedaan op je eigen verantwoordelijkheid om te leren een goede huisarts te worden. Uiteraard leer je zo zelfstandig mogelijk in de praktijk onder begeleiding van je opleider, maar ook studietaken en opdrachten pak je voortvarend aan. Deze actieve leerhouding is van belang om je tijdens je loopbaan als huisarts te blijven ontwikkelen.
  2. Bereidheid om feedback te ontvangen en te geven
    Wil je van jouw en andermans ervaringen kunnen leren dan is feedback essentieel. Je ontvangt feedback van je opleider en docenten maar ook van je collega's tijdens de terugkomdagen. Zo kunnen anderen van jouw ervaringen leren en jij van andermans ervaringen die zijn opgedaan in een één-op-één situatie met een patiënt of opleider. De reflectie op de ervaring kan leiden tot bewustwording, inzicht en nieuwe voornemens.
  3. Bereidheid om je wetenschappelijk te vormen
    Het geneeskundig handelen moet steunen op kennis en vaardigheden die zijn gebaseerd op wetenschappelijke bewijs. De in Evidence Based Medicine (EBM) geschoolde medicus weegt kritisch af op grond waarvan hij bepaalde keuzen in diagnostiek en behandeling maakt. Als huisarts is het belangrijk om over degelijke wetenschappelijke informatie te beschikken die door onafhankelijke onderzoekers is verzameld en toepasbaar is in de huisartsgeneeskundige situatie. Daarom is het van belang om de waarde van de wetenschappelijke bronnen te leren beoordelen om zodoende tot een goed gefundeerd huisartsgeneeskundig beleid te komen.



Voor meer informatie verwijzen wij je naar de volgende hoofdstukken:

Het competentieprofielzie het 'Competentieprofiel van de huisarts' op de website onder 'inhoud opleiding'
Competentieprofiel en eindtermen van de huisartszie de 'eindtermen huisartsopleiding' op de website onder 'inhoud opleiding'
Het IOPzie hoofdstuk 'Het Individueel Opleidingsplan'
Toetsing en beoordelingzie hoofdstuk Toetsing en beoordeling

Blanca Smit en Thérèse Brans
April 2006
Herzien in sept 2014

[09 14]

Dienstdoen



Inleiding

Dit hoofdstuk geeft aan wat de regels zijn voor het doen van diensten. Onder dienstdoen wordt verstaan dat de aios binnen de opleiding buiten reguliere werktijden patiëntenzorg verricht voor de patiënten van de huisartsenpost, van zijn opleider (en zijn waarneemverband) of van de stage-instelling.

In het eerste en derde opleidingsjaar doet een aios dienst binnen een huisartsendienstenstructuur (HDS), de bestuurlijke vorm van een huisartsenpost (HAP). De afstanden binnen het te werken gebied, de bekendheid met het gebied en de werkbelasting van het dienstdoen verschillen per HAP.

In het tweede opleidingsjaar doet een aios dienst tijdens gevaluteerde stages (spoedeisende hulp stages) en bij enkele niet gevaluteerde stages.

Voor elke dienst geldt

  • Het doen van dienst hoort binnen de onderwijssituatie, onder supervisie van de (stage)opleider of waarnemend (stage)opleider en met geleidelijk opklimmende verantwoordelijkheid, naar inschatting van de (stage)opleider.
  • De aios mag geen verantwoordelijkheid accepteren die hij of zij niet kan dragen en is hierop persoonlijk aanspreekbaar.


Positie van deze regeling


Het document leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost biedt informatie over de verantwoordelijkheden van de diverse 'spelers' op de huisartenposten en logistieke en organisatorische afspraken om de opleiding op de huisartsenpost zo goed mogelijk te laten verlopen.
Het document 'Dienstdoen op de huisartsenpost' beschrijft voor de aios die diensten gaat doen, de gang van zaken op de huisartsenpost in al zijn facetten.


Arbeidstijden, rusttijden en compensatie

Om de patiëntveiligheid en optimaal functioneren van de aios te waarborgen, zijn de volgende bepalingen van kracht:

  • De reguliere werktijden van de aios vallen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 uur en 18.00 uur (CAO SBOH 2015);
  • Een werkdag (inclusief voorafgaande of aansluitende dienst) duurt maximaal 12 uur (CAO SBOH 2015). Een avonddienst na of een nachtdienst voorafgaand aan een hele werkdag is dus niet mogelijk. Een korte werkdag kan wel;
  • Als er langer dan 5,5 uur wordt gewerkt, bestaat het recht op een pauze van minimaal 30 minuten. Deze mag worden opgesplitst in twee pauzes van minimaal 15 minuten (CAO SBOH 2015);
  • Het werk dat begint tussen 0.00 uur 's nachts en 06.00 uur ’s ochtends wordt tot de nachtdienst gerekend. Een nachtdienst kan maximaal 10 uur duren. Na een nachtdienst moet de rusttijd minimaal 14 uur zijn. Eens in de 7 dagen mag dit worden ingekort tot minimaal 8 uur (CAO SBOH 2015);
  • De wekelijkse rusttijd over een periode van 7 dagen is minimaal 36 uren per week. In een periode van 14 dagen is de aaneengesloten rustijd minimaal 72 uur. Deze periode mag gesplitst worden in twee perioden van minimaal 32 uur (CAO SBOH 2015);
  • Per 24 uur moet minimaal 11 aaneengesloten uren worden gerust. De dagelijkse rust mag eens in de 7 dagen worden ingekort tot minimaal 8 uur (CAO SBOH 2015).
  • Er is sprake van overuren als de aios in een tijdsbestek van zeven opeenvolgende dagen meer werkt dan zijn dienstverband. Deze uren worden bij voorkeur binnen 28 dagen in tijd gecompenseerd gedurende de lopende stage bij de opleider (CAO SBOH 2015).
  • Compensatie van diensten liefst aansluitend op een dienst, maar in overleg tussen de hao en aios kan er binnen de voorschriften voor de arbeidstijden en in afstemming met de praktijktijden, binnen 28 dagen worden gecompenseerd. Clustering van compensatie tot een meerdaagse afwezigheid of onderbreking van de praktijk (bijvoorbeeld ten behoeve van extra vakantie) is niet toegestaan;
  • In de periode van 28 dagen voor de verwachte bevalling tot 42 dagen na de bevalling geldt een arbeidsverbod. De aios mag in deze periode geen werkzaamheden verrichten in het kader van de huisartsopleiding en ook niet deelnemen aan het terugkomdagonderwijs;
  • Buiten deze periode kan een zwangere aios deelnemen aan dagdiensten tijdens het weekend. Vanaf de derde maand van de zwangerschap tot zes maanden na de bevallingsdatum is een aios niet verplicht om nachtdiensten te doen of overwerk te verrichten (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap). Als een aios gebruik wil maken van haar recht om in deze periode ook geen avonddienst te doen, moet zij dit aan de opleider verzoeken (klachtengerelateerd). Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar).


Om het rendement van het (terugkomdag)onderwijs te waarborgen zijn de volgende bepalingen van kracht:

  • Voorafgaand aan een terugkomdag of andere cursusdagen geen nachtdienst;
  • Volgend op een terugkomdag of andere cursusdagen pas avonddienst wanneer de terugkomdag is afgelopen en de aios heeft kunnen reizen naar zijn dienstplaats;
  • Geen dienst tijdens de ‘zelfstandige week’, het weekend daaraan voorafgaand en het weekend daarop volgend;



Aantal diensten


Aantal diensten aios in het eerste en derde opleidingsjaar:

  • Minimaal 20 diensten in het eerste opleidingsjaar. In het derde opleidingsjaar minimaal 20 indien de aios géén differentiatie heeft, 18 diensten indien de aios wél differentiatie heeft;
  • In het eerste jaar minstens twee nachtdiensten, vanwege de andere sfeer en andere problemen in de nacht;
  • Per 3 maanden maximaal 8 diensten van ten hoogste 9 uur (exclusief pauzes) waarvan maximaal 2 avonddiensten, maximaal 3 nachtdiensten en maximaal 3 weekenddiensten, tenzij de aios geen bezwaar heeft tegen een andere indeling (CAO SBOH 2015);
  • Indien er sprake is van deelname aan de diensten in een HDS die in een periode worden geclusterd en tijdens welke periode geen werkzaamheden worden verricht binnen de huisartspraktijk, geldt voor een periode van 3 maanden een maximum van 15 diensten van ten hoogste 9 uur (CAO SBOH 2015);


Aantal diensten aios in het tweede opleidingsjaar:

  • Tijdens gevaluteerde stages (spoedeisendehulp-stages) in het tweede jaar is het aantal diensten gekoppeld aan de dienstroosters van de stage-instelling. Maximaal 40% van het aantal werkuren mag worden besteed aan avond-, nacht- of weekenddiensten.
  • Tijdens niet-gevaluteerde stages in het tweede jaar (alle stages behalve de spoedeisende klinische stages):
    • maximaal één avonddienst, nachtdienst of avond plus nachtdienst per week (CAO SBOH 2015);
    • maximaal één weekenddienst per vier weken, die maximaal 24 uur achtereen bedraagt (CAO SBOH 2015);
    • over een periode van vier weken mag de totale werktijd (inclusief diensten) gemiddeld niet meer dan 41 uur per week bedragen. Alle meer gewerkte uren worden in tijd gecompenseerd tijdens het praktische deel van de opleiding. Deze compensatie dient in beginsel tijdens de lopende stage plaats te vinden (CAO SBOH 2015).


Aantal diensten huisartsopleider

  1. Een opleider begeleidt de aios bij minimaal de helft van zijn diensten, zodat er een gefundeerd oordeel kan worden gegeven over de voortgang;
  2. Voldoet de opleider aan deze norm dan is eventuele overdracht aan waarnemend opleiders ‘incidenteel’. Deze waarnemend opleider moet aanwezig zijn op de post. Zie leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost
  3. Voldoet een opleider niet aan deze norm, dus wordt ‘een substantieel aantal diensten’ overgedragen, dan wordt de opleidingsverantwoordelijkheid overgedragen. Het instituut stelt als norm dat de begeleiding moet worden overgedragen aan één waarnemend (lees beoordelend) opleider 1) die de aios bij minimaal de helft van zijn diensten in dit opleidingsjaar begeleidt. Voor de overige diensten geldt punt 2.
  4. Indien de opleider de aios bij minimaal de helft van zijn diensten begeleidt dan mag de opleider is staat worden geacht de aios te kunnen beoordelen en derhalve een verklaring van bekwaamheid af te geven. Bij twijfel kan de opleider overleggen met degene met wie de aios ook diensten gedaan heeft. Indien de opleider een substantieel aantal diensten overdraagt (punt 3), moet (volgens de leidraad) de opleidingsverantwoordelijkheid worden overgedragen en zal de waarnemende opleider de aios beoordelen en de verklaring van bekwaamheid afgeven. Naast deze waarnemende opleider ondertekent de eigen opleider de bekwaamheidssverklaringen, om aan te geven dat hij zich terdege heeft laten informeren over de kwaliteit van het functioneren van de aios tijdens de diensten.

NB

  • De opleider blijft er met de aios verantwoordelijk voor dat de aios aan zijn dienstennorm komt;
  • De aios moet akkoord gaan met de begeleiding door de waarnemend opleider;
  • Er moeten tussen de opleider en waarnemend opleider goede afspraken zijn over de begeleiding van aios en delegatie van taken (verklaring van overdracht);



Introductiecursus


Met alle huisartsenposten hebben we de afspraak gemaakt dat zij viermaal per jaar één introductiecursus bieden aan de aios die nieuw zijn op hun post. In deze cursus wordt uitleg gegeven over de inhoud van het dienstdoen, een rondleiding wordt gegeven en de aios kan kennismaken met functionarissen, het gebouw, de auto en de ICT. Per post is er een opleidingscoördinator aangesteld die deze cursus meestal samen met de locatiemanager of directeur verzorgt.
Omdat het erg belangrijk is dat aios in alle situaties op de huisartsenpost goed de weg weten, is het volgen van de introductiecursus verplicht. Ook in het derde jaar, tenzij de aios al eerder op deze specifieke post heeft gewerkt. Bijlage: Lijst met opleidingscoördinatoren.

Tip: Neem het initiatief om samen met de opleider te regelen dat de assistente op de post technische vaardigheden zoals hechten, oogboren en katheteriseren naar jou geleidt.

Zelfstandigheid en overdracht


Zelfstandigheid in het eerste en derde opleidingsjaar

  • Het streven is dat de aios na 6 tot 9 maanden in het eerste jaar zelfstandig als consultarts kan werken. Mits aan de voorwaarden uit hoofdstuk 15 van de Leidraad Dienstdoen is voldaan, hoeft de opleider niet lijfelijk aanwezig te zijn bij consultdiensten indien de aios hierin bekwaam is.
  • Bij de eerste twee diensten in het derde jaar observeert de opleider of de aios zelfstandig als consultarts kan werken.
  • Na 3 maanden in het 3e jaar wordt gekeken of hij zelfstandig als visitearts kan werken en halverwege het 3e jaar of hij zelfstandig als telefoonarts kan werken (deze functie bestaat niet op iedere post). Mits aan de voorwaarden uit hoofdstuk 15 van de Leidraad Dienstdoen is voldaan, hoeft de opleider niet lijfelijk aanwezig te zijn bij viste- en telefoondiensten indien de aios hierin bekwaam is. Bij visites kan dat betekenen dat de opleider op de post is en daar consultdienst doet.
  • Voor de laatste 3 maanden is het streven dat de aios zo zelfstandig mogelijk alle diensten doet.


De belangrijkste voorwaarden hierbij, uit hoofdstuk 15 van
leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost

  • De aios kan zelfstandig als consultarts, visitearts of telefoonarts werken als de betreffende bekwaamheidsverklaring door de opleider en aios is ondertekend en de HDS een kopie heeft;
  • Het koppel aios-opleider moet minimaal de productie van één huisarts leveren;
  • De opleider is bereikbaar en beschikbaar om bij te springen als de leidinggevende van de huisartsenpost het werktempo van de aios te laag vindt;
  • De opleiders is lijfelijk aanwezig bij aanvang van de dienst om de medewerkers op de huisartsenpost te informeren over de gemaakte afspraken en de bereikbaarheid;
  • Indien de aios instemt en het beleid van de HDS dit toestaat hoeft de opleider daarna niet lijfelijk aanwezig te zijn. Wel hebben aios en opleider overleg bij het afsluiten van de dienst.


Bekwaamheidsverklaringen
De bekwaamheidsverklaring voor consultarts-visitearts-telefoonarts wordt vanuit het e-portfolio digitaal geaccordeerd door de opleider. Het is de bedoeling dat de aios om een pdf of een schermafdruk van de geaccordeerde bekwaamheidsverklaringen maakt en deze naar de huisartsenpost mailt. Als er meerdere huisartsenposten onder de huisartsendienstenstructuur vallen, graag vermelden op welke huisartsenpost je werkzaam bent! De lijst met mailadressen van de huisartsenposten:

E-mailadres Locaties huisartsenposten
Hap Rijnmond support@haprijnmond.nl te IJsselland, SFG, Ruwaard en Zuid
RHP Drechtsteden RHD@asz.nl te Dordrecht
HAP Delft p.hasz@huisartsenpostdelft.nl te Delft
HAP Nieuwe Waterweg Noord j.kamsteeg@huisartsenpost-nwn.nl te Schiedam
HAP Gorinchem secr@huisartsenzorg.nu te Gorinchem
HAP Westland info@huisartsenpostwestland.nl te Naaldwijk
HAP Midden-Holland huisartsenpost@hapmh.nl te Gouda
HAP 't Hellegat info@haphellegat.nl te Klaaswaal en Dirksland
Hap West-Brabant secretariaat@hapwestbrabant.nl te Etten-Leur, Roosendaal, Oosterhout, Breda en Bergen op Zoom
HAP Zeeland info@shz.nl te Goes, Vlissingen en Zierikzee
HAP Nucleus secretariaat@nucleuszorg.nl te Terneuzen en Oostburg
SHPMB Tilburg scholing@chpmbr.nl te Tilburg
HAP SHOKO secretariaat@shoko.nl te Veldhoven en Valkenswaard
HAP HOV rooster@hapoostbrabant.nl te Zaltbommel


Overdracht van begeleiding
Als de opleider de begeleiding overdraagt aan een waarnemend opleider wordt de ‘Verklaring van overdracht van de begeleiding van een aios’ ingevuld zodat de waarnemend opleider een inschatting kan maken van de mate van zelfstandigheid van de aios en kan inspelen op de aandachtspunten. Zie de paragraaf 'aantal diensten huisartsopleider’.



Gewijzigd en opnieuw vastgesteld door het CTO in november 2010
De nieuwe Leidraad toegevoegd in november 2011
Aangepast in juli 2016


[07 16]

Differentiatieonderwijs


In het derde opleidingsjaar kan je differentiatieonderwijs volgen indien er geen voortgangsproblemen zijn, het past binnen je IOP, en de verwachting is dat je drie maanden voor het einde van de opleiding aan de competentievoorwaarden voldoet.
Op de website van Huisartsopleiding Nederland staat binnen de tab Onderwijs> Aios de algemene informatie.

Lokaal aanbod
Erasmus MC biedt twee maal per jaar (startdata eind september en eind maart)

Er zijn bij beide differentiaties 14 plekken die worden verdeeld op volgorde van inschrijving.

Landelijk aanbod
Daarnaast kunnen Rotterdamse aios deelnemen aan het differentiatieonderwijs van andere opleidingen, mits dit niet op een donderdag plaatsvindt. Op de site van Huisartsopleiding Nederland staat ook een overzicht van de landelijke differentiatie mogelijkheden. Er zijn verschillen in startdata en duur.

Aanvraagprocedure

  1. Wil je een differentiatie in Rotterdam of elders volgen, overleg met je groepsdocent of aan de voorwaarden is voldaan;
  2. Bij groen licht van je groepsdocent meld je dan aan bij Gerrit-Jan Vrielink, differentiatiecoördinator g.vrielink@erasmusmc.nl 010-7043281. Doe dit voor de Rotterdamse differentiaties vóór 1 augustus (start eind september) of vóór 1 februari (start eind maart) en voor andere differentiaties 3 maanden voor de start ervan;
  3. Bij groen licht van Gerrit-Jan Vrielink dan
    • ontvang je -indien je kiest voor een differentiatie in Rotterdam- een inlogcode voor de website van de differentiatie met algemene informatie, de inhoud van het onderwijs en de specifieke data
    • neemt - indien je elders je differentiatie wilt doen- het instituut van je keuze contact met je op.



Gerrit-Jan Vrielink differentiatiecoördinator en
Herman Bueving, coördinator derde jaar a.i.

Juli 2015
[07 15]

Euthanasie in de huisartsopleiding



Inleiding

In deze notitie wordt een positiebepaling van euthanasie in de huisartsopleiding geschetst en een aantal praktische regels geformuleerd. Aanleiding is de vraag van aios en (stage)opleiders naar een standpunt van de opleidingsinstituten inzake de voorbereiding en uitvoering van euthanasie in de huisartsopleiding. In ruime mate is gebruik gemaakt van de gedachten die de hoofden in een eerder stadium hierover op papier hebben gezet, en van de reacties uit de instituten op ons eerste concept.

Andere aspecten van de terminale zorg, zoals palliatieve therapie, blijven in deze notitie buiten beschouwing.


Formele aspecten

  • Iedere arts is bevoegd euthanasie uit te voeren.
  • De arts die de feitelijke handelingen die tot euthanasie leiden uitvoert, is persoonlijk verantwoordelijk en juridisch aansprakelijk voor de gehele procedure.
  • De (stage)opleider is mede verantwoordelijk en juridisch mede aansprakelijk voor het handelen van de aios, in die zin dat hij de taak als (stage)opleider adequaat moet vervullen en daarop kan worden aangesproken.
  • Bij euthanasie is dit a fortiori het geval, omdat hierbij een extra wettelijke toets achteraf bestaat: toetsing door de toetsingscommissie. Euthanasie is niet strafbaar mits aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Zo niet, dan wordt de zaak voorgelegd aan de Officier van Justitie. Voor de wettelijke zorgvuldigheidsregels: zie de brochure van WVS: 'Euthanasie, zorgvuldig van begin tot einde', alsook het 'Model verslag' (www.rijksoverheid.nl, zoeken onder "euthanasie").
  • De betreffende eindterm voor de huisartsopleiding (A20) luidt: De aios is in staat is om in reactie op een euthanasieverzoek, in samenspraak met de patiënt, tot een weloverwogen besluit te komen omtrent de uitvoering, en indien dat besluit positief uitvalt, de euthanasie procedure uit te voeren volgens de daarvoor geldende wettelijke regels. Hierna volgen nog specifieke eindtermen betreffende kennis en vaardigheden en aandachtspunten voor het onderwijs. Zie 'Competentieprofiel en eindtermen van de huisarts' op onze website.
  • De aios moet zich ook vrij voelen om te weigeren en weten hoe dan te handelen.



Praktische regels

De (stage)opleider speelt een belangrijke rol. In de eerste plaats zal de (stage)opleider met de aios in een leergesprek het thema euthanasie met al zijn facetten bespreken, met name ook zijn eigen standpunt betreffende euthanasie en zijn eigen gevoelens en emoties. Ook zal hij bij de aios nagaan hoe die erover denkt, of hij al een eigen standpunt heeft en zich daarvan bewust is, en hoe de aios denkt over het voorbereiden, bijwonen en eventueel zelf uitvoeren van de euthanasie.

In het algemeen ligt het voor de hand dat de (stage)opleider zelf de euthanasie uitvoert, om de aios niet te belasten met mogelijke juridische implicatie en emotionele gevolgen. Krijgt een aios te maken met een concreet euthanasieverzoek van een patiënt, dan is het denkbaar dat de aios (gezien het curriculum past dat het beste in het derde opleidingsjaar) de euthanasie met de (stage)opleider voorbereidt en zelf uitvoert, mits:

  • aan alle wettelijke voorschriften is voldaan;
  • de (stage)opleider en aios samen nagaan of de patiënt de voorkeur uitspreekt dat de aios de euthanasie begeleidt;
  • de (stage)opleider, aios en patiënt met de gang van zaken instemmen;
  • de (stage)opleider en de aios samen met de SCEN-arts overleggen en de formele aanvraag door hen beiden gebeurt;
  • de (stage)opleider ook bij de euthanasie aanwezig is;
  • de aios na de euthanasie goed wordt begeleid door de (stage)opleider;
  • de (stage)opleider het ziekteverslag mede ondertekent en aanwezig is bij het nagesprek met de gemeentelijk lijkschouwer;
  • de aios de voorbereidingen en ervaringen inbrengt in het Leren van Ervaringen.

De (stage)opleider dient te allen tijde zelf bereid te zijn de euthanasie uit te voeren!


Tenslotte

  • Het is belangrijk dat de aios zich de dilemma's realiseert, de eigen inzichten ten aanzien van euthanasie ontwikkelt, de juiste indicaties begrijpt, zich bewust is van de eigen weerstanden en weet hoe daarmee om te gaan.
  • Aanwezig zijn bij een euthanasie meemaken en zeker zelf uitvoeren is vaak dankbaar, maar vergt ook veel. We raden aios aan ruim de tijd te nemen en ruimte te nemen voor zelfzorg.



Nagezien door Herman Bueving, juni 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO van 3 augustus 2011
Aangepast d.d. december 2015, door Frits Bareman en Thérèse Brans, ism Alex van der Male

[12/15]

Indeling stages in het tweede opleidingsjaar


Algemeen
Het tweede jaar van de huisartsopleiding volgt de aios een stage van zes (of drie) maanden in een ziekenhuis en een stage van drie maanden in een instelling voor chronische zorg en/of een stage van drie maanden in een instelling voor psychiatrische problematiek en/of ten behoeve van een keuzestage in een andere instelling. De volgorde van deze stages kan variëren en de lengte wordt bepaald door de HVRC toegekende vrijstellingen. Voor de inhoud van de drie stages verwijzen we je naar het opleidingsplan.

Voorinformatie
Vier maanden voor de start van het tweede jaar bezoeken planner en coördinator de eerstejaars groepen om de aios te informeren over regelgeving, beleid, onderwijs en praktische zaken betreffende het tweede jaar. Een samenvatting van de informatie wordt uitgereikt.

De indeling
Het indelen naar stageplaats gebeurt minstens drie maanden voor de start van het tweede jaar, waarbij de volgende stappen worden doorlopen:

  • De planner inventariseert de voorkeuren van de aios voor een specifieke stage;
  • De planner maakt hierop een voorlopige indeling;
  • Het commentaar van de aios wordt verwerkt;
  • De tweedejaars coördinator fiatteert de indeling;
  • Definitieve indeling.

Er worden plaatsingsbrieven verzonden naar de instellingen. De aios ontvangt een plaatsingsformulier, een kopie van de plaatsingsbrief en informatie over waar de ComBeL en evaluatieformulieren te vinden zijn.

Informatie over de stageplaats
Van elke stageplaats bestaat een leerwerkplan, hierin vindt de aios informatie over de stageplaats. Ook kan hij een deel van de evaluaties inzien, gemaakt door de aios die daar het laatst werkten. Op de stageplaats zelf ligt een overdrachtsschriftje dat aios bijhouden.

Leerdoelen
Het is de bedoeling dat de aios een persoonlijk leerwerkplan opstelt aan de hand van het leerwerkplan van de instelling (te vinden op Blackboard), zijn Individuele Opleidings Plan (IOP) en de voor deze stage relevante rubrieken uit de eindtermen. Voor de GGZ-stage staan op Blackboard ook leerdoelen vermeld. De aios neemt dit persoonlijke leerwerkplan mee naar het kennismakingsgesprek met de stageopleider.

Kennismakingsgesprek
Neem een maand van te voren contact op met de stageopleider voor een kennismakingsgesprek. Zie de bijlage voor een lijst met punten voor dit gesprek.

Evaluatie
Aan het eind van de stage wordt het evaluatieformulier en het beoordelingsformulier met het advies ingevuld door de stageopleider. Dit formulier gaat naar de jaarcoördinator.



Elly de Heer en Olof Lageweg, juli 2011

[07/11]

Individueel OpleidingsPlan IOP, het

De huisartsopleidng is competentiegericht (zie het hoofdstuk competentiegericht onderwijs).

Een van de manieren om competentiegericht te leren is door het opstellen van een Individueel Opleiding Plan (IOP). Bij een IOP stel je op basis van je ervaring en je leerbehoeftes je leerdoelen op. Zowel in de praktijk als op de terugkomdag werk je aan het realiseren van deze doelen. De opleider en jouw docenten volgen dit leerproces.

Onderstaand tref je documenten aan over hoe je een IOP opstelt en hoe een opleider een aios kan begeleiden in het werken met een IOP.

IOP-formulier
Een IOP maken en bijstellen
Voorbeelden van IOPs
Coachen van de aios en zijn IOP: model en tips

Ook de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) heeft een handleiding ontwikkeld voor het opstellen van een Individueel opleidingsplan (IOP). Dit document is bedoeld als handvat voor opleider en aios die gezamenlijk een IOP willen opstellen: zie http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-herregistratie/RGS-1/Opleiding.htm

Blanca Smit, herzien in september 2014

[09/14]

Kennismakingsgesprek huisartsopleider en aios



Inleiding
In het eerste opleidingsjaar loopt een aios, voordat de opleiding begint, een volledige dag met de huisartsopleider mee waaraan hij na de koppelingsavond is gekoppeld. Tijdens het kennismakingsgesprek is het zowel voor de huisartsopleider als de aios prettig om gebruik te kunnen maken van een checklist. Zo kunnen beiden zich voorbereiden op het gesprek en achteraf checken of alles wat belangrijk is ook daadwerkelijk aan bod is geweest.
In eerste instantie gaat het erom om te besluiten of beiden samen aan de opleiding willen beginnen. In tweede instantie gaat het om het verkrijgen van inzicht in de opleidingssituatie in deze praktijk. Het besluit koppelt de aios terug aan de docenten.

Ook in het derde opleidingsjaar is een checklist bij het kennismakingsgesprek tussen de huisartsopleider en de aios zinvol, om alle punten de revue te laten passeren. De aios bezoekt eerst drie praktijken in het kader van de koppelingsprocedure. Nadat de koppeling heeft plaatsgevonden vindt het (uitgebreide) kennismakingsgesprek plaats, waarin de afspraken worden gemaakt.

Checklists
De SBOH heeft een model checklist ontwikkeld die een compilatie is van reeds bestaande checklists binnen de opleidingsinstituten en informatie van de SBOH zelf.


De huisartsopleiding Erasmus MC heeft hiervan een verkorte versie gemaakt.



CTO, versie april 2007
Aangepast door Hans Faddegon, april 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO 15 juni 2011

[06/11]

Koppelingsprocedure huisartsstages



De koppelingsprocedure voor het eerste opleidingsjaar staat beschreven in het document
'Procedure tot aan de start van de huisartsopleiding', versie juli 2016
Bijlagen:



De koppelingsprocedure voor het derde opleidingsjaar staat beschreven in het document
'De koppelingsprocedure in het derde jaar', versie augustus 2014




[07 16]

Leergesprek, het


Inleiding


Contacten met patiënten op de stageplaats zijn de belangrijkste leermomenten voor de aios. Naar aanleiding daarvan worden met de opleider dagelijks gesprekken gevoerd. Korte gesprekken tijdens de spreekuren en visites en langere gestructureerde gesprekken op een van tevoren vastgesteld tijdstip. In de huisartspraktijk zullen opleider en aios op deze wijze een uur per werkdag met elkaar spreken. Tijdens de stages in het tweede opleidingsjaar wordt minimaal één keer per week een lang leergesprek gevoerd. Geadviseerd wordt om deze gesprekken in te plannen op een tijdstip dat er zo weinig mogelijk kans op storingen bestaat en niet als sluitstuk van een werkdag.

Goede informatie hierover staat in “Het medisch ambacht, opleiden en leren in de praktijk van de (verpleeghuis)arts” van M. de Haan, P.M. Boendermaker en I.Hey. Hoofdstuk 3 paragraaf 3 behandelt het leergesprek. Hieronder worden in het kort een aantal “standaard leergesprekken” besproken. Evenals in bovengenoemd leerboek, maken we een onderscheid in taakgerichte, procesgerichte, persoonsgerichte en beoordelende leergesprekken.


Taakgerichte leergesprekken


Consultatie
Wanneer de aios tijdens een consult de hulp van de opleider inroept spreken we van consultatie. Dit zijn altijd belangrijke momenten, omdat de aios stuit op een hiaat in zijn kennis, vaardigheid of oordeelsvermogen. Opleider en aios zullen dit moment benutten door te sonderen waar precies het hiaat ligt. De aios zal trachten een zo duidelijk mogelijke vraag te stellen en de opleider zal zo mogelijk die vraag explorerend verhelderen en het eigen probleemoplossend vermogen van de aios trachten te bevorderen. Later zal het koppel op een rustiger moment (in een leergesprek) nog terugkomen op dit probleem en er zonodig een leertraject aan koppelen.

Dagrapportage
Vooral in het begin van de opleiding de belangrijkste gespreksvorm. Opleider en aios bespreken de consulten en visites die door de aios zijn gedaan. In het begin van de stage zullen alle contacten worden besproken. Geleidelijk aan zullen alleen die contacten worden besproken, welke door de aios als mogelijk problematisch werden ervaren of welke de opleider graag wil bespreken. Ook is het mogelijk om een meer steekproefsgewijze aanpak te kiezen, bijvoorbeeld ieder vijfde contact bespreken.

Consultbespreking
Het komt regelmatig voor dat een patiëntencontact aanleiding geeft om er dieper op in te gaan. Er kan dan reflectie plaatsvinden bijvoorbeeld op het functioneren van de aios, op de aanpak van de opleider, op het probleem van de patiënt, op medisch-ethische aspecten, op klinisch redeneren, op praktijkmanagement.

Bespreking van de consultvoering (video)
Van de aios wordt verwacht dat hij gedurende de gehele huisartsstage consulten op video opneemt en (zelf) bekijkt. Regelmatig wordt ook in het leergesprek aandacht besteed aan consultvoering. Opleider en aios bekijken samen (delen van) een consult en opleider geeft feedback op het getoonde. Er kan dan gebruik worden gemaakt van beoordelingsinstrumenten, die door de afdeling huisartsgeneeskunde worden aangereikt zoals de MAASglobaal en de Video Toets Plus.

Themagesprek
Themagesprekken zijn leergesprekken waarin een wat groter onderwerp uitvoerig wordt besproken. Dat kan een NHG-standaard zijn, maar ook onderwerpen als euthanasiebeleid, omgaan met industrie, omgaan met fouten enz. Deze gesprekken krijgen extra waarde wanneer zowel aios als opleider zich er tevoren op hebben voorbereid. Onderwerp en tijdstip dienen daarom ook ruim tevoren te zijn afgesproken.


Procesgerichte leergesprekken


IOP-gesprek
Om het leerproces van de aios meer te structureren wordt gebruik gemaakt van Individuele Leerplannen (IOP’s), zie het hoofdstuk Competentiegericht Onderwijs. De opleider stimuleert de aios tot het vaststellen van IOP’s , houdt zicht op het verloop door middel van tussentijdse begeleidingsgesprekken en toetst uiteindelijk of de einddoelen gehaald zijn in evaluatieve gesprekken.


Persoonsgerichte leergesprekken


Het explorerende gesprek
Hierbij gaat het om de persoon en de beleving van de aios. Niet het medisch handelen staat centraal, maar houding, emoties, normen en waarden van de aios in bepaalde situaties. De opleider houdt de aios een spiegel voor en zet aan tot reflectie op eigen functioneren. De opleider gaat hierbij explorerend te werk, waarbij luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD) wordt benut. Bij doorvragen gaat het dan vooral om het stellen van open vragen.


Beoordelende leergesprekken


Voortgangsgesprek
Opleider en aios dienen regelmatig (iedere drie maanden) de voortgang van de aios te bespreken, zie het hoofdstuk Toetsing en Beoordeling. Om dit zo concreet en volledig mogelijk te laten gebeuren wordt hiervoor door de afdeling huisartsgeneeskunde een format geleverd inclusief een gespreksagenda, een lijst van voorbereidende activiteiten en een verslagformulier. Een belangrijk instrument bij de voorbereiding is de Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL). Deze dient in de huisartsstage vier keer per jaar te worden ingevuld en besproken. Uit de voortgangsgesprekken komen automatisch weer nieuwe IOP’s voort.

Beoordelingsgesprek
Aan het eind van de stage vindt een specifiek voortgangsgesprek plaats: het beoordelingsgesprek, zie het hoofdstuk Toetsing en Beoordeling. Ook hierbij wordt ter voorbereiding gebruik gemaakt van de ComBeL.


Bavo van der Poel, oktober 2009
Nagezien door Herman Bueving, juni 2011

[06/11]

Leerwerkplan binnen de huisartsstage


Aan de hand van het sjabloon LeerWerkPlan versie november 2015
maakt de opleider een beschrijving van zijn of haar praktijk en wat een aios kan leren tijdens deze stage.
Toelichting op het sjabloon LeerWerkPlan.

[07 16]

Masterclass, de



Inleiding


Voor een klein deel van de aios bestaat de mogelijkheid voor kennisinhoudelijke verdieping in een masterclass. Zij zijn bereid zich daarvoor gedurende een bepaalde periode extra in te zetten boven het niveau dat van alle aios wordt gevraagd.
In de masterclass werken geselecteerde aios ieder aan een werkstuk, een tastbaar en overdraagbaar product dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het vak huisartsgeneeskunde. De verdieping wordt bereikt via de methode van begeleide zelfwerkzaamheid.

De masterclass wordt begeleid door mw. A.P. Verhagen en dhr. P.J.E. Bindels. Er is plek voor 2 tot 4 aios per startdatum. Momenteel zijn er 2 masterclass-groepen, elk bestaand uit 3 aios.


Hoe meld ik me aan voor de masterclass?


Als aios kun je je niet zelf aanmelden voor de masterclass. De docenten worden uitgenodigd om -gemotiveerd- excellente aios voor te dragen die rond het eind van het eerste studiejaar zijn. Voor de sollicitatieprocedure van de masterclass worden de volgende criteria voor uitstekend functioneren van de aios gehanteerd:

  • een actieve deelname aan alle delen van het onderwijs op de terugkomdagen;
  • goede prestaties, o.a. kennis van zaken, uitvoeren van voornemens, voldoende of goede score op de diverse toetsen (kennistoets, vaardighedentoets, consultvoerings-toets, pico-referaat);
  • uitstekende beoordeling door de docenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde, goede prestaties genoteerd bij de diverse evaluatiemomenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde (eventueel doordat de docenten vergelijken met eerder opgeleide aios);
  • uitstekende beoordeling door de huisartsopleider, goede prestaties genoteerd bij de diverse evaluatiemomenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde (eventueel doordat de hao vergelijkt met eerder opgeleide aios);

Daarnaast worden de volgende criteria voor de motivatie van de aios gehanteerd:

  • de bereidheid zich verder te bekwamen in het vastgestelde onderwerp van de masterclass;
  • de bereidheid om energie en tijd in de masterclass te steken.

Een voordracht van de docenten leidt niet automatisch tot plaatsing. Na de voordracht solliciteert de aios bij een commissie bestaande uit het hoofd huisartsopleiding en de docent(en) onder leiding van P.J.E. Bindels.


De inhoud van het werkstuk


Het onderwerp van de masterclass hetzij wordt vooraf bepaald hetzij komt in overleg tot stand tijdens de eerste bijeenkomsten.

De inhoud van het werken van (huis)artsen kan worden omschreven met het begrip het geneeskundig proces, de telkens doorlopen cyclus van hulpvraag, anamnese, onderzoek, beleid en follow-up. Besliskundig geredeneerd begint de rationale van het hele geneeskundige proces aan het eind, bij de therapeutische mogelijkheden. Deze sturen de zin en onzin van de daaraan voorafgaande stappen. De grenzen van de kennis over het beleid bepalen bijvoorbeeld de wijze waarop een (huis)arts met het begrip /verwijzen/ omgaat. Als hij of zij veel weet over de mogelijkheden voor beleid, gebeurt de eigen diagnostiek efficiënter en de voorlichting over de verwijzing duidelijker en kwalitatief beter dan wanneer dit niet het geval is. Het hele geneeskundige proces alsmede de patiënt en de arts zijn daarbij gebaat.

In het werkstuk laat de aios zien wat een zinvol geneeskundig proces zou moeten zijn bij een bepaalde in de huisartspraktijk veel voorkomende (groep) aandoening(en). Deze zinvolheid wordt verhelderd door een evidence based onderbouwing vanuit de literatuur en zo nodig aangevuld door rationeel beargumenteerde handelwijzen.

Om op efficiënte wijze zo snel mogelijk tot een hoge kwaliteit te komen wordt bij voorkeur begonnen met onderwerpen waarover in de vakgroep al hoogwaardige expertise aanwezig is.


De vorm van het werkstuk


De vorm van het werkstuk is die van een publiceerbaar artikel. Gewerkt wordt aan bv een systematische review, een klinische les of beschouwing. Een Engelstalig artikel is het mooist, maar mikken op het NTvG of H&W is een goed alternatief.


Tijdsinvestering


Afhankelijk van de grootte van het onderwerp zal iedere aios zes tot tien zittingen bijwonen. Hij zal gedurende 6-12 maanden aan het werkstuk werken, waarbij er op een tijdsbelasting van een halve dag per week gerekend dient te worden. Deels zal de huisartsopleiding deze tijd actief vrijmaken ten koste van de stagetijd, deels zal de aios hiervoor zelf studietijd vrij moeten maken.


Werkwijze


  • De masterclass wordt op vaste tijden gegeven en bestaat uit het samenkomen van de aios met de docent(en). Iedere aios doet in deze zittingen verslag van zijn of haar vorderingen.
  • Tijdens de bijeenkomst worden enkele tevoren bestudeerde hoofdstukken besproken uit het boek Praktische Epidemiologie, specifiek gericht op de huisartsenpraktijk.
  • De aios committeert zich aan een bepaalde productie en een bepaalde tijd. Bij tussentijds niet voldoen aan de productiekwaliteit of snelheid verlaat de aios de masterclass. Dit ter beoordeling door de docent(en); er zijn geen beroepsmogelijkheden.
  • De eindtoets is de publicatie van het artikel.





Dit hoofdstuk wordt beheerd door P.J.E. Bindels en T.Brans.
Oktober 2010


[10 10]

NHG-standaarden in de huisartsopleiding



Inleiding

NHG-standaarden bevatten richtlijnen voor de behandeling en diagnostiek van een groot aantal aandoeningen die zich kunnen aandienen in de huisartsenpraktijk. Het gaat daarbij om een bundeling van adviezen om de kwaliteit van het medisch handelen te verbeteren. De standaarden zijn gebaseerd op Evidence Based Medicine, dus op wetenschap of -bij gebrek aan beter- ervaring. Dit hoofdstuk geeft aan waarom we onderwijs bieden in de standaarden en hoe we dat doen.

Doel

De aios heeft kennis van de NHG-standaarden, hanteert ze kritisch, heeft inzicht in de wijze waarop de standaarden tot stand komen en heeft inzicht in de (wetenschappelijke) verantwoording ervan.

Werkwijze

De aios bestudeert de NHG-standaarden zelfstandig. Vervolgens bespreekt de aios een deel van de standaarden met de opleider, een deel wordt uitgediept binnen het terugkomdagonderwijs en een deel is zelfstudie. Het leren in de praktijk (het ervaringsleren) staat centraal. Uit het overzicht van een standaard curriculum, dat een bijlage is van het opleidingsplan, wordt duidelijk in welk kwartaal welke NHG-standaarden aan bod komen (onderverdeeld in bespreking met de opleider, op de terugkomdag en door zelfstudie).

1. Bespreking met de opleider
Een groot deel van de standaarden komt in de opleidingspraktijk en bij voorkeur in het eerste jaar aan de orde. Het zijn, vooral in het eerste jaar, belangrijke onderwerpen voor de leergesprekken tussen de opleider en de aios. Criteria om een standaard als onderwerp van een leergesprek te kiezen zijn:

  • de behandelde problematiek doet zich recent en/of veelvuldig voor
  • het huisartsgeneeskundig handelen is duidelijk afwijkend van hetgeen in de basisopleiding aan de orde is
  • het door de standaard voorgestelde beleid wijkt af van het beleid in deze praktijk
  • de aios blijkt de standaard onvoldoende te beheersen
  • er is recent een nieuwe standaard of een herziening van een bestaande standaard uitgekomen
  • de standaard is te ingewikkeld voor alleen zelfstudie
  • de standaard komt niet meer uitgebreid terug op de terugkomdag


2. Verdieping tijdens de terugkomdag
De docent van de terugkomdag verzorgt onderwijs aan de hand van of over een deel van de standaarden. Daarbij gaat het om verdieping van de reeds bestudeerde standaarden. De standaarden corresponderen met onderwijsprogramma's. Criteria om standaarden te bespreken tijdens het terugkomdagonderwijs zijn:

  • de standaard is veelomvattend
  • de aios worden snel en veelvuldig met deze problematiek geconfronteerd
  • de aios worden weinig met deze problematiek geconfronteerd
  • de richtlijnen van deze standaard wijken (sterk) af van de huidige praktijkvoering
  • er zijn specifieke problemen met deze standaard
  • de uitvoering van de standaard wordt in de praktijk verschillend toegepast

De wetenschappelijke verantwoording van de standaarden komen onder andere in het onderwijs over EBM terug.

3. Zelfstudie
Een deel van de standaarden maakt de aios zich geheel eigen door zelfstudie




Blanca Smit, Thérèse Brans, herzien sept 2014



[09/14]

Ontkoppeling (dreigend) bij een tweedejaarsstage



Inleiding

Omdat het in opleidingsjaar 2 een enkele keer voorkomt dat een stage voortijdig moet worden beëindigd, zijn hieronder enkele punten opgenomen om deze voor alle partijen onprettige situatie procedureel zorgvuldig te laten verlopen. Om een leerwerkperiode zinvol te doen verlopen zijn een geschikt leerklimaat en onderlinge overeenstemming nodig. Ook al is de voorbereiding zorgvuldig geweest, er kunnen strubbelingen optreden. Zowel de stageopleider als de aios kunnen voor de vraag komen te staan: wil ik zo wel verder? Het kan om heel verschillende dingen gaan: hinderlijke gewoontes of gedragingen, verschil van mening, onmogelijke eisen en verwachtingen. Je ligt elkaar niet. Je vindt je opleider ongeschikt voor jou (of andersom). Stel bespreking niet uit, het is jammer als de kwaliteit van de opleiding hieronder lijdt en er opleidingstijd verloren gaat.

Als er een mogelijke ontkoppeling is adviseren de docenten de jaarcoördinator in voorkomende gevallen. De jaarcoördinator neemt het besluit tot ontkoppeling.

Procedureel

Om netelige situaties, zo goed mogelijk te hanteren (of liever nog te voorkómen) is een aantal stappen aan te geven:

  1. Probeer voor jezelf zo goed mogelijk te concretiseren wat je dwars zit.
  2. Stel bespreking niet uit. Als je zelf merkt dat er problemen zijn, heeft de ander dat vaak ook al gemerkt. Een gesprek waarin je op een goede manier feedback geeft en vraagt kan veel duidelijk maken en recht zetten. Uitstellen werkt vrijwel altijd in je nadeel, omdat verstoorde verhoudingen inwerken op het geheel van je functioneren.
  3. Het signaal dat de stage niet goed verloopt, kan komen van de aios, de stageopleider, de docent(en) of de modulecoördinatoren. Zowel de stageopleider als de aios dienen, als men onderling niet tot een adequate oplossing komt, dit te melden aan de betrokken docent(en) van het instituut.
  4. In zo'n geval volgt een gesprek tussen stageopleider, aios, docent(en) en de jaarcoördinator. Daarna wordt afgesproken op welke wijze men verder gaat. Een dergelijk gesprek wordt genotuleerd door een docent van de huisartsopleiding en voor commentaar aan de aanwezigen voorgelegd. Na ondertekening 'voor gezien' door stageopleider en aios wordt het toegevoegd aan het dossier van aios en dat van de stageopleider.
  5. Als men niet verder wil ligt de beslissing over het afbreken van stages bij het instituut. De docenten bereiden de beslissing voor in samenspraak met de jaarcoördinator in de vorm van een advies tot ontkoppeling. De jaarcoördinator neemt uiteindelijk het besluit. De aios stelt in samenspraak met de docenten een plan van aanpak met de te behalen leerdoelen op voor het resterende deel van de stage. Dit plan van aanpak wordt met de nieuwe opleider besproken.
  6. Als er geen sprake is van een acute situatie (ter beoordeling aan de docenten), zal worden overlegd op welke termijn de stage wordt beëindigd.
  7. De planner bevestigt namens de jaarcoördinator de ontkoppeling schriftelijk aan de stageopleider en aan de aios, eventueel aan de directie van de instelling en aan de SBOH.
  8. Er kan twijfel ontstaan of een aios geschikt is om huisarts te worden. Als er twijfel bestaat over de geschiktheid van de aios overlegt de jaarcoördinator met het hoofd over verdere stappen met betrekking tot het vervolg van de opleiding.
  9. De docenten verzorgen de nazorg voor de aios en de jaarcoördinator spreekt met de opleider de wensen voor nazorg af.
  10. Een enkele keer zal blijken, door herhaling van soortgelijke situaties, dat een stageplaats niet geschikt (meer) is. Bij twijfel aan de geschiktheid van de stageplaats zal de jaarcoördinator bezien welke verbeteringen mogelijk zijn, zo nodig verdere actie ondernemen en een besluit nemen over continuering van de stageplaats.
  11. Het instituut meldt alle gevallen waarin wordt afgeweken van de normale procedure aan de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).
  12. De RGS is het orgaan dat de uiteindelijke bevoegdheid heeft om de erkenning van een stageopleider toe te kennen, te onthouden of te beëindigen.
  13. De jaarcoördinator spant zich in binnen vier weken een nieuwe stageplaats voor de aios te regelen in overleg met aios en docenten. Voor de tussenliggende periode biedt het instituut de aios een keuze uit door de RGS erkende stageplekken. De stages vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding. De jaarcoördinator stelt de de nieuwe stageopleider op de hoogte van de reden van ontkoppeling. Wanneer het niet zinvol is om nog een andere stageplaats te zoeken (er resteert bijvoorbeeld nog maar één maand) of er is geen -geschikte- stageplaats voor handen, dan wordt in overleg het curriculum van de aios aangepast. De aios blijft het terugkomdagonderwijs volgen. Een onderbreking van de opleiding is niet toegestaan.



Vastgesteld in het CTO op 17 oktober 2007
Nagezien door Herman Bueving en Elly de Heer, juni 2011
Opnieuw vastgesteld door het CTO van 3 augustus 2011 en 20 februari 2013


[02 13]

Ontkoppeling (dreigend) tijdens de huisartsstage



Inleiding

De opleidingsperiodes in de huisartspraktijk hebben een kenmerk dat binnen het geheel van geneeskundige opleidingen vrij uniek is. Er is sprake van een één op één situatie: één arts in opleiding tot specialist huisarts (aios) met één opleider.

Om een leerwerkperiode zinvol te doen verlopen zijn een geschikt leerklimaat en onderlinge overeenstemming nodig. Ook al is de voorbereiding zorgvuldig geweest, er kunnen strubbelingen optreden. Zowel de opleider als de aios kunnen voor de vraag komen te staan: wil ik zo wel verder? Het kan om heel verschillende dingen gaan: hinderlijke gewoontes of gedragingen, verschil van mening, onmogelijke eisen en verwachtingen. Je ligt elkaar niet. Je vindt je opleider ongeschikt voor jou (of andersom). Stel bespreking niet uit, het is jammer als de kwaliteit van de opleiding hieronder lijdt en er opleidingstijd verloren gaat.

Als er een mogelijke ontkoppeling is adviseren de docenten de jaarcoördinator in voorkomende gevallen. De jaarcoördinator neemt het besluit tot ontkoppeling.

Procedureel

Om netelige situaties, zo goed mogelijk te hanteren (of liever nog te voorkómen) is een aantal stappen aan te geven:

  1. Probeer voor jezelf zo goed mogelijk te concretiseren wat je dwars zit.
  2. Stel bespreking niet uit. Als je zelf merkt dat er problemen zijn, heeft de ander dat vaak ook al gemerkt. Een gesprek waarin je op een goede manier feedback geeft en vraagt kan veel duidelijk maken en recht zetten. Uitstellen werkt vrijwel altijd in je nadeel, omdat verstoorde verhoudingen inwerken op het geheel van je functioneren.
  3. Zowel aios als opleiders hebben een onderwijsgroep. Aarzel niet om problemen daar aan de orde te stellen. Eén van de functies van een onderwijsgroep is om behulpzaam te zijn bij het analyseren en oplossen van dit soort problemen. Benadruk dat de groepsleden dit soort besprekingen niet naar buiten brengen. De inbrenger moet kunnen rekenen op geheimhouding.
  4. Zowel de opleider als de aios dienen, als men onderling niet tot een adequate oplossing komt, dit te melden aan de betrokken docent(en) van het instituut.
  5. Ook docenten dienen, als een stage niet goed verloopt, dit tijdig te signaleren bij de betrokkenen en een aantekening te maken in het dossier.
  6. In zo'n geval volgt een gesprek tussen opleider, aios, docent(en) en de opleiderbegeleider. Daarna wordt afgesproken op welke wijze men verder gaat. Een dergelijk gesprek wordt genotuleerd door een docent van de huisartsopleiding en voor commentaar aan de aanwezigen voorgelegd. Na ondertekening 'voor gezien' door opleider en aios wordt het toegevoegd aan het dossier van aios en opleider.
  7. Als men niet verder wil ligt de beslissing over het afbreken van stages bij het instituut. De docenten bereiden de beslissing voor in samenspraak met de opleiderbegeleider in de vorm van een advies tot ontkoppeling. De jaarcoördinator of de opleiderbegeleider neemt uiteindelijk het besluit. De aios stelt in samenspraak met de docenten een plan van aanpak met de te behalen leerdoelen op voor het resterende deel van de stage. Dit plan van aanpak wordt met de nieuwe opleider besproken.
  8. De docenten verzorgen de nazorg voor de aios en de begeleider van de workshop van opleiders spreekt met de opleider de wensen voor nazorg af.
  9. Er kan twijfel ontstaan of een aios geschikt is om huisarts te worden. Als er twijfel bestaat over de geschiktheid van de aios overlegt de jaarcoördinator met het hoofd over verdere stappen met betrekking tot het vervolg van de opleiding.
  10. Een enkele keer zal blijken, door herhaling van soortgelijke situaties, dat een opleider niet geschikt (meer) is. Besluiten over ongeschiktheid of onvoldoende functioneren van de opleider worden genomen door het hoofd na advies van de opleiderbegeleider en docenten.
  11. Het instituut meldt alle gevallen waarin wordt afgeweken van de normale procedure aan de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).
  12. De RGS is het orgaan dat de uiteindelijke bevoegdheid heeft om de erkenning van een opleider toe te kennen, te onthouden of te beëindigen.
  13. De jaarcoördinator spant zich in binnen vier weken een nieuwe stageplaats voor de aios te regelen in overleg met aios en docenten. Voor de tussenliggende periode biedt het instituut de aios een keuze uit door de RGS erkende stageplekken. De stages vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding. Het instituut stelt de de nieuwe opleider op de hoogte van de reden van ontkoppeling. Wanneer het niet zinvol is om nog een andere stageplaats te zoeken (er resteert bijvoorbeeld nog maar één maand) of er is geen -geschikte- stageplaats voor handen, dan wordt in overleg het curriculum van de aios aangepast. De aios blijft het terugkomdagonderwijs volgen. Een onderbreking van de opleiding is niet toegestaan.
  14. De betreffende docent of opleiderbegeleider levert na drie maanden nazorg aan de ontkoppelde opleider.




Vastgesteld in het CTO van 17 oktober 2007
Nagezien door Herman Bueving, juni 2011

Opnieuw vastgesteld door het CTO 3 augustus 2011

[11 15]

Protocol prik-, snij-, spat- en bijtaccidenten

Na een prik-, spat-, snij- en bijtaccident is het van belang snel en adequaat te handelen. Het protocol 2011 op de website van de SBOH beschrijft de belangrijkste stappen.

       BEL DIRECT HET AMC 020-56 69 111
       VRAAG NAAR DE DIENSTDOENDE BEDRIJFSARTS
       GEEF AAN DAT U EEN SBOH-MEDEWERKER BENT
       U KRIJGT DAN DIRECT ADEQUAAT MEDISCH ADVIES, 
       24-UUR PER DAG



[06 11]

Scholing van en regelgeving voor opleiders

Stage lopen in het buitenland


De Nederlandse huisartsopleingen hebben hun gezamenlijke voorwaarden voor stages in het buitenland opgenomen op de website van huisartsopleiding Nederland. Daarnaast is het handig om artikel 5 uit de personeelsinformatie van de SBOH erop na te slaan.


[03/16]

STARtclass

Inleiding

De STARtclass bereidt eerste- en tweedejaars aios voor op het verlenen van spoedeisende zorg.
Daarbij ga je uit van de ‘ABCDE-benadering,’ het stap voor stap beoordelen van het toestandsbeeld van de patiënt. Deze werkwijze is de basis voor de beslissingen die je neemt en de handelingen die je uitvoert.

Opzet

STARtclass jaar I
Je maakt kennis met de internationaal toegepaste ABCDE-systematiek en oefent deze in kleine groepjes onder leiding van ervaren docenten. Er wordt gewerkt met fantomen en opgeleide simulatiepatiënten (scenariotraining). Op de cursuslocatie worden situaties op de HAP en in een thuissituatie zo goed mogelijk nagebootst. Een deel van het onderwijs is digitaal. Het is een intensieve vierdaagse cursus waarin je leert gestructureerd en stap voor stap spoedgevallen te behandelen.

STARtclass jaar II
Je oefent in kleine groepen onder leiding van ervaren klinische docenten en je werkt met fantomen en simulatiepatiënten. Ook in deze cursus is eeen deel van het onderwijs digitaal. In plenaire interactieve sessies leer je de basisprincipes voor het beschrijven van ECG’s en röntgenfoto’s. Het is een intensieve, praktische cursus van tien dagen waarin je leert hoe je patiënten met acute klachten en traumaslachtoffers opvangt en behandelt.

Toetsing en certificaat

STARtclass jaar I
DE ABCDE kennis wordt getoetst d.m.v. een scenario assessment. Ook de vaardigheden worden geoefend en getoetst. Na afloop ontvang je een deelnamecertificaat.

STARtclass jaar II
De cursus begint met een educatieve kennistoets. Na afloop wordt selectief getoetst, zowel theoretisch (kennistoets) als praktisch (scenario assessment). Je ontvangt na afloop een deelnamecertificaat.

Voor meer informatie ga je naar de website van Bureau Onderwijs- en Congresorganisatie http://www.sboh.org


[05 14]

Supervisie en intervisie



Supervisie


„Het houdt me nog bezig, wat ik vorige week meegemaakt heb…..”


Wat is supervisie?
Supervisie is een methode om te leren van de eigen ervaringen. Leren van ervaringen is in de huisartsopleiding een vaker terugkerend aspect. In de supervisie worden je ervaringen wat preciezer bekeken en persoonlijke aspecten krijgen meer ruimte: waarom maakte juist deze ervaring zoveel indruk op je? Wat merkte je op aan je eigen handelen, je reacties? Hoe handelde je, wat ben je bewust over je eigen gewoontes, je motieven, je normen?
In de Rotterdamse Huisartsopleiding is supervisie een verplicht onderdeel van het curriculum.

Doelen van supervisie
De doelen van supervisie behoren tot taakgebied 7: Professionaliteit. Dit taakgebied omvat het hanteren, bevorderen en onderhouden van de vakbekwaamheid. Reflectie op de eigen competenties is hierbij een essentiële vaardigheid.

Supervisiereader
Aios, supervisoren en docenten kunnen in de reader op de onderwijsbank alle informatie vinden over inhoud en organisatie van de supervisie. Daarin is ook het beoordelingsformulier supervisie, inclusief toelichting opgenomen.


Intervisie

Inleiding
De intervisie vindt plaats in de tweede helft van het derde jaar van de huisartsopleiding, het tweede jaar waarin de aios werkt en leert in de huisartspraktijk. Het vindt plaats in groepjes van 5-9 aios. Er worden standaard 10 bijeenkomsten ingeroosterd. Alle bijeenkomsten worden begeleid door een intervisiebegeleider.

Intervisie borduurt verder op supervisie uit het eerste jaar. De aios leert een aantal werkvormen te hanteren waarmee in de toekomst zelfstandig een intervisie is op te zetten. Daarnaast leert de aios van de werkinbreng op huisartsgeneeskundig en persoonlijk vlak, met name van de samenhang tussen die twee. Het verschil met het Uitwisselen van Ervaringen (UvE) is dat bij het UvE de ervaring bespreekbaar en inzichtelijk wordt gemaakt zonder deze te relateren aan persoonlijke eigenschappen van de aios. Intervisie gaat over het functioneren van de aios, gerelateerd aan zijn persoon.

Samenhang met supervisie
Nog even de doelstelling en de basisprincipes van de supervisie in beeld:

  • Het reflecteren op de competentie professionaliteit: het onderhouden, hanteren en bevorderen van de vakbekwaamheid in brede zin.
  • Waarbij de aios zelf aangeven wat zij willen leren
  • De concrete werksituatie uitgangspunt is van het leren
  • De concrete situatie wordt beschreven en nader beschouwd
  • De verkregen inzichten in een breder kader worden geplaatst
  • Alternatieven voor het besproken gedrag worden overwogen
  • De aios dit gedrag in de praktijk brengt en bij de volgende bijeenkomst rapporteert


Doelstellingen intervisie
Voor de intervisie komen daar de volgende doelstellingen bij:

  • Het verkrijgen van kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het deelnemen, voorzitten en begeleiden van de intervisiebijeenkomst
  • Het zelfstandig kunnen bewerken van de werkinbreng met inachtneming van de methodiek van de supervisie


De deelcompetenties in de intervisie
Niet alle kennis, vaardigheden en inzichten die nodig zijn om de intervisie-bijeenkomst te begeleiden zijn direct terug te vinden in het competentieprofiel van de huisarts. Dit heeft te maken met het feit dat intervisie geen deel uitmaakt van het primaire proces in de huisarts geneeskunde. Intervisie is een methode om in het kader van nascholing als groep huisartsen zelfstandig te werken aan professionalisering.
Intervisie heeft met name betrekking op het taakgebied professionaliteit, maar ook andere taakgebieden zijn aan de orde. Verschillende deelcompetenties zijn -in iets gewijzigde vorm -van toepassing op het deelnemen, voorzitten en begeleiden van de intervisiegroep en worden hieronder genoemd (ze zijn ontleend aan de ComBeL derde jaar):

  • Taakgebied vakinhoudelijk handelen:
    • Betrekt expliciet contextuele factoren in de werkhypothese
    • Beheerst het complete spectrum van probleemverheldering
  • Taakgebied samenwerken:
    • Neemt verantwoordelijkheid voor het functioneren van de groep
    • Gaat in de praktijk evenwichtig en constructief om met conflictsituaties
  • Taakgebied wetenschap en onderwijs: .
    • Levert actieve bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van de intervisie
  • Taakgebied professionaliteit:
    • Kijkt kritisch naar het eigen beroepsmatig functioneren
    • Staat open voor feedback op het eigen functioneren en geeft zo nodig eigen lacunes en tekortkomingen aan.


Intervisietoets
De intervisietoets is zowel selectief 2) als educatief 3) bedoeld en bestaat uit het maken van een procesbeschrijving van een intervisiebijeenkomst, waarbij de groepsprocessen en leermomenten uitgebreid en concreet worden geschetst. Aan het begin van de volgende bijeenkomst bespreekt de groep op hoofdlijnen de procesbeschrijving.

De intervisiebegeleider beoordeelt de kwaliteit van de procesbeschrijving aan de hand van de onderstaande criteria met een voldoende of een onvoldoende. De schrijver leert van het onder woorden brengen van het proces en van het concretiseren van inzichten en vaardigheden. De groep leert middels de reflectie en discussie aan de hand van de procesbeschrijving.
Aangezien alle intervisanten een keer een procesbeschrijving maken, wordt bijna de gehele intervisie-cyclus in kaart gebracht. Samen met de aangeboden literatuur kan dit fungeren als naslagwerkje voor het moment dat de huisartsen na hun opleiding een eigen intervisiegroep opzetten.

Inhoud van en criteria voor de kwaliteit van de procesbeschrijving:

  • Het bevat een korte schets van de werkinbreng
  • Het bevat een beschrijving van het proces dat leidde tot probleemverheldering
  • Het bevat een beschrijving van het proces dat leidde tot een concrete oplossing of een concrete aanpak
  • De kenmerken van de fase waarin de groep zich op dat moment bevindt zijn beschreven
  • Het bevat een beschrijving van eventuele storingen en impasses en een beschrijving over hoe deze zijn opgelost
  • De ervaringen van de schrijver en een uitgebreide reflectie op het geleerde tijdens de intervisie-bijeenkomst zijn beschreven.
  • Het verslag bestaat uit minimaal drie A-4tjes



Literatuur


Brenninkmeijer WJM c.s. Leren van eigen werkervaringen. 
Onderzoek naar de effecten van supervisie aan huisartsen. 
Medisch Contact 2005; 60:664-7.

 
Alting von Geusau W, Runia E. De prijs van het aardig zijn. 
Supervisie als scholingsmethode voor huisartsen. 
Utrecht: NHG, 1991 (5e druk 1999). NHG-publicaties nr. 5.

 
Hendriksen J. Begeleid intervisie model. Collegiale advisering 
en probleemoplossing. Baarn: Uitgeverij H. Nelissen, 1997 
(2e druk 1998) ISBN 90 244 1379 6.



Elly de Heer, juli 2011
Ellen Nijenhuis, november 2008

[07/11]

Waarneming door de aios


Voor het geval dat een aios om hem of haar moverende redenen als waarnemer medisch werk verricht of wil verrichten, wordt op het volgende gewezen:

  • Waarneming valt buiten de opleiding;
  • Waarneming mag niet geschieden bij de eigen huisartsopleider of bij zijn/haar waarneemgroep. Dit om te voorkomen, dat een financieel of persoonlijk belang verstorend werkt op de onderwijsrelatie;
  • Waarneming geschiedt geheel op eigen verantwoordelijkheid;
  • Waarneming mag niet ten koste gaan van de opleiding.



CTO Januari 2011

Zelfstandige perioden in de huisartspraktijk



Inleiding
De opleiding leidt de aios op om zelfstandig als huisarts werkzaam te zijn. Daartoe werkt de opleider samen met de aios, op geleide van zijn inzicht in diens functioneren, toe naar een stapsgewijze uitbreiding van zijn taken en een grotere zelfstandigheid. In het eerste en het derde jaar zijn er in het curriculum zelfstandige perioden opgenomen waarin de aios met zo groot mogelijke, maar controleerbare zelfstandigheid alle voorkomende werkzaamheden in de opleidingspraktijk verricht c.q. „waarneemt” voor de opleider. De opleider is niet beschikbaar. In voorkomende gevallen kan de aios een beroep doen op een huisartsachterwacht.


Doel zelfstandige periode
Tijdens de zelfstandige week in het eerste studiejaar zal de aios alle patiënten met vrijwel alle aandoeningen zien. Dit, terwijl in de rest van het jaar een deel van de patiënten -soms aandoeningsgebonden- kiest om met hun klacht niet bij de aios langs te gaan, maar bij de opleider. Daarnaast zal de aios met een hogere mate van zelfstandigheid werken, aangezien de drempel om de huisarts-achterwacht te raadplegen vaker als hoger wordt ervaren. In de zelfstandige week werkt de aios onder de reguliere tijdsdruk van de praktijk, waar anders de de opleider een -fors- deel van de patiëntenzorg doet. Tot slot is de aios in de zelfstandige week deels verantwoordelijk voor organisatorische zaken, zoals het overleg met de doktersassistenten en de patiëntenpost.
In het derde studiejaar verschuift het accent meer naar het laten zien dat de aios in staat is de praktijk één à twee weken zelfstandig te draaien. De aios regelt nu vrijwel alle organisatorische taken zelf (bijvoorbeeld: regelt de tijdsindeling zelf en stemt één en ander af met de doksterassisatentes en andere praktijkmedewerkers). De verwachtingen van de opleiding wat betreft competentiebeheersing van de aios liggen inmiddels ook hoger, waardoor de aios een sterker beroep zal ervaren op eigen kennis en kunde.
Deze proeve van bekwaamheid bevordert in het algemeen sterk het zelfvertrouwen van de aios.


Uitvoering van de zelfstandige periode

  • De zelfstandige periode in beide jaren bestaan uit vijf aaneengesloten werkdagen in de huisartspraktijk. Om diverse redenen kan in specifieke gevallen worden besloten dat de zelfstandige week wordt verschoven of dat de aios een tweede zelfstandige week heeft.
  • In deze week is er geen terugkomdagonderwijs en doet de aios geen diensten in een huisartsendienstenstructuur. Dit geldt ook voor het weekend daaraan voorafgaand en het weekend daarop volgend. Buiten de huisartsen diensten structuur is één avond- en/of nachtdienst voor de eigen praktijk in deze periode wel toegestaan.
  • Tijdens de zelfstandige periode kan de aios alleen voltijds werken.
  • Het is aan de aios om in afstemming met de opleider de zelfstandige periode in te vullen. Denk hierbij aan het bepalen hoeveel tijd voor een consult wordt ingepland en welke huisartsachterwacht kan worden geraadpleegd.


Gegeven de verschillende doelen verschilt de uitvoering in beide jaren:
In het eerste opleidingsjaar
Het moment van de zelfstandige week is voor alle aios met dezelfde startdatum gelijk. Hij valt in de zevende of achtste maand van de opleiding. Alleen in uitzonderingsgevallen kan deze periode, na instemming van de docenten, per aios-hao-koppel afwijkend worden gepland.
In het derde opleidingsjaar
De zelfstandige week wordt niet centraal ingepland. In overleg met de docenten bepaalt het aios-hao-koppel wanneer de zelfstandige week plaatsvindt. Het is de bedoeling dat deze ongeveer halverwege het jaar en in ieder geval vóór de eindbeoordeling (vier maanden voor de voltooiing) plaatsvindt.


Voorbereiding en afronding van de zelfstandige periode

  • De opleider dient de aios als geschikt te beoordelen voor de zelfstandige periode.
  • De opleider bereidt samen met de aios de zelfstandige periode voor binnen het kader van de individuele leerbehoefte van de aios en de leerdoelstellingen voor de betreffende opleidingsperiode.
  • Deze periode wordt door de opleider met de aios geëvalueerd.
  • De opleider draagt zorg voor een huisartsachterwacht, op wie de aios tijdens de zelfstandige periode een beroep kan doen. Dit is bij voorkeur een andere opleider, of indien dat niet mogelijk is, een huisarts die tenminste vijf jaar in de huisartspraktijk werkzaam is. Aan deze waarnemend opleider worden alle opleidingstaken en -verantwoordelijkheden van de hao gedelegeerd; met name wat betreft bereikbaarheid en beschikbaarheid. Het verdient aanbeveling dit schriftelijk vast te leggen.



Verantwoordelijkheden tijdens de zelfstandige periode
De verantwoordelijkheid voor de patiëntenzorg verschilt tijdens de zelfstandige periode niet van andere momenten tijdens de opleiding, zie hoofdstuk “verantwoordelijkheden mbt de patiëntenzorg (HVRC 1997)”, alleen heeft de opleider in deze periode zijn verantwoordelijkheden gedelegeerd aan de achterwacht.

De opleider blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor de 
patiëntenzorg in de eigen praktijk. Het is de opleider die met een 
patiënt een behandelingsrelatie aangaat (of is aangegaan). Bij het 
nakomen daarvan maakt de opleider gebruik van de aios (in deze te 
beschouwen als hulppersoon): 
de opleider is de opdrachtgever, de aios de uitvoerder. 
De aios is weliswaar in beginsel verantwoordelijk voor alle 
handelingen, maar het is de verantwoordelijkheid van de opleider 
de bekwaamheid van de aios en de in dat licht gegeven opdrachten 
te bewaken. Doet de opleider dat onvoldoende, dan is hij (ten 
volle) aansprakelijk, nog afgezien van de vraag of de aios ter 
zake een verwijt kan worden gemaakt.
De arts in opleiding werkt onder begeleiding/supervisie. De 
aios behoort slechts die opdrachten te aanvaarden waarvan hij 
redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaam-
heid die is vereist voor het naar behoren uitvoeren van die 
opdracht. 
De aios dient voortdurend af te wegen of hij over voldoende 
bekwaamheid beschikt om de betreffende medische handeling te 
verrichten. Bij twijfel hieraan moet de aios van de voorgenomen 
medische handeling afzien en contact opnemen met de 
(stage)opleider. 
Dit geldt overigens niet bij noodzaak tot (onmiddellijk) medisch 
handelen, wanneer afzien en overleg ontoelaatbaar uitstel zou 
opleveren. Een probleem hierbij is dat de aios, juist door gebrek 
aan ervaring, de eigen bekwaamheid niet altijd adequaat kan 
beoordelen. Om die reden geldt gedurende de gehele opleiding dat 
de aios bij de geringste twijfel moet overleggen met de 
(stage)opleider. Daarbij dient de aios de aanwijzingen van de 
(stage)opleider te volgen.



Vastgesteld in het CTO van 5 maart 2008
Aangepast door Hans Faddegon en Frits Bareman, juli 2011


[07 11]

Uit het oude Handboek Huisartsopleiding

In dit handboek vind je alles op het gebied van regelgeving en procedures binnen de huisartsopleiding in Rotterdam. Je vindt antwoorden op 'wat', 'hoe' en wanneer' vragen. Als je informatie mist of je stuit op dode links, laat het ons weten via huisartsopleiding@erasmusmc.nl. Als je vóór 1 januari 2013 aan de opleiding bent begonnen klik dan hier.

Korte intro hoe het werkt (waar kan je zoeken etc.)

Klik hier om te weten waar je naartoe moet met je aanvragen, informatie en formulieren en om te weten wie wat doet binnen de huisartsopleiding.

Disclaimer Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt, of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de aangeboden informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand advies van medewerkers van de huisartsopleiding. De afdeling huisartsgeneeskunde aanvaardt hiervoor geen enkele aansprakelijkheid.

Printversie

Specifieke regels en proceduresPraktijkstages en TKD-onderwijs
Onderliggende regelgevingOude regelgeving
Voor aios die vóór 1-1-'13 aan de opleiding zijn begonnen

STARtclass reglementen



De STARtclassreglementen staan in het hoofdstuk 'Toetsing en Beoordeling' in het handboek opleiding op de onderwijsbank

Index

Specifieke regels en proceduresPraktijkstages en TKD-onderwijs
Onderliggende regelgevingOude regelgeving
Voor aios die vóór 1-1-'13 aan de opleiding zijn begonnen

Waar moet je als aios met je aanvragen, informatie en formulieren naartoe?



Onderwerp Inhoud Door geven aan
Ziekte Ziekte melding (stage)opleider
SBOH
Betermelding SBOH
ZwangerschapZodra bekend met docent formulier melding zwangerschap invullen Planner
Ontkoppeling Begindatum van start bij nieuwe opleider. Wijze waarop de tussenliggende periode tussen ontkoppeling en nieuwe opleider is ingevuld Planner
Adreswijzigingen Per e-mail of schriftelijk doorgeven Onderwijsassistent(e) desbetreffende jaar
Formulieren en verslagen Opgave differentiatiestage planner
Verslag differentiatiestage Onderwijsassistent(e) derde jaar
Deeltijdopleiding Bespreken met docent en vervolgens formulier invullen, bij voorkeur tenminste twee maanden vooraf planner
Afwijking van vakantieregels Toestemming vragen jaarcoördinator
Klacht Altijd melden! docent
(plv) hoofd





Geactualiseerd en opnieuw vastgesteld in het CTO van 20 juli 2011

[07/11]

print/print.txt · Laatst gewijzigd: 2008/08/07 13:30 door wikimaster