PRAKTIJKSTAGES EN TKD-ONDERWIJS uit het oude Handboek Huisartsopleiding

Afwezigheid van de (stage) opleider

Inleiding


In dit hoofdstuk beschrijven we de regels voor afwezigheid van de (stage)opleider tijdens de opleiding.
Regels voor waarneming door de aios (dat buiten de opleiding valt) staan in het hoofdstuk Waarneming door aios. Een aios is niet bevoegd om zonder formeel geregelde supervisie het vak van huisarts uit te oefenen.
Bij twijfel over de interpretatie van de regels dient de aios contact op te nemen met de docenten. Calamiteiten tijdens afwezigheid van de opleider moeten altijd gemeld worden aan het hoofd van de huisartsopleiding.

De opleiding tijdens afwezigheid van de huisartsopleider


Als de opleider afwezig is, moet er altijd een geregistreerde huisarts drempelloos bereikbaar én beschikbaar zijn voor consultatie en advies, desgewenst ook ten huize van de patiënt.
De aios werkt op die momenten zelfstandig met het doel te werken aan zijn competenties binnen zijn opleiding.

Zelfstandige week
De aios zal, in overleg met de opleider en de docenten, tijdens de eerste en tweede huisartsstage (respectievelijk opleidingsjaar 1 en 3) vijf aanééngesloten werkdagen zelfstandig in de praktijk werken. Ook aios die de opleiding part time volgen, doen de zelfstandige week op deze wijze. De opleider bereidt deze ‘zelfstandige week’ samen met de aios voor en evalueert deze. Tijdens de zelfstandige week is er geen terugkomdagonderwijs.
In het eerste opleidingsjaar hebben alle aios uit hetzelfde cohort gelijktijdig hun zelfstandige week. De data worden bepaald door het instituut. Alleen in uitzonderingsgevallen kan deze periode, na instemming van de docenten, per koppel in een afwijkende week worden geagendeerd.
In het derde opleidingsjaar is het aan het koppel om de data te kiezen.
Voor meer informatie: zie het hoofdstuk Zelfstandige perioden in de huisartspraktijk in dit handboek.

Zelfstandigheid tijdens het doen van diensten
De regels voor het zelfstandig dienst doen en hoe overdracht aan een waarnemend opleider plaats vindt, staan in het hoofdstuk Dienstdoen in dit Handboek Huisartsopleiding.

Langdurige afwezigheid van de opleider
Indien de huisartsopleider langer dan twee dagen afwezig is, dienen de opleider en de aios in overleg met de docenten te zorgen voor binnen de opleiding passende werkzaamheden voor de aios. Tijdens afwezigheid van de opleider volgt de aios een individueel programma. Opleider en aios stellen dit samen op en leggen dit vooraf aan docenten voor ter goedkeuring.
In (duo/groeps)praktijken waar meerdere huisartsopleiders werkzaam zijn, kan het individuele programma bestaan uit het blijven werken in de eigen praktijk, dan wel werkzaam zijn in de praktijk van de andere huisartsopleider. Dit vereist:

  • dat één andere opleider in de praktijk de taken en verantwoordelijkheden volledig waarneemt;
  • dat de docenten hiermee vooraf instemmen;
  • dat de bestaande opleidingscondities (bijvoorbeeld het aantal patiënten dat per uur gezien wordt door de aios) worden gehandhaafd.

Het is in een solopraktijk niet toegestaan dat de aios in de praktijk van de opleider werkt als deze langer dan twee dagen afwezig is.
De terugkomdag blijft bij afwezigheid van de opleider verplicht.

De opleiding tijdens afwezigheid van de stageopleider
Tijdens afwezigheid van de stageopleider (tijdens de klinische stage, de stage in de chronische zorg en die in de GGZ) dient iemand als achterwacht drempelloos beschikbaar te zijn. De stageopleider is er verantwoordelijk voor dat deze persoon daartoe gekwalificeerd is.

CTO januari 2011



[01 11]

Aios-mentoraat


Doelstelling aios-mentoraat
Het aios-mentoraat is de vorm voor de begeleiding van een aios wanneer zijn oorspronkelijke groep stopt en de aios door verlenging in een terugkomdagloze periode terecht komt. Verlenging door bijvoorbeeld deeltijd of om onderwijskundige reden vindt plaats in een aaneengesloten periode aan het einde van jaar 1 of als de aanleiding zich later voordoet aan het einde van jaar 3. Voor de terugkomdagloze periode krijgt een aios (met zijn opleider) een docentenkoppel toegewezen als mentor. Het aios-mentoraat is bedoeld om de verbinding tussen de aios en opleider met het instituut te behouden en contactmogelijkheden te bieden.

Voor de start

  • De planner deelt de aios die een terugkomdagloze periode tegemoet ziet in bij een docentenkoppel en informeert de betrokkenen hierover.
  • De docent maakt zowel met de aios als de opleider afspraken over een vast maandelijks contactmoment. Contactmomenten kunnen via de e-mail plaatsvinden, maar liever via de telefoon.
  • Een kort verslag van de gemaakte afspraken wordt door de docent toegevoegd aan het dossier.
  • De docent bespreekt het individueel opleidingsplan (IOP) met de aios, zodat de leerdoelen en verwachtingen voor de terugkomdagloze periode helder zijn.
  • De aios bespreekt zijn IOP met de opleider.

Tijdens het aios-mentoraat

Aandachtspunten voor aios-mentorgesprekken:

  • Coaching.
  • Bespreking van gehaalde en nog te behalen leerdoel(en).
  • Opleidingsrelatie tussen aios en opleider.
  • Frequentie contactmomenten aios en opleider.
  • Organisatorische zaken die aandacht vragen in deze fase van de (voortgangskwalificatieprocedure, ComBel, toetsen).
  • Behoefte van de aios/opleider nu er geen onderwijs/workshop is in een peergroep.

Ter afronding van het aios-mentoraat

  • Korte evaluatie door de docent met aios en opleider.
  • Afronding IOP en eventueel bespreking van de leerdoelen voor het nieuwe leerjaar.
  • Organisatorische zaken rondom de afronding van het betreffende jaar.



Lisette Dijkink en Olof Lageweg
Vastgesteld in het CTO van 18 februari 2014
[04 14]

Competentiegericht onderwijs


De huisartsopleiding biedt competentiegericht onderwijs aan, waarbij je kennis, vaardigheden, attitudes, eigenschappen en inzichten geïntegreerd leert te ontwikkelen binnen je beroepsmatig handelen. Daarom staat het opdoen van ervaringen in de praktijk en het leren hiervan centraal in de beroepsopleiding. Om je handelen te kunnen verantwoorden en om jezelf aan te leren op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen, biedt het competentiegerichte onderwijs je een degelijke wetenschappelijke en theoretische basis.

De basis is het competentieprofiel van de huisarts. De huisartsopleidingen in Nederland hebben dit in overleg met de beroepsgroep ontwikkeld in 2005. Het profiel is, net als bij andere opleidingen tot medisch specialist in westerse landen, afgeleid van het Canadese voorbeeld CanMEDS (1996). Het competentieprofiel bevat een omschrijving van samenhangende en overkoepelende bekwaamheden die nodig zijn om het huisartsenvak goed uit te voeren.

Sinds 2009 is er een geïntegreerd document met eindtermen. De eindtermen maken duidelijk welk domein van het huisartsgeneeskundig handelen aan de orde is en wat je concreet moet leren om de klacht of aandoening van de patiënt af te handelen. Omdat het huisartsenvak een breed terrein beslaat zijn er veel eindtermen. Dit geïntegreerde document geeft je een inhoudelijk kader om je leerproces richting te geven.

Hoe ga je competentiegericht leren?
Bij competentiegericht onderwijs is vooral van belang:

  1. Het leren aan de hand van een Individueel Opleidings Plan (IOP)
    Je stelt op basis van je ervaring en je leerbehoeftes je leerdoelen op. Zowel in de praktijk als op de terugkomdag werk je aan het realiseren van deze doelen. De opleider en jouw docenten volgen dit leerproces. In het hoofdstuk Individueel Opleidingsplan IOP staat meer informatie over het opstellen van een IOP.
  2. Het toetsen en beoordelen
    Geen opleiding zonder toetsing en beoordeling. De opleiding wil op verantwoorde wijze bekwame huisartsen afleveren en jij wilt weten aan welke competenties jij aandacht moet besteden voordat je jezelf een bekwame huisarts kunt noemen. In hoofdstuk Toetsing en beoordeling tref je het Landelijke protocol toetsing en beoordeling, het landelijke toetsplan en de Rotterdamse uitvoeringsregelingen aan.
  3. Een goede samenhang tussen het leren in de praktijk en het onderwijs van de terugkomdag
    Het onderwijs op de terugkomdag ondersteunt het leren in de praktijk. Alles wat je leert moet uiteindelijk vertaald worden naar jouw handelen als huisarts. Er zijn verschillende onderwijsvormen die dit proces, de vertaling van nieuwe inzichten naar de praktijk, bevorderen. Zo ontvang je ter voorbereiding van het onderwijs op de terugkomdag geregeld praktijkopdrachten, krijg je op de terugkomdag theoretische onderbouwing aangereikt, wissel je praktijkervaringen uit via het 'Leren van Ervaringen' en zul je regelmatig oefenen aan de hand van praktijksimulaties. Daardoor ontstaat er samenhang in het onderwijs.


Wat vraagt competentiegericht leren van je?
Competentiegericht leren vraagt het volgende van je:

  1. Actieve leerhouding
    Er wordt een groot beroep gedaan op je eigen verantwoordelijkheid om te leren een goede huisarts te worden. Uiteraard leer je zo zelfstandig mogelijk in de praktijk onder begeleiding van je opleider, maar ook studietaken en opdrachten pak je voortvarend aan. Deze actieve leerhouding is van belang om je tijdens je loopbaan als huisarts te blijven ontwikkelen.
  2. Bereidheid om feedback te ontvangen en te geven
    Wil je van jouw en andermans ervaringen kunnen leren dan is feedback essentieel. Je ontvangt feedback van je opleider en docenten maar ook van je collega's tijdens de terugkomdagen. Zo kunnen anderen van jouw ervaringen leren en jij van andermans ervaringen die zijn opgedaan in een één-op-één situatie met een patiënt of opleider. De reflectie op de ervaring kan leiden tot bewustwording, inzicht en nieuwe voornemens.
  3. Bereidheid om je wetenschappelijk te vormen
    Het geneeskundig handelen moet steunen op kennis en vaardigheden die zijn gebaseerd op wetenschappelijke bewijs. De in Evidence Based Medicine (EBM) geschoolde medicus weegt kritisch af op grond waarvan hij bepaalde keuzen in diagnostiek en behandeling maakt. Als huisarts is het belangrijk om over degelijke wetenschappelijke informatie te beschikken die door onafhankelijke onderzoekers is verzameld en toepasbaar is in de huisartsgeneeskundige situatie. Daarom is het van belang om de waarde van de wetenschappelijke bronnen te leren beoordelen om zodoende tot een goed gefundeerd huisartsgeneeskundig beleid te komen.



Voor meer informatie verwijzen wij je naar de volgende hoofdstukken:

Het competentieprofielzie het 'Competentieprofiel van de huisarts' op de website onder 'inhoud opleiding'
Competentieprofiel en eindtermen van de huisartszie de 'eindtermen huisartsopleiding' op de website onder 'inhoud opleiding'
Het IOPzie hoofdstuk 'Het Individueel Opleidingsplan'
Toetsing en beoordelingzie hoofdstuk Toetsing en beoordeling

Blanca Smit en Thérèse Brans
April 2006
Herzien in sept 2014

[09 14]

Dienstdoen



Inleiding

Dit hoofdstuk geeft aan wat de regels zijn voor het doen van diensten. Onder dienstdoen wordt verstaan dat de aios binnen de opleiding buiten reguliere werktijden patiëntenzorg verricht voor de patiënten van de huisartsenpost, van zijn opleider (en zijn waarneemverband) of van de stage-instelling.

In het eerste en derde opleidingsjaar doet een aios dienst binnen een huisartsendienstenstructuur (HDS), de bestuurlijke vorm van een huisartsenpost (HAP). De afstanden binnen het te werken gebied, de bekendheid met het gebied en de werkbelasting van het dienstdoen verschillen per HAP.

In het tweede opleidingsjaar doet een aios dienst tijdens gevaluteerde stages (spoedeisende hulp stages) en bij enkele niet gevaluteerde stages.

Voor elke dienst geldt

  • Het doen van dienst hoort binnen de onderwijssituatie, onder supervisie van de (stage)opleider of waarnemend (stage)opleider en met geleidelijk opklimmende verantwoordelijkheid, naar inschatting van de (stage)opleider.
  • De aios mag geen verantwoordelijkheid accepteren die hij of zij niet kan dragen en is hierop persoonlijk aanspreekbaar.


Positie van deze regeling


Het document leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost biedt informatie over de verantwoordelijkheden van de diverse 'spelers' op de huisartenposten en logistieke en organisatorische afspraken om de opleiding op de huisartsenpost zo goed mogelijk te laten verlopen.
Het document 'Dienstdoen op de huisartsenpost' beschrijft voor de aios die diensten gaat doen, de gang van zaken op de huisartsenpost in al zijn facetten.


Arbeidstijden, rusttijden en compensatie

Om de patiëntveiligheid en optimaal functioneren van de aios te waarborgen, zijn de volgende bepalingen van kracht:

  • De reguliere werktijden van de aios vallen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 uur en 18.00 uur (CAO SBOH 2015);
  • Een werkdag (inclusief voorafgaande of aansluitende dienst) duurt maximaal 12 uur (CAO SBOH 2015). Een avonddienst na of een nachtdienst voorafgaand aan een hele werkdag is dus niet mogelijk. Een korte werkdag kan wel;
  • Als er langer dan 5,5 uur wordt gewerkt, bestaat het recht op een pauze van minimaal 30 minuten. Deze mag worden opgesplitst in twee pauzes van minimaal 15 minuten (CAO SBOH 2015);
  • Het werk dat begint tussen 0.00 uur 's nachts en 06.00 uur ’s ochtends wordt tot de nachtdienst gerekend. Een nachtdienst kan maximaal 10 uur duren. Na een nachtdienst moet de rusttijd minimaal 14 uur zijn. Eens in de 7 dagen mag dit worden ingekort tot minimaal 8 uur (CAO SBOH 2015);
  • De wekelijkse rusttijd over een periode van 7 dagen is minimaal 36 uren per week. In een periode van 14 dagen is de aaneengesloten rustijd minimaal 72 uur. Deze periode mag gesplitst worden in twee perioden van minimaal 32 uur (CAO SBOH 2015);
  • Per 24 uur moet minimaal 11 aaneengesloten uren worden gerust. De dagelijkse rust mag eens in de 7 dagen worden ingekort tot minimaal 8 uur (CAO SBOH 2015).
  • Er is sprake van overuren als de aios in een tijdsbestek van zeven opeenvolgende dagen meer werkt dan zijn dienstverband. Deze uren worden bij voorkeur binnen 28 dagen in tijd gecompenseerd gedurende de lopende stage bij de opleider (CAO SBOH 2015).
  • Compensatie van diensten liefst aansluitend op een dienst, maar in overleg tussen de hao en aios kan er binnen de voorschriften voor de arbeidstijden en in afstemming met de praktijktijden, binnen 28 dagen worden gecompenseerd. Clustering van compensatie tot een meerdaagse afwezigheid of onderbreking van de praktijk (bijvoorbeeld ten behoeve van extra vakantie) is niet toegestaan;
  • In de periode van 28 dagen voor de verwachte bevalling tot 42 dagen na de bevalling geldt een arbeidsverbod. De aios mag in deze periode geen werkzaamheden verrichten in het kader van de huisartsopleiding en ook niet deelnemen aan het terugkomdagonderwijs;
  • Buiten deze periode kan een zwangere aios deelnemen aan dagdiensten tijdens het weekend. Vanaf de derde maand van de zwangerschap tot zes maanden na de bevallingsdatum is een aios niet verplicht om nachtdiensten te doen of overwerk te verrichten (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap). Als een aios gebruik wil maken van haar recht om in deze periode ook geen avonddienst te doen, moet zij dit aan de opleider verzoeken (klachtengerelateerd). Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar).


Om het rendement van het (terugkomdag)onderwijs te waarborgen zijn de volgende bepalingen van kracht:

  • Voorafgaand aan een terugkomdag of andere cursusdagen geen nachtdienst;
  • Volgend op een terugkomdag of andere cursusdagen pas avonddienst wanneer de terugkomdag is afgelopen en de aios heeft kunnen reizen naar zijn dienstplaats;
  • Geen dienst tijdens de ‘zelfstandige week’, het weekend daaraan voorafgaand en het weekend daarop volgend;



Aantal diensten


Aantal diensten aios in het eerste en derde opleidingsjaar:

  • Minimaal 20 diensten in het eerste opleidingsjaar. In het derde opleidingsjaar minimaal 20 indien de aios géén differentiatie heeft, 18 diensten indien de aios wél differentiatie heeft;
  • In het eerste jaar minstens twee nachtdiensten, vanwege de andere sfeer en andere problemen in de nacht;
  • Per 3 maanden maximaal 8 diensten van ten hoogste 9 uur (exclusief pauzes) waarvan maximaal 2 avonddiensten, maximaal 3 nachtdiensten en maximaal 3 weekenddiensten, tenzij de aios geen bezwaar heeft tegen een andere indeling (CAO SBOH 2015);
  • Indien er sprake is van deelname aan de diensten in een HDS die in een periode worden geclusterd en tijdens welke periode geen werkzaamheden worden verricht binnen de huisartspraktijk, geldt voor een periode van 3 maanden een maximum van 15 diensten van ten hoogste 9 uur (CAO SBOH 2015);


Aantal diensten aios in het tweede opleidingsjaar:

  • Tijdens gevaluteerde stages (spoedeisendehulp-stages) in het tweede jaar is het aantal diensten gekoppeld aan de dienstroosters van de stage-instelling. Maximaal 40% van het aantal werkuren mag worden besteed aan avond-, nacht- of weekenddiensten.
  • Tijdens niet-gevaluteerde stages in het tweede jaar (alle stages behalve de spoedeisende klinische stages):
    • maximaal één avonddienst, nachtdienst of avond plus nachtdienst per week (CAO SBOH 2015);
    • maximaal één weekenddienst per vier weken, die maximaal 24 uur achtereen bedraagt (CAO SBOH 2015);
    • over een periode van vier weken mag de totale werktijd (inclusief diensten) gemiddeld niet meer dan 41 uur per week bedragen. Alle meer gewerkte uren worden in tijd gecompenseerd tijdens het praktische deel van de opleiding. Deze compensatie dient in beginsel tijdens de lopende stage plaats te vinden (CAO SBOH 2015).


Aantal diensten huisartsopleider

  1. Een opleider begeleidt de aios bij minimaal de helft van zijn diensten, zodat er een gefundeerd oordeel kan worden gegeven over de voortgang;
  2. Voldoet de opleider aan deze norm dan is eventuele overdracht aan waarnemend opleiders ‘incidenteel’. Deze waarnemend opleider moet aanwezig zijn op de post. Zie leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost
  3. Voldoet een opleider niet aan deze norm, dus wordt ‘een substantieel aantal diensten’ overgedragen, dan wordt de opleidingsverantwoordelijkheid overgedragen. Het instituut stelt als norm dat de begeleiding moet worden overgedragen aan één waarnemend (lees beoordelend) opleider 1) die de aios bij minimaal de helft van zijn diensten in dit opleidingsjaar begeleidt. Voor de overige diensten geldt punt 2.
  4. Indien de opleider de aios bij minimaal de helft van zijn diensten begeleidt dan mag de opleider is staat worden geacht de aios te kunnen beoordelen en derhalve een verklaring van bekwaamheid af te geven. Bij twijfel kan de opleider overleggen met degene met wie de aios ook diensten gedaan heeft. Indien de opleider een substantieel aantal diensten overdraagt (punt 3), moet (volgens de leidraad) de opleidingsverantwoordelijkheid worden overgedragen en zal de waarnemende opleider de aios beoordelen en de verklaring van bekwaamheid afgeven. Naast deze waarnemende opleider ondertekent de eigen opleider de bekwaamheidssverklaringen, om aan te geven dat hij zich terdege heeft laten informeren over de kwaliteit van het functioneren van de aios tijdens de diensten.

NB

  • De opleider blijft er met de aios verantwoordelijk voor dat de aios aan zijn dienstennorm komt;
  • De aios moet akkoord gaan met de begeleiding door de waarnemend opleider;
  • Er moeten tussen de opleider en waarnemend opleider goede afspraken zijn over de begeleiding van aios en delegatie van taken (verklaring van overdracht);



Introductiecursus


Met alle huisartsenposten hebben we de afspraak gemaakt dat zij viermaal per jaar één introductiecursus bieden aan de aios die nieuw zijn op hun post. In deze cursus wordt uitleg gegeven over de inhoud van het dienstdoen, een rondleiding wordt gegeven en de aios kan kennismaken met functionarissen, het gebouw, de auto en de ICT. Per post is er een opleidingscoördinator aangesteld die deze cursus meestal samen met de locatiemanager of directeur verzorgt.
Omdat het erg belangrijk is dat aios in alle situaties op de huisartsenpost goed de weg weten, is het volgen van de introductiecursus verplicht. Ook in het derde jaar, tenzij de aios al eerder op deze specifieke post heeft gewerkt. Bijlage: Lijst met opleidingscoördinatoren.

Tip: Neem het initiatief om samen met de opleider te regelen dat de assistente op de post technische vaardigheden zoals hechten, oogboren en katheteriseren naar jou geleidt.

Zelfstandigheid en overdracht


Zelfstandigheid in het eerste en derde opleidingsjaar

  • Het streven is dat de aios na 6 tot 9 maanden in het eerste jaar zelfstandig als consultarts kan werken. Mits aan de voorwaarden uit hoofdstuk 15 van de Leidraad Dienstdoen is voldaan, hoeft de opleider niet lijfelijk aanwezig te zijn bij consultdiensten indien de aios hierin bekwaam is.
  • Bij de eerste twee diensten in het derde jaar observeert de opleider of de aios zelfstandig als consultarts kan werken.
  • Na 3 maanden in het 3e jaar wordt gekeken of hij zelfstandig als visitearts kan werken en halverwege het 3e jaar of hij zelfstandig als telefoonarts kan werken (deze functie bestaat niet op iedere post). Mits aan de voorwaarden uit hoofdstuk 15 van de Leidraad Dienstdoen is voldaan, hoeft de opleider niet lijfelijk aanwezig te zijn bij viste- en telefoondiensten indien de aios hierin bekwaam is. Bij visites kan dat betekenen dat de opleider op de post is en daar consultdienst doet.
  • Voor de laatste 3 maanden is het streven dat de aios zo zelfstandig mogelijk alle diensten doet.


De belangrijkste voorwaarden hierbij, uit hoofdstuk 15 van
leidraad Dienstdoen op de Huisartsenpost

  • De aios kan zelfstandig als consultarts, visitearts of telefoonarts werken als de betreffende bekwaamheidsverklaring door de opleider en aios is ondertekend en de HDS een kopie heeft;
  • Het koppel aios-opleider moet minimaal de productie van één huisarts leveren;
  • De opleider is bereikbaar en beschikbaar om bij te springen als de leidinggevende van de huisartsenpost het werktempo van de aios te laag vindt;
  • De opleiders is lijfelijk aanwezig bij aanvang van de dienst om de medewerkers op de huisartsenpost te informeren over de gemaakte afspraken en de bereikbaarheid;
  • Indien de aios instemt en het beleid van de HDS dit toestaat hoeft de opleider daarna niet lijfelijk aanwezig te zijn. Wel hebben aios en opleider overleg bij het afsluiten van de dienst.


Bekwaamheidsverklaringen
De bekwaamheidsverklaring voor consultarts-visitearts-telefoonarts wordt vanuit het e-portfolio digitaal geaccordeerd door de opleider. Het is de bedoeling dat de aios om een pdf of een schermafdruk van de geaccordeerde bekwaamheidsverklaringen maakt en deze naar de huisartsenpost mailt. Als er meerdere huisartsenposten onder de huisartsendienstenstructuur vallen, graag vermelden op welke huisartsenpost je werkzaam bent! De lijst met mailadressen van de huisartsenposten:

E-mailadres Locaties huisartsenposten
Hap Rijnmond support@haprijnmond.nl te IJsselland, SFG, Ruwaard en Zuid
RHP Drechtsteden RHD@asz.nl te Dordrecht
HAP Delft p.hasz@huisartsenpostdelft.nl te Delft
HAP Nieuwe Waterweg Noord j.kamsteeg@huisartsenpost-nwn.nl te Schiedam
HAP Gorinchem secr@huisartsenzorg.nu te Gorinchem
HAP Westland info@huisartsenpostwestland.nl te Naaldwijk
HAP Midden-Holland huisartsenpost@hapmh.nl te Gouda
HAP 't Hellegat info@haphellegat.nl te Klaaswaal en Dirksland
Hap West-Brabant secretariaat@hapwestbrabant.nl te Etten-Leur, Roosendaal, Oosterhout, Breda en Bergen op Zoom
HAP Zeeland info@shz.nl te Goes, Vlissingen en Zierikzee
HAP Nucleus secretariaat@nucleuszorg.nl te Terneuzen en Oostburg
SHPMB Tilburg scholing@chpmbr.nl te Tilburg
HAP SHOKO secretariaat@shoko.nl te Veldhoven en Valkenswaard
HAP HOV rooster@hapoostbrabant.nl te Zaltbommel


Overdracht van begeleiding
Als de opleider de begeleiding overdraagt aan een waarnemend opleider wordt de ‘Verklaring van overdracht van de begeleiding van een aios’ ingevuld zodat de waarnemend opleider een inschatting kan maken van de mate van zelfstandigheid van de aios en kan inspelen op de aandachtspunten. Zie de paragraaf 'aantal diensten huisartsopleider’.



Gewijzigd en opnieuw vastgesteld door het CTO in november 2010
De nieuwe Leidraad toegevoegd in november 2011
Aangepast in juli 2016


[07 16]

Differentiatieonderwijs


In het derde opleidingsjaar kan je differentiatieonderwijs volgen indien er geen voortgangsproblemen zijn, het past binnen je IOP, en de verwachting is dat je drie maanden voor het einde van de opleiding aan de competentievoorwaarden voldoet.
Op de website van Huisartsopleiding Nederland staat binnen de tab Onderwijs> Aios de algemene informatie.

Lokaal aanbod
Erasmus MC biedt twee maal per jaar (startdata eind september en eind maart)

Er zijn bij beide differentiaties 14 plekken die worden verdeeld op volgorde van inschrijving.

Landelijk aanbod
Daarnaast kunnen Rotterdamse aios deelnemen aan het differentiatieonderwijs van andere opleidingen, mits dit niet op een donderdag plaatsvindt. Op de site van Huisartsopleiding Nederland staat ook een overzicht van de landelijke differentiatie mogelijkheden. Er zijn verschillen in startdata en duur.

Aanvraagprocedure

  1. Wil je een differentiatie in Rotterdam of elders volgen, overleg met je groepsdocent of aan de voorwaarden is voldaan;
  2. Bij groen licht van je groepsdocent meld je dan aan bij Gerrit-Jan Vrielink, differentiatiecoördinator g.vrielink@erasmusmc.nl 010-7043281. Doe dit voor de Rotterdamse differentiaties vóór 1 augustus (start eind september) of vóór 1 februari (start eind maart) en voor andere differentiaties 3 maanden voor de start ervan;
  3. Bij groen licht van Gerrit-Jan Vrielink dan
    • ontvang je -indien je kiest voor een differentiatie in Rotterdam- een inlogcode voor de website van de differentiatie met algemene informatie, de inhoud van het onderwijs en de specifieke data
    • neemt - indien je elders je differentiatie wilt doen- het instituut van je keuze contact met je op.



Gerrit-Jan Vrielink differentiatiecoördinator en
Herman Bueving, coördinator derde jaar a.i.

Juli 2015
[07 15]

Euthanasie in de huisartsopleiding



Inleiding

In deze notitie wordt een positiebepaling van euthanasie in de huisartsopleiding geschetst en een aantal praktische regels geformuleerd. Aanleiding is de vraag van aios en (stage)opleiders naar een standpunt van de opleidingsinstituten inzake de voorbereiding en uitvoering van euthanasie in de huisartsopleiding. In ruime mate is gebruik gemaakt van de gedachten die de hoofden in een eerder stadium hierover op papier hebben gezet, en van de reacties uit de instituten op ons eerste concept.

Andere aspecten van de terminale zorg, zoals palliatieve therapie, blijven in deze notitie buiten beschouwing.


Formele aspecten

  • Iedere arts is bevoegd euthanasie uit te voeren.
  • De arts die de feitelijke handelingen die tot euthanasie leiden uitvoert, is persoonlijk verantwoordelijk en juridisch aansprakelijk voor de gehele procedure.
  • De (stage)opleider is mede verantwoordelijk en juridisch mede aansprakelijk voor het handelen van de aios, in die zin dat hij de taak als (stage)opleider adequaat moet vervullen en daarop kan worden aangesproken.
  • Bij euthanasie is dit a fortiori het geval, omdat hierbij een extra wettelijke toets achteraf bestaat: toetsing door de toetsingscommissie. Euthanasie is niet strafbaar mits aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan. Zo niet, dan wordt de zaak voorgelegd aan de Officier van Justitie. Voor de wettelijke zorgvuldigheidsregels: zie de brochure van WVS: 'Euthanasie, zorgvuldig van begin tot einde', alsook het 'Model verslag' (www.rijksoverheid.nl, zoeken onder "euthanasie").
  • De betreffende eindterm voor de huisartsopleiding (A20) luidt: De aios is in staat is om in reactie op een euthanasieverzoek, in samenspraak met de patiënt, tot een weloverwogen besluit te komen omtrent de uitvoering, en indien dat besluit positief uitvalt, de euthanasie procedure uit te voeren volgens de daarvoor geldende wettelijke regels. Hierna volgen nog specifieke eindtermen betreffende kennis en vaardigheden en aandachtspunten voor het onderwijs. Zie 'Competentieprofiel en eindtermen van de huisarts' op onze website.
  • De aios moet zich ook vrij voelen om te weigeren en weten hoe dan te handelen.



Praktische regels

De (stage)opleider speelt een belangrijke rol. In de eerste plaats zal de (stage)opleider met de aios in een leergesprek het thema euthanasie met al zijn facetten bespreken, met name ook zijn eigen standpunt betreffende euthanasie en zijn eigen gevoelens en emoties. Ook zal hij bij de aios nagaan hoe die erover denkt, of hij al een eigen standpunt heeft en zich daarvan bewust is, en hoe de aios denkt over het voorbereiden, bijwonen en eventueel zelf uitvoeren van de euthanasie.

In het algemeen ligt het voor de hand dat de (stage)opleider zelf de euthanasie uitvoert, om de aios niet te belasten met mogelijke juridische implicatie en emotionele gevolgen. Krijgt een aios te maken met een concreet euthanasieverzoek van een patiënt, dan is het denkbaar dat de aios (gezien het curriculum past dat het beste in het derde opleidingsjaar) de euthanasie met de (stage)opleider voorbereidt en zelf uitvoert, mits:

  • aan alle wettelijke voorschriften is voldaan;
  • de (stage)opleider en aios samen nagaan of de patiënt de voorkeur uitspreekt dat de aios de euthanasie begeleidt;
  • de (stage)opleider, aios en patiënt met de gang van zaken instemmen;
  • de (stage)opleider en de aios samen met de SCEN-arts overleggen en de formele aanvraag door hen beiden gebeurt;
  • de (stage)opleider ook bij de euthanasie aanwezig is;
  • de aios na de euthanasie goed wordt begeleid door de (stage)opleider;
  • de (stage)opleider het ziekteverslag mede ondertekent en aanwezig is bij het nagesprek met de gemeentelijk lijkschouwer;
  • de aios de voorbereidingen en ervaringen inbrengt in het Leren van Ervaringen.

De (stage)opleider dient te allen tijde zelf bereid te zijn de euthanasie uit te voeren!


Tenslotte

  • Het is belangrijk dat de aios zich de dilemma's realiseert, de eigen inzichten ten aanzien van euthanasie ontwikkelt, de juiste indicaties begrijpt, zich bewust is van de eigen weerstanden en weet hoe daarmee om te gaan.
  • Aanwezig zijn bij een euthanasie meemaken en zeker zelf uitvoeren is vaak dankbaar, maar vergt ook veel. We raden aios aan ruim de tijd te nemen en ruimte te nemen voor zelfzorg.



Nagezien door Herman Bueving, juni 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO van 3 augustus 2011
Aangepast d.d. december 2015, door Frits Bareman en Thérèse Brans, ism Alex van der Male

[12/15]

Indeling stages in het tweede opleidingsjaar


Algemeen
Het tweede jaar van de huisartsopleiding volgt de aios een stage van zes (of drie) maanden in een ziekenhuis en een stage van drie maanden in een instelling voor chronische zorg en/of een stage van drie maanden in een instelling voor psychiatrische problematiek en/of ten behoeve van een keuzestage in een andere instelling. De volgorde van deze stages kan variëren en de lengte wordt bepaald door de HVRC toegekende vrijstellingen. Voor de inhoud van de drie stages verwijzen we je naar het opleidingsplan.

Voorinformatie
Vier maanden voor de start van het tweede jaar bezoeken planner en coördinator de eerstejaars groepen om de aios te informeren over regelgeving, beleid, onderwijs en praktische zaken betreffende het tweede jaar. Een samenvatting van de informatie wordt uitgereikt.

De indeling
Het indelen naar stageplaats gebeurt minstens drie maanden voor de start van het tweede jaar, waarbij de volgende stappen worden doorlopen:

  • De planner inventariseert de voorkeuren van de aios voor een specifieke stage;
  • De planner maakt hierop een voorlopige indeling;
  • Het commentaar van de aios wordt verwerkt;
  • De tweedejaars coördinator fiatteert de indeling;
  • Definitieve indeling.

Er worden plaatsingsbrieven verzonden naar de instellingen. De aios ontvangt een plaatsingsformulier, een kopie van de plaatsingsbrief en informatie over waar de ComBeL en evaluatieformulieren te vinden zijn.

Informatie over de stageplaats
Van elke stageplaats bestaat een leerwerkplan, hierin vindt de aios informatie over de stageplaats. Ook kan hij een deel van de evaluaties inzien, gemaakt door de aios die daar het laatst werkten. Op de stageplaats zelf ligt een overdrachtsschriftje dat aios bijhouden.

Leerdoelen
Het is de bedoeling dat de aios een persoonlijk leerwerkplan opstelt aan de hand van het leerwerkplan van de instelling (te vinden op Blackboard), zijn Individuele Opleidings Plan (IOP) en de voor deze stage relevante rubrieken uit de eindtermen. Voor de GGZ-stage staan op Blackboard ook leerdoelen vermeld. De aios neemt dit persoonlijke leerwerkplan mee naar het kennismakingsgesprek met de stageopleider.

Kennismakingsgesprek
Neem een maand van te voren contact op met de stageopleider voor een kennismakingsgesprek. Zie de bijlage voor een lijst met punten voor dit gesprek.

Evaluatie
Aan het eind van de stage wordt het evaluatieformulier en het beoordelingsformulier met het advies ingevuld door de stageopleider. Dit formulier gaat naar de jaarcoördinator.



Elly de Heer en Olof Lageweg, juli 2011

[07/11]

Individueel OpleidingsPlan IOP, het

De huisartsopleidng is competentiegericht (zie het hoofdstuk competentiegericht onderwijs).

Een van de manieren om competentiegericht te leren is door het opstellen van een Individueel Opleiding Plan (IOP). Bij een IOP stel je op basis van je ervaring en je leerbehoeftes je leerdoelen op. Zowel in de praktijk als op de terugkomdag werk je aan het realiseren van deze doelen. De opleider en jouw docenten volgen dit leerproces.

Onderstaand tref je documenten aan over hoe je een IOP opstelt en hoe een opleider een aios kan begeleiden in het werken met een IOP.

IOP-formulier
Een IOP maken en bijstellen
Voorbeelden van IOPs
Coachen van de aios en zijn IOP: model en tips

Ook de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) heeft een handleiding ontwikkeld voor het opstellen van een Individueel opleidingsplan (IOP). Dit document is bedoeld als handvat voor opleider en aios die gezamenlijk een IOP willen opstellen: zie http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-herregistratie/RGS-1/Opleiding.htm

Blanca Smit, herzien in september 2014

[09/14]

Kennismakingsgesprek huisartsopleider en aios



Inleiding
In het eerste opleidingsjaar loopt een aios, voordat de opleiding begint, een volledige dag met de huisartsopleider mee waaraan hij na de koppelingsavond is gekoppeld. Tijdens het kennismakingsgesprek is het zowel voor de huisartsopleider als de aios prettig om gebruik te kunnen maken van een checklist. Zo kunnen beiden zich voorbereiden op het gesprek en achteraf checken of alles wat belangrijk is ook daadwerkelijk aan bod is geweest.
In eerste instantie gaat het erom om te besluiten of beiden samen aan de opleiding willen beginnen. In tweede instantie gaat het om het verkrijgen van inzicht in de opleidingssituatie in deze praktijk. Het besluit koppelt de aios terug aan de docenten.

Ook in het derde opleidingsjaar is een checklist bij het kennismakingsgesprek tussen de huisartsopleider en de aios zinvol, om alle punten de revue te laten passeren. De aios bezoekt eerst drie praktijken in het kader van de koppelingsprocedure. Nadat de koppeling heeft plaatsgevonden vindt het (uitgebreide) kennismakingsgesprek plaats, waarin de afspraken worden gemaakt.

Checklists
De SBOH heeft een model checklist ontwikkeld die een compilatie is van reeds bestaande checklists binnen de opleidingsinstituten en informatie van de SBOH zelf.


De huisartsopleiding Erasmus MC heeft hiervan een verkorte versie gemaakt.



CTO, versie april 2007
Aangepast door Hans Faddegon, april 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO 15 juni 2011

[06/11]

Koppelingsprocedure huisartsstages



De koppelingsprocedure voor het eerste opleidingsjaar staat beschreven in het document
'Procedure tot aan de start van de huisartsopleiding', versie juli 2016
Bijlagen:



De koppelingsprocedure voor het derde opleidingsjaar staat beschreven in het document
'De koppelingsprocedure in het derde jaar', versie augustus 2014




[07 16]

Leergesprek, het


Inleiding


Contacten met patiënten op de stageplaats zijn de belangrijkste leermomenten voor de aios. Naar aanleiding daarvan worden met de opleider dagelijks gesprekken gevoerd. Korte gesprekken tijdens de spreekuren en visites en langere gestructureerde gesprekken op een van tevoren vastgesteld tijdstip. In de huisartspraktijk zullen opleider en aios op deze wijze een uur per werkdag met elkaar spreken. Tijdens de stages in het tweede opleidingsjaar wordt minimaal één keer per week een lang leergesprek gevoerd. Geadviseerd wordt om deze gesprekken in te plannen op een tijdstip dat er zo weinig mogelijk kans op storingen bestaat en niet als sluitstuk van een werkdag.

Goede informatie hierover staat in “Het medisch ambacht, opleiden en leren in de praktijk van de (verpleeghuis)arts” van M. de Haan, P.M. Boendermaker en I.Hey. Hoofdstuk 3 paragraaf 3 behandelt het leergesprek. Hieronder worden in het kort een aantal “standaard leergesprekken” besproken. Evenals in bovengenoemd leerboek, maken we een onderscheid in taakgerichte, procesgerichte, persoonsgerichte en beoordelende leergesprekken.


Taakgerichte leergesprekken


Consultatie
Wanneer de aios tijdens een consult de hulp van de opleider inroept spreken we van consultatie. Dit zijn altijd belangrijke momenten, omdat de aios stuit op een hiaat in zijn kennis, vaardigheid of oordeelsvermogen. Opleider en aios zullen dit moment benutten door te sonderen waar precies het hiaat ligt. De aios zal trachten een zo duidelijk mogelijke vraag te stellen en de opleider zal zo mogelijk die vraag explorerend verhelderen en het eigen probleemoplossend vermogen van de aios trachten te bevorderen. Later zal het koppel op een rustiger moment (in een leergesprek) nog terugkomen op dit probleem en er zonodig een leertraject aan koppelen.

Dagrapportage
Vooral in het begin van de opleiding de belangrijkste gespreksvorm. Opleider en aios bespreken de consulten en visites die door de aios zijn gedaan. In het begin van de stage zullen alle contacten worden besproken. Geleidelijk aan zullen alleen die contacten worden besproken, welke door de aios als mogelijk problematisch werden ervaren of welke de opleider graag wil bespreken. Ook is het mogelijk om een meer steekproefsgewijze aanpak te kiezen, bijvoorbeeld ieder vijfde contact bespreken.

Consultbespreking
Het komt regelmatig voor dat een patiëntencontact aanleiding geeft om er dieper op in te gaan. Er kan dan reflectie plaatsvinden bijvoorbeeld op het functioneren van de aios, op de aanpak van de opleider, op het probleem van de patiënt, op medisch-ethische aspecten, op klinisch redeneren, op praktijkmanagement.

Bespreking van de consultvoering (video)
Van de aios wordt verwacht dat hij gedurende de gehele huisartsstage consulten op video opneemt en (zelf) bekijkt. Regelmatig wordt ook in het leergesprek aandacht besteed aan consultvoering. Opleider en aios bekijken samen (delen van) een consult en opleider geeft feedback op het getoonde. Er kan dan gebruik worden gemaakt van beoordelingsinstrumenten, die door de afdeling huisartsgeneeskunde worden aangereikt zoals de MAASglobaal en de Video Toets Plus.

Themagesprek
Themagesprekken zijn leergesprekken waarin een wat groter onderwerp uitvoerig wordt besproken. Dat kan een NHG-standaard zijn, maar ook onderwerpen als euthanasiebeleid, omgaan met industrie, omgaan met fouten enz. Deze gesprekken krijgen extra waarde wanneer zowel aios als opleider zich er tevoren op hebben voorbereid. Onderwerp en tijdstip dienen daarom ook ruim tevoren te zijn afgesproken.


Procesgerichte leergesprekken


IOP-gesprek
Om het leerproces van de aios meer te structureren wordt gebruik gemaakt van Individuele Leerplannen (IOP’s), zie het hoofdstuk Competentiegericht Onderwijs. De opleider stimuleert de aios tot het vaststellen van IOP’s , houdt zicht op het verloop door middel van tussentijdse begeleidingsgesprekken en toetst uiteindelijk of de einddoelen gehaald zijn in evaluatieve gesprekken.


Persoonsgerichte leergesprekken


Het explorerende gesprek
Hierbij gaat het om de persoon en de beleving van de aios. Niet het medisch handelen staat centraal, maar houding, emoties, normen en waarden van de aios in bepaalde situaties. De opleider houdt de aios een spiegel voor en zet aan tot reflectie op eigen functioneren. De opleider gaat hierbij explorerend te werk, waarbij luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD) wordt benut. Bij doorvragen gaat het dan vooral om het stellen van open vragen.


Beoordelende leergesprekken


Voortgangsgesprek
Opleider en aios dienen regelmatig (iedere drie maanden) de voortgang van de aios te bespreken, zie het hoofdstuk Toetsing en Beoordeling. Om dit zo concreet en volledig mogelijk te laten gebeuren wordt hiervoor door de afdeling huisartsgeneeskunde een format geleverd inclusief een gespreksagenda, een lijst van voorbereidende activiteiten en een verslagformulier. Een belangrijk instrument bij de voorbereiding is de Competentie Beoordeling Lijst (ComBeL). Deze dient in de huisartsstage vier keer per jaar te worden ingevuld en besproken. Uit de voortgangsgesprekken komen automatisch weer nieuwe IOP’s voort.

Beoordelingsgesprek
Aan het eind van de stage vindt een specifiek voortgangsgesprek plaats: het beoordelingsgesprek, zie het hoofdstuk Toetsing en Beoordeling. Ook hierbij wordt ter voorbereiding gebruik gemaakt van de ComBeL.


Bavo van der Poel, oktober 2009
Nagezien door Herman Bueving, juni 2011

[06/11]

Leerwerkplan binnen de huisartsstage


Aan de hand van het sjabloon LeerWerkPlan versie november 2015
maakt de opleider een beschrijving van zijn of haar praktijk en wat een aios kan leren tijdens deze stage.
Toelichting op het sjabloon LeerWerkPlan.

[07 16]

Masterclass, de



Inleiding


Voor een klein deel van de aios bestaat de mogelijkheid voor kennisinhoudelijke verdieping in een masterclass. Zij zijn bereid zich daarvoor gedurende een bepaalde periode extra in te zetten boven het niveau dat van alle aios wordt gevraagd.
In de masterclass werken geselecteerde aios ieder aan een werkstuk, een tastbaar en overdraagbaar product dat een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het vak huisartsgeneeskunde. De verdieping wordt bereikt via de methode van begeleide zelfwerkzaamheid.

De masterclass wordt begeleid door mw. A.P. Verhagen en dhr. P.J.E. Bindels. Er is plek voor 2 tot 4 aios per startdatum. Momenteel zijn er 2 masterclass-groepen, elk bestaand uit 3 aios.


Hoe meld ik me aan voor de masterclass?


Als aios kun je je niet zelf aanmelden voor de masterclass. De docenten worden uitgenodigd om -gemotiveerd- excellente aios voor te dragen die rond het eind van het eerste studiejaar zijn. Voor de sollicitatieprocedure van de masterclass worden de volgende criteria voor uitstekend functioneren van de aios gehanteerd:

  • een actieve deelname aan alle delen van het onderwijs op de terugkomdagen;
  • goede prestaties, o.a. kennis van zaken, uitvoeren van voornemens, voldoende of goede score op de diverse toetsen (kennistoets, vaardighedentoets, consultvoerings-toets, pico-referaat);
  • uitstekende beoordeling door de docenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde, goede prestaties genoteerd bij de diverse evaluatiemomenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde (eventueel doordat de docenten vergelijken met eerder opgeleide aios);
  • uitstekende beoordeling door de huisartsopleider, goede prestaties genoteerd bij de diverse evaluatiemomenten op de zeven taakgebieden van huisartsgeneeskunde (eventueel doordat de hao vergelijkt met eerder opgeleide aios);

Daarnaast worden de volgende criteria voor de motivatie van de aios gehanteerd:

  • de bereidheid zich verder te bekwamen in het vastgestelde onderwerp van de masterclass;
  • de bereidheid om energie en tijd in de masterclass te steken.

Een voordracht van de docenten leidt niet automatisch tot plaatsing. Na de voordracht solliciteert de aios bij een commissie bestaande uit het hoofd huisartsopleiding en de docent(en) onder leiding van P.J.E. Bindels.


De inhoud van het werkstuk


Het onderwerp van de masterclass hetzij wordt vooraf bepaald hetzij komt in overleg tot stand tijdens de eerste bijeenkomsten.

De inhoud van het werken van (huis)artsen kan worden omschreven met het begrip het geneeskundig proces, de telkens doorlopen cyclus van hulpvraag, anamnese, onderzoek, beleid en follow-up. Besliskundig geredeneerd begint de rationale van het hele geneeskundige proces aan het eind, bij de therapeutische mogelijkheden. Deze sturen de zin en onzin van de daaraan voorafgaande stappen. De grenzen van de kennis over het beleid bepalen bijvoorbeeld de wijze waarop een (huis)arts met het begrip /verwijzen/ omgaat. Als hij of zij veel weet over de mogelijkheden voor beleid, gebeurt de eigen diagnostiek efficiënter en de voorlichting over de verwijzing duidelijker en kwalitatief beter dan wanneer dit niet het geval is. Het hele geneeskundige proces alsmede de patiënt en de arts zijn daarbij gebaat.

In het werkstuk laat de aios zien wat een zinvol geneeskundig proces zou moeten zijn bij een bepaalde in de huisartspraktijk veel voorkomende (groep) aandoening(en). Deze zinvolheid wordt verhelderd door een evidence based onderbouwing vanuit de literatuur en zo nodig aangevuld door rationeel beargumenteerde handelwijzen.

Om op efficiënte wijze zo snel mogelijk tot een hoge kwaliteit te komen wordt bij voorkeur begonnen met onderwerpen waarover in de vakgroep al hoogwaardige expertise aanwezig is.


De vorm van het werkstuk


De vorm van het werkstuk is die van een publiceerbaar artikel. Gewerkt wordt aan bv een systematische review, een klinische les of beschouwing. Een Engelstalig artikel is het mooist, maar mikken op het NTvG of H&W is een goed alternatief.


Tijdsinvestering


Afhankelijk van de grootte van het onderwerp zal iedere aios zes tot tien zittingen bijwonen. Hij zal gedurende 6-12 maanden aan het werkstuk werken, waarbij er op een tijdsbelasting van een halve dag per week gerekend dient te worden. Deels zal de huisartsopleiding deze tijd actief vrijmaken ten koste van de stagetijd, deels zal de aios hiervoor zelf studietijd vrij moeten maken.


Werkwijze


  • De masterclass wordt op vaste tijden gegeven en bestaat uit het samenkomen van de aios met de docent(en). Iedere aios doet in deze zittingen verslag van zijn of haar vorderingen.
  • Tijdens de bijeenkomst worden enkele tevoren bestudeerde hoofdstukken besproken uit het boek Praktische Epidemiologie, specifiek gericht op de huisartsenpraktijk.
  • De aios committeert zich aan een bepaalde productie en een bepaalde tijd. Bij tussentijds niet voldoen aan de productiekwaliteit of snelheid verlaat de aios de masterclass. Dit ter beoordeling door de docent(en); er zijn geen beroepsmogelijkheden.
  • De eindtoets is de publicatie van het artikel.





Dit hoofdstuk wordt beheerd door P.J.E. Bindels en T.Brans.
Oktober 2010


[10 10]

NHG-standaarden in de huisartsopleiding



Inleiding

NHG-standaarden bevatten richtlijnen voor de behandeling en diagnostiek van een groot aantal aandoeningen die zich kunnen aandienen in de huisartsenpraktijk. Het gaat daarbij om een bundeling van adviezen om de kwaliteit van het medisch handelen te verbeteren. De standaarden zijn gebaseerd op Evidence Based Medicine, dus op wetenschap of -bij gebrek aan beter- ervaring. Dit hoofdstuk geeft aan waarom we onderwijs bieden in de standaarden en hoe we dat doen.

Doel

De aios heeft kennis van de NHG-standaarden, hanteert ze kritisch, heeft inzicht in de wijze waarop de standaarden tot stand komen en heeft inzicht in de (wetenschappelijke) verantwoording ervan.

Werkwijze

De aios bestudeert de NHG-standaarden zelfstandig. Vervolgens bespreekt de aios een deel van de standaarden met de opleider, een deel wordt uitgediept binnen het terugkomdagonderwijs en een deel is zelfstudie. Het leren in de praktijk (het ervaringsleren) staat centraal. Uit het overzicht van een standaard curriculum, dat een bijlage is van het opleidingsplan, wordt duidelijk in welk kwartaal welke NHG-standaarden aan bod komen (onderverdeeld in bespreking met de opleider, op de terugkomdag en door zelfstudie).

1. Bespreking met de opleider
Een groot deel van de standaarden komt in de opleidingspraktijk en bij voorkeur in het eerste jaar aan de orde. Het zijn, vooral in het eerste jaar, belangrijke onderwerpen voor de leergesprekken tussen de opleider en de aios. Criteria om een standaard als onderwerp van een leergesprek te kiezen zijn:

  • de behandelde problematiek doet zich recent en/of veelvuldig voor
  • het huisartsgeneeskundig handelen is duidelijk afwijkend van hetgeen in de basisopleiding aan de orde is
  • het door de standaard voorgestelde beleid wijkt af van het beleid in deze praktijk
  • de aios blijkt de standaard onvoldoende te beheersen
  • er is recent een nieuwe standaard of een herziening van een bestaande standaard uitgekomen
  • de standaard is te ingewikkeld voor alleen zelfstudie
  • de standaard komt niet meer uitgebreid terug op de terugkomdag


2. Verdieping tijdens de terugkomdag
De docent van de terugkomdag verzorgt onderwijs aan de hand van of over een deel van de standaarden. Daarbij gaat het om verdieping van de reeds bestudeerde standaarden. De standaarden corresponderen met onderwijsprogramma's. Criteria om standaarden te bespreken tijdens het terugkomdagonderwijs zijn:

  • de standaard is veelomvattend
  • de aios worden snel en veelvuldig met deze problematiek geconfronteerd
  • de aios worden weinig met deze problematiek geconfronteerd
  • de richtlijnen van deze standaard wijken (sterk) af van de huidige praktijkvoering
  • er zijn specifieke problemen met deze standaard
  • de uitvoering van de standaard wordt in de praktijk verschillend toegepast

De wetenschappelijke verantwoording van de standaarden komen onder andere in het onderwijs over EBM terug.

3. Zelfstudie
Een deel van de standaarden maakt de aios zich geheel eigen door zelfstudie




Blanca Smit, Thérèse Brans, herzien sept 2014



[09/14]

Ontkoppeling (dreigend) bij een tweedejaarsstage



Inleiding

Omdat het in opleidingsjaar 2 een enkele keer voorkomt dat een stage voortijdig moet worden beëindigd, zijn hieronder enkele punten opgenomen om deze voor alle partijen onprettige situatie procedureel zorgvuldig te laten verlopen. Om een leerwerkperiode zinvol te doen verlopen zijn een geschikt leerklimaat en onderlinge overeenstemming nodig. Ook al is de voorbereiding zorgvuldig geweest, er kunnen strubbelingen optreden. Zowel de stageopleider als de aios kunnen voor de vraag komen te staan: wil ik zo wel verder? Het kan om heel verschillende dingen gaan: hinderlijke gewoontes of gedragingen, verschil van mening, onmogelijke eisen en verwachtingen. Je ligt elkaar niet. Je vindt je opleider ongeschikt voor jou (of andersom). Stel bespreking niet uit, het is jammer als de kwaliteit van de opleiding hieronder lijdt en er opleidingstijd verloren gaat.

Als er een mogelijke ontkoppeling is adviseren de docenten de jaarcoördinator in voorkomende gevallen. De jaarcoördinator neemt het besluit tot ontkoppeling.

Procedureel

Om netelige situaties, zo goed mogelijk te hanteren (of liever nog te voorkómen) is een aantal stappen aan te geven:

  1. Probeer voor jezelf zo goed mogelijk te concretiseren wat je dwars zit.
  2. Stel bespreking niet uit. Als je zelf merkt dat er problemen zijn, heeft de ander dat vaak ook al gemerkt. Een gesprek waarin je op een goede manier feedback geeft en vraagt kan veel duidelijk maken en recht zetten. Uitstellen werkt vrijwel altijd in je nadeel, omdat verstoorde verhoudingen inwerken op het geheel van je functioneren.
  3. Het signaal dat de stage niet goed verloopt, kan komen van de aios, de stageopleider, de docent(en) of de modulecoördinatoren. Zowel de stageopleider als de aios dienen, als men onderling niet tot een adequate oplossing komt, dit te melden aan de betrokken docent(en) van het instituut.
  4. In zo'n geval volgt een gesprek tussen stageopleider, aios, docent(en) en de jaarcoördinator. Daarna wordt afgesproken op welke wijze men verder gaat. Een dergelijk gesprek wordt genotuleerd door een docent van de huisartsopleiding en voor commentaar aan de aanwezigen voorgelegd. Na ondertekening 'voor gezien' door stageopleider en aios wordt het toegevoegd aan het dossier van aios en dat van de stageopleider.
  5. Als men niet verder wil ligt de beslissing over het afbreken van stages bij het instituut. De docenten bereiden de beslissing voor in samenspraak met de jaarcoördinator in de vorm van een advies tot ontkoppeling. De jaarcoördinator neemt uiteindelijk het besluit. De aios stelt in samenspraak met de docenten een plan van aanpak met de te behalen leerdoelen op voor het resterende deel van de stage. Dit plan van aanpak wordt met de nieuwe opleider besproken.
  6. Als er geen sprake is van een acute situatie (ter beoordeling aan de docenten), zal worden overlegd op welke termijn de stage wordt beëindigd.
  7. De planner bevestigt namens de jaarcoördinator de ontkoppeling schriftelijk aan de stageopleider en aan de aios, eventueel aan de directie van de instelling en aan de SBOH.
  8. Er kan twijfel ontstaan of een aios geschikt is om huisarts te worden. Als er twijfel bestaat over de geschiktheid van de aios overlegt de jaarcoördinator met het hoofd over verdere stappen met betrekking tot het vervolg van de opleiding.
  9. De docenten verzorgen de nazorg voor de aios en de jaarcoördinator spreekt met de opleider de wensen voor nazorg af.
  10. Een enkele keer zal blijken, door herhaling van soortgelijke situaties, dat een stageplaats niet geschikt (meer) is. Bij twijfel aan de geschiktheid van de stageplaats zal de jaarcoördinator bezien welke verbeteringen mogelijk zijn, zo nodig verdere actie ondernemen en een besluit nemen over continuering van de stageplaats.
  11. Het instituut meldt alle gevallen waarin wordt afgeweken van de normale procedure aan de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).
  12. De RGS is het orgaan dat de uiteindelijke bevoegdheid heeft om de erkenning van een stageopleider toe te kennen, te onthouden of te beëindigen.
  13. De jaarcoördinator spant zich in binnen vier weken een nieuwe stageplaats voor de aios te regelen in overleg met aios en docenten. Voor de tussenliggende periode biedt het instituut de aios een keuze uit door de RGS erkende stageplekken. De stages vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding. De jaarcoördinator stelt de de nieuwe stageopleider op de hoogte van de reden van ontkoppeling. Wanneer het niet zinvol is om nog een andere stageplaats te zoeken (er resteert bijvoorbeeld nog maar één maand) of er is geen -geschikte- stageplaats voor handen, dan wordt in overleg het curriculum van de aios aangepast. De aios blijft het terugkomdagonderwijs volgen. Een onderbreking van de opleiding is niet toegestaan.



Vastgesteld in het CTO op 17 oktober 2007
Nagezien door Herman Bueving en Elly de Heer, juni 2011
Opnieuw vastgesteld door het CTO van 3 augustus 2011 en 20 februari 2013


[02 13]

Ontkoppeling (dreigend) tijdens de huisartsstage



Inleiding

De opleidingsperiodes in de huisartspraktijk hebben een kenmerk dat binnen het geheel van geneeskundige opleidingen vrij uniek is. Er is sprake van een één op één situatie: één arts in opleiding tot specialist huisarts (aios) met één opleider.

Om een leerwerkperiode zinvol te doen verlopen zijn een geschikt leerklimaat en onderlinge overeenstemming nodig. Ook al is de voorbereiding zorgvuldig geweest, er kunnen strubbelingen optreden. Zowel de opleider als de aios kunnen voor de vraag komen te staan: wil ik zo wel verder? Het kan om heel verschillende dingen gaan: hinderlijke gewoontes of gedragingen, verschil van mening, onmogelijke eisen en verwachtingen. Je ligt elkaar niet. Je vindt je opleider ongeschikt voor jou (of andersom). Stel bespreking niet uit, het is jammer als de kwaliteit van de opleiding hieronder lijdt en er opleidingstijd verloren gaat.

Als er een mogelijke ontkoppeling is adviseren de docenten de jaarcoördinator in voorkomende gevallen. De jaarcoördinator neemt het besluit tot ontkoppeling.

Procedureel

Om netelige situaties, zo goed mogelijk te hanteren (of liever nog te voorkómen) is een aantal stappen aan te geven:

  1. Probeer voor jezelf zo goed mogelijk te concretiseren wat je dwars zit.
  2. Stel bespreking niet uit. Als je zelf merkt dat er problemen zijn, heeft de ander dat vaak ook al gemerkt. Een gesprek waarin je op een goede manier feedback geeft en vraagt kan veel duidelijk maken en recht zetten. Uitstellen werkt vrijwel altijd in je nadeel, omdat verstoorde verhoudingen inwerken op het geheel van je functioneren.
  3. Zowel aios als opleiders hebben een onderwijsgroep. Aarzel niet om problemen daar aan de orde te stellen. Eén van de functies van een onderwijsgroep is om behulpzaam te zijn bij het analyseren en oplossen van dit soort problemen. Benadruk dat de groepsleden dit soort besprekingen niet naar buiten brengen. De inbrenger moet kunnen rekenen op geheimhouding.
  4. Zowel de opleider als de aios dienen, als men onderling niet tot een adequate oplossing komt, dit te melden aan de betrokken docent(en) van het instituut.
  5. Ook docenten dienen, als een stage niet goed verloopt, dit tijdig te signaleren bij de betrokkenen en een aantekening te maken in het dossier.
  6. In zo'n geval volgt een gesprek tussen opleider, aios, docent(en) en de opleiderbegeleider. Daarna wordt afgesproken op welke wijze men verder gaat. Een dergelijk gesprek wordt genotuleerd door een docent van de huisartsopleiding en voor commentaar aan de aanwezigen voorgelegd. Na ondertekening 'voor gezien' door opleider en aios wordt het toegevoegd aan het dossier van aios en opleider.
  7. Als men niet verder wil ligt de beslissing over het afbreken van stages bij het instituut. De docenten bereiden de beslissing voor in samenspraak met de opleiderbegeleider in de vorm van een advies tot ontkoppeling. De jaarcoördinator of de opleiderbegeleider neemt uiteindelijk het besluit. De aios stelt in samenspraak met de docenten een plan van aanpak met de te behalen leerdoelen op voor het resterende deel van de stage. Dit plan van aanpak wordt met de nieuwe opleider besproken.
  8. De docenten verzorgen de nazorg voor de aios en de begeleider van de workshop van opleiders spreekt met de opleider de wensen voor nazorg af.
  9. Er kan twijfel ontstaan of een aios geschikt is om huisarts te worden. Als er twijfel bestaat over de geschiktheid van de aios overlegt de jaarcoördinator met het hoofd over verdere stappen met betrekking tot het vervolg van de opleiding.
  10. Een enkele keer zal blijken, door herhaling van soortgelijke situaties, dat een opleider niet geschikt (meer) is. Besluiten over ongeschiktheid of onvoldoende functioneren van de opleider worden genomen door het hoofd na advies van de opleiderbegeleider en docenten.
  11. Het instituut meldt alle gevallen waarin wordt afgeweken van de normale procedure aan de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS).
  12. De RGS is het orgaan dat de uiteindelijke bevoegdheid heeft om de erkenning van een opleider toe te kennen, te onthouden of te beëindigen.
  13. De jaarcoördinator spant zich in binnen vier weken een nieuwe stageplaats voor de aios te regelen in overleg met aios en docenten. Voor de tussenliggende periode biedt het instituut de aios een keuze uit door de RGS erkende stageplekken. De stages vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding. Het instituut stelt de de nieuwe opleider op de hoogte van de reden van ontkoppeling. Wanneer het niet zinvol is om nog een andere stageplaats te zoeken (er resteert bijvoorbeeld nog maar één maand) of er is geen -geschikte- stageplaats voor handen, dan wordt in overleg het curriculum van de aios aangepast. De aios blijft het terugkomdagonderwijs volgen. Een onderbreking van de opleiding is niet toegestaan.
  14. De betreffende docent of opleiderbegeleider levert na drie maanden nazorg aan de ontkoppelde opleider.




Vastgesteld in het CTO van 17 oktober 2007
Nagezien door Herman Bueving, juni 2011

Opnieuw vastgesteld door het CTO 3 augustus 2011

[11 15]

Protocol prik-, snij-, spat- en bijtaccidenten

Na een prik-, spat-, snij- en bijtaccident is het van belang snel en adequaat te handelen. Het protocol 2011 op de website van de SBOH beschrijft de belangrijkste stappen.

       BEL DIRECT HET AMC 020-56 69 111
       VRAAG NAAR DE DIENSTDOENDE BEDRIJFSARTS
       GEEF AAN DAT U EEN SBOH-MEDEWERKER BENT
       U KRIJGT DAN DIRECT ADEQUAAT MEDISCH ADVIES, 
       24-UUR PER DAG



[06 11]

Scholing van en regelgeving voor opleiders

Stage lopen in het buitenland


De Nederlandse huisartsopleingen hebben hun gezamenlijke voorwaarden voor stages in het buitenland opgenomen op de website van huisartsopleiding Nederland. Daarnaast is het handig om artikel 5 uit de personeelsinformatie van de SBOH erop na te slaan.


[03/16]

STARtclass

Inleiding

De STARtclass bereidt eerste- en tweedejaars aios voor op het verlenen van spoedeisende zorg.
Daarbij ga je uit van de ‘ABCDE-benadering,’ het stap voor stap beoordelen van het toestandsbeeld van de patiënt. Deze werkwijze is de basis voor de beslissingen die je neemt en de handelingen die je uitvoert.

Opzet

STARtclass jaar I
Je maakt kennis met de internationaal toegepaste ABCDE-systematiek en oefent deze in kleine groepjes onder leiding van ervaren docenten. Er wordt gewerkt met fantomen en opgeleide simulatiepatiënten (scenariotraining). Op de cursuslocatie worden situaties op de HAP en in een thuissituatie zo goed mogelijk nagebootst. Een deel van het onderwijs is digitaal. Het is een intensieve vierdaagse cursus waarin je leert gestructureerd en stap voor stap spoedgevallen te behandelen.

STARtclass jaar II
Je oefent in kleine groepen onder leiding van ervaren klinische docenten en je werkt met fantomen en simulatiepatiënten. Ook in deze cursus is eeen deel van het onderwijs digitaal. In plenaire interactieve sessies leer je de basisprincipes voor het beschrijven van ECG’s en röntgenfoto’s. Het is een intensieve, praktische cursus van tien dagen waarin je leert hoe je patiënten met acute klachten en traumaslachtoffers opvangt en behandelt.

Toetsing en certificaat

STARtclass jaar I
DE ABCDE kennis wordt getoetst d.m.v. een scenario assessment. Ook de vaardigheden worden geoefend en getoetst. Na afloop ontvang je een deelnamecertificaat.

STARtclass jaar II
De cursus begint met een educatieve kennistoets. Na afloop wordt selectief getoetst, zowel theoretisch (kennistoets) als praktisch (scenario assessment). Je ontvangt na afloop een deelnamecertificaat.

Voor meer informatie ga je naar de website van Bureau Onderwijs- en Congresorganisatie http://www.sboh.org


[05 14]

Supervisie en intervisie



Supervisie


„Het houdt me nog bezig, wat ik vorige week meegemaakt heb…..”


Wat is supervisie?
Supervisie is een methode om te leren van de eigen ervaringen. Leren van ervaringen is in de huisartsopleiding een vaker terugkerend aspect. In de supervisie worden je ervaringen wat preciezer bekeken en persoonlijke aspecten krijgen meer ruimte: waarom maakte juist deze ervaring zoveel indruk op je? Wat merkte je op aan je eigen handelen, je reacties? Hoe handelde je, wat ben je bewust over je eigen gewoontes, je motieven, je normen?
In de Rotterdamse Huisartsopleiding is supervisie een verplicht onderdeel van het curriculum.

Doelen van supervisie
De doelen van supervisie behoren tot taakgebied 7: Professionaliteit. Dit taakgebied omvat het hanteren, bevorderen en onderhouden van de vakbekwaamheid. Reflectie op de eigen competenties is hierbij een essentiële vaardigheid.

Supervisiereader
Aios, supervisoren en docenten kunnen in de reader op de onderwijsbank alle informatie vinden over inhoud en organisatie van de supervisie. Daarin is ook het beoordelingsformulier supervisie, inclusief toelichting opgenomen.


Intervisie

Inleiding
De intervisie vindt plaats in de tweede helft van het derde jaar van de huisartsopleiding, het tweede jaar waarin de aios werkt en leert in de huisartspraktijk. Het vindt plaats in groepjes van 5-9 aios. Er worden standaard 10 bijeenkomsten ingeroosterd. Alle bijeenkomsten worden begeleid door een intervisiebegeleider.

Intervisie borduurt verder op supervisie uit het eerste jaar. De aios leert een aantal werkvormen te hanteren waarmee in de toekomst zelfstandig een intervisie is op te zetten. Daarnaast leert de aios van de werkinbreng op huisartsgeneeskundig en persoonlijk vlak, met name van de samenhang tussen die twee. Het verschil met het Uitwisselen van Ervaringen (UvE) is dat bij het UvE de ervaring bespreekbaar en inzichtelijk wordt gemaakt zonder deze te relateren aan persoonlijke eigenschappen van de aios. Intervisie gaat over het functioneren van de aios, gerelateerd aan zijn persoon.

Samenhang met supervisie
Nog even de doelstelling en de basisprincipes van de supervisie in beeld:

  • Het reflecteren op de competentie professionaliteit: het onderhouden, hanteren en bevorderen van de vakbekwaamheid in brede zin.
  • Waarbij de aios zelf aangeven wat zij willen leren
  • De concrete werksituatie uitgangspunt is van het leren
  • De concrete situatie wordt beschreven en nader beschouwd
  • De verkregen inzichten in een breder kader worden geplaatst
  • Alternatieven voor het besproken gedrag worden overwogen
  • De aios dit gedrag in de praktijk brengt en bij de volgende bijeenkomst rapporteert


Doelstellingen intervisie
Voor de intervisie komen daar de volgende doelstellingen bij:

  • Het verkrijgen van kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het deelnemen, voorzitten en begeleiden van de intervisiebijeenkomst
  • Het zelfstandig kunnen bewerken van de werkinbreng met inachtneming van de methodiek van de supervisie


De deelcompetenties in de intervisie
Niet alle kennis, vaardigheden en inzichten die nodig zijn om de intervisie-bijeenkomst te begeleiden zijn direct terug te vinden in het competentieprofiel van de huisarts. Dit heeft te maken met het feit dat intervisie geen deel uitmaakt van het primaire proces in de huisarts geneeskunde. Intervisie is een methode om in het kader van nascholing als groep huisartsen zelfstandig te werken aan professionalisering.
Intervisie heeft met name betrekking op het taakgebied professionaliteit, maar ook andere taakgebieden zijn aan de orde. Verschillende deelcompetenties zijn -in iets gewijzigde vorm -van toepassing op het deelnemen, voorzitten en begeleiden van de intervisiegroep en worden hieronder genoemd (ze zijn ontleend aan de ComBeL derde jaar):

  • Taakgebied vakinhoudelijk handelen:
    • Betrekt expliciet contextuele factoren in de werkhypothese
    • Beheerst het complete spectrum van probleemverheldering
  • Taakgebied samenwerken:
    • Neemt verantwoordelijkheid voor het functioneren van de groep
    • Gaat in de praktijk evenwichtig en constructief om met conflictsituaties
  • Taakgebied wetenschap en onderwijs: .
    • Levert actieve bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van de intervisie
  • Taakgebied professionaliteit:
    • Kijkt kritisch naar het eigen beroepsmatig functioneren
    • Staat open voor feedback op het eigen functioneren en geeft zo nodig eigen lacunes en tekortkomingen aan.


Intervisietoets
De intervisietoets is zowel selectief 2) als educatief 3) bedoeld en bestaat uit het maken van een procesbeschrijving van een intervisiebijeenkomst, waarbij de groepsprocessen en leermomenten uitgebreid en concreet worden geschetst. Aan het begin van de volgende bijeenkomst bespreekt de groep op hoofdlijnen de procesbeschrijving.

De intervisiebegeleider beoordeelt de kwaliteit van de procesbeschrijving aan de hand van de onderstaande criteria met een voldoende of een onvoldoende. De schrijver leert van het onder woorden brengen van het proces en van het concretiseren van inzichten en vaardigheden. De groep leert middels de reflectie en discussie aan de hand van de procesbeschrijving.
Aangezien alle intervisanten een keer een procesbeschrijving maken, wordt bijna de gehele intervisie-cyclus in kaart gebracht. Samen met de aangeboden literatuur kan dit fungeren als naslagwerkje voor het moment dat de huisartsen na hun opleiding een eigen intervisiegroep opzetten.

Inhoud van en criteria voor de kwaliteit van de procesbeschrijving:

  • Het bevat een korte schets van de werkinbreng
  • Het bevat een beschrijving van het proces dat leidde tot probleemverheldering
  • Het bevat een beschrijving van het proces dat leidde tot een concrete oplossing of een concrete aanpak
  • De kenmerken van de fase waarin de groep zich op dat moment bevindt zijn beschreven
  • Het bevat een beschrijving van eventuele storingen en impasses en een beschrijving over hoe deze zijn opgelost
  • De ervaringen van de schrijver en een uitgebreide reflectie op het geleerde tijdens de intervisie-bijeenkomst zijn beschreven.
  • Het verslag bestaat uit minimaal drie A-4tjes



Literatuur


Brenninkmeijer WJM c.s. Leren van eigen werkervaringen. 
Onderzoek naar de effecten van supervisie aan huisartsen. 
Medisch Contact 2005; 60:664-7.

 
Alting von Geusau W, Runia E. De prijs van het aardig zijn. 
Supervisie als scholingsmethode voor huisartsen. 
Utrecht: NHG, 1991 (5e druk 1999). NHG-publicaties nr. 5.

 
Hendriksen J. Begeleid intervisie model. Collegiale advisering 
en probleemoplossing. Baarn: Uitgeverij H. Nelissen, 1997 
(2e druk 1998) ISBN 90 244 1379 6.



Elly de Heer, juli 2011
Ellen Nijenhuis, november 2008

[07/11]

Waarneming door de aios


Voor het geval dat een aios om hem of haar moverende redenen als waarnemer medisch werk verricht of wil verrichten, wordt op het volgende gewezen:

  • Waarneming valt buiten de opleiding;
  • Waarneming mag niet geschieden bij de eigen huisartsopleider of bij zijn/haar waarneemgroep. Dit om te voorkomen, dat een financieel of persoonlijk belang verstorend werkt op de onderwijsrelatie;
  • Waarneming geschiedt geheel op eigen verantwoordelijkheid;
  • Waarneming mag niet ten koste gaan van de opleiding.



CTO Januari 2011

Zelfstandige perioden in de huisartspraktijk



Inleiding
De opleiding leidt de aios op om zelfstandig als huisarts werkzaam te zijn. Daartoe werkt de opleider samen met de aios, op geleide van zijn inzicht in diens functioneren, toe naar een stapsgewijze uitbreiding van zijn taken en een grotere zelfstandigheid. In het eerste en het derde jaar zijn er in het curriculum zelfstandige perioden opgenomen waarin de aios met zo groot mogelijke, maar controleerbare zelfstandigheid alle voorkomende werkzaamheden in de opleidingspraktijk verricht c.q. „waarneemt” voor de opleider. De opleider is niet beschikbaar. In voorkomende gevallen kan de aios een beroep doen op een huisartsachterwacht.


Doel zelfstandige periode
Tijdens de zelfstandige week in het eerste studiejaar zal de aios alle patiënten met vrijwel alle aandoeningen zien. Dit, terwijl in de rest van het jaar een deel van de patiënten -soms aandoeningsgebonden- kiest om met hun klacht niet bij de aios langs te gaan, maar bij de opleider. Daarnaast zal de aios met een hogere mate van zelfstandigheid werken, aangezien de drempel om de huisarts-achterwacht te raadplegen vaker als hoger wordt ervaren. In de zelfstandige week werkt de aios onder de reguliere tijdsdruk van de praktijk, waar anders de de opleider een -fors- deel van de patiëntenzorg doet. Tot slot is de aios in de zelfstandige week deels verantwoordelijk voor organisatorische zaken, zoals het overleg met de doktersassistenten en de patiëntenpost.
In het derde studiejaar verschuift het accent meer naar het laten zien dat de aios in staat is de praktijk één à twee weken zelfstandig te draaien. De aios regelt nu vrijwel alle organisatorische taken zelf (bijvoorbeeld: regelt de tijdsindeling zelf en stemt één en ander af met de doksterassisatentes en andere praktijkmedewerkers). De verwachtingen van de opleiding wat betreft competentiebeheersing van de aios liggen inmiddels ook hoger, waardoor de aios een sterker beroep zal ervaren op eigen kennis en kunde.
Deze proeve van bekwaamheid bevordert in het algemeen sterk het zelfvertrouwen van de aios.


Uitvoering van de zelfstandige periode

  • De zelfstandige periode in beide jaren bestaan uit vijf aaneengesloten werkdagen in de huisartspraktijk. Om diverse redenen kan in specifieke gevallen worden besloten dat de zelfstandige week wordt verschoven of dat de aios een tweede zelfstandige week heeft.
  • In deze week is er geen terugkomdagonderwijs en doet de aios geen diensten in een huisartsendienstenstructuur. Dit geldt ook voor het weekend daaraan voorafgaand en het weekend daarop volgend. Buiten de huisartsen diensten structuur is één avond- en/of nachtdienst voor de eigen praktijk in deze periode wel toegestaan.
  • Tijdens de zelfstandige periode kan de aios alleen voltijds werken.
  • Het is aan de aios om in afstemming met de opleider de zelfstandige periode in te vullen. Denk hierbij aan het bepalen hoeveel tijd voor een consult wordt ingepland en welke huisartsachterwacht kan worden geraadpleegd.


Gegeven de verschillende doelen verschilt de uitvoering in beide jaren:
In het eerste opleidingsjaar
Het moment van de zelfstandige week is voor alle aios met dezelfde startdatum gelijk. Hij valt in de zevende of achtste maand van de opleiding. Alleen in uitzonderingsgevallen kan deze periode, na instemming van de docenten, per aios-hao-koppel afwijkend worden gepland.
In het derde opleidingsjaar
De zelfstandige week wordt niet centraal ingepland. In overleg met de docenten bepaalt het aios-hao-koppel wanneer de zelfstandige week plaatsvindt. Het is de bedoeling dat deze ongeveer halverwege het jaar en in ieder geval vóór de eindbeoordeling (vier maanden voor de voltooiing) plaatsvindt.


Voorbereiding en afronding van de zelfstandige periode

  • De opleider dient de aios als geschikt te beoordelen voor de zelfstandige periode.
  • De opleider bereidt samen met de aios de zelfstandige periode voor binnen het kader van de individuele leerbehoefte van de aios en de leerdoelstellingen voor de betreffende opleidingsperiode.
  • Deze periode wordt door de opleider met de aios geëvalueerd.
  • De opleider draagt zorg voor een huisartsachterwacht, op wie de aios tijdens de zelfstandige periode een beroep kan doen. Dit is bij voorkeur een andere opleider, of indien dat niet mogelijk is, een huisarts die tenminste vijf jaar in de huisartspraktijk werkzaam is. Aan deze waarnemend opleider worden alle opleidingstaken en -verantwoordelijkheden van de hao gedelegeerd; met name wat betreft bereikbaarheid en beschikbaarheid. Het verdient aanbeveling dit schriftelijk vast te leggen.



Verantwoordelijkheden tijdens de zelfstandige periode
De verantwoordelijkheid voor de patiëntenzorg verschilt tijdens de zelfstandige periode niet van andere momenten tijdens de opleiding, zie hoofdstuk “verantwoordelijkheden mbt de patiëntenzorg (HVRC 1997)”, alleen heeft de opleider in deze periode zijn verantwoordelijkheden gedelegeerd aan de achterwacht.

De opleider blijft te allen tijde eindverantwoordelijk voor de 
patiëntenzorg in de eigen praktijk. Het is de opleider die met een 
patiënt een behandelingsrelatie aangaat (of is aangegaan). Bij het 
nakomen daarvan maakt de opleider gebruik van de aios (in deze te 
beschouwen als hulppersoon): 
de opleider is de opdrachtgever, de aios de uitvoerder. 
De aios is weliswaar in beginsel verantwoordelijk voor alle 
handelingen, maar het is de verantwoordelijkheid van de opleider 
de bekwaamheid van de aios en de in dat licht gegeven opdrachten 
te bewaken. Doet de opleider dat onvoldoende, dan is hij (ten 
volle) aansprakelijk, nog afgezien van de vraag of de aios ter 
zake een verwijt kan worden gemaakt.
De arts in opleiding werkt onder begeleiding/supervisie. De 
aios behoort slechts die opdrachten te aanvaarden waarvan hij 
redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt over de bekwaam-
heid die is vereist voor het naar behoren uitvoeren van die 
opdracht. 
De aios dient voortdurend af te wegen of hij over voldoende 
bekwaamheid beschikt om de betreffende medische handeling te 
verrichten. Bij twijfel hieraan moet de aios van de voorgenomen 
medische handeling afzien en contact opnemen met de 
(stage)opleider. 
Dit geldt overigens niet bij noodzaak tot (onmiddellijk) medisch 
handelen, wanneer afzien en overleg ontoelaatbaar uitstel zou 
opleveren. Een probleem hierbij is dat de aios, juist door gebrek 
aan ervaring, de eigen bekwaamheid niet altijd adequaat kan 
beoordelen. Om die reden geldt gedurende de gehele opleiding dat 
de aios bij de geringste twijfel moet overleggen met de 
(stage)opleider. Daarbij dient de aios de aanwijzingen van de 
(stage)opleider te volgen.



Vastgesteld in het CTO van 5 maart 2008
Aangepast door Hans Faddegon en Frits Bareman, juli 2011


[07 11]

1) Een waarnemend opleider is liefst een geregistreerd opleider en in uitzonderlijke gevallen een niet geregistreerde opleider mits voldaan wordt aan de eisen zoals omschreven in de leidraad, p 14
2) Door selectieve toetsing krijgen aios en het opleidingsinstituut inzicht in het op dat moment vereiste en bereikte niveau.
3) Op basis van feedback uit educatieve toetsing leert de aios zijn eigen leervragen te ontdekken en uit te zetten.
handboek/oude_regelgeving/praktijkstages_en_tkd-onderwijs_uit_het_oude_handboek_huisartsopleiding.txt · Laatst gewijzigd: 2016/08/19 15:26 door 119675