Inhoudsopgave

SPECIFIEKE REGELS EN PROCEDURES uit het oude Handboek Huisartsopleiding

(Ziekte)verzuim en afwezigheid in de opleiding


Inleiding


Dit hoofdstuk beschrijft (ziekte)verzuim en overige afwezigheid in de opleiding en de eventuele consequenties daarvan.

We spreken over verzuim als je niet aanwezig bent in de praktijk of op de terugkomdag, terwijl je geen vakantieverlof hebt opgenomen, maar er wel een wettelijke regeling voor is.
We spreken over afwezigheid als er geen wettelijke regeling is.

We geven eerst aan welk verzuim er is en de procedure rondom verzuim. We gaan daarna in op overige afwezigheid en wat daarin is toegestaan. Tenslotte beschrijven we de verantwoordelijkheden van alle betrokkenen.

Voor nadere informatie over verzuim verwijzen we je naar www.sboh.nl

Verzuim

1. Ziekte

Procedure
Wanneer je verzuimt, op de praktijk en/of de terugkomdag meld je dit op twee plaatsen:

  • Bij je opleider (telefonisch afstemmen wat er geregeld of gedaan moet worden, niet via sms of WhatsApp)
  • Bij de SBOH (via de ziekteverzuimmelder op www.sboh.nl)

De SBOH meldt je verzuim aan het secretariaat van de opleiding. Vergeet niet je ook bij de opleider en de SBOH weer beter/hersteld te melden!

Voorkomen van verzuim
Denk je zelf dat je ziekteverzuim iets met je werk te maken heeft, bespreek dat dan met je opleider en/of met de docent. De SBOH is aangesloten bij een Arbo-dienst en je kunt, ook als je je niet ziek meldt, contact opnemen met de bedrijfsarts. De SBOH heeft een preventiemedewerker voor arbozaken. Wellicht kun je ziekteverzuim voorkomen.

2. Bijzondere omstandigheden


Procedure
Dit verzuim meld je bij de SBOH, bij de opleider en bij het secretariaat van het opleidingsinstituut. Overleg in voorkomende gevallen, met name bij buitengewoon verlof, zorgverlof of ouderschapsverlof, ook vooraf met je docent of de jaarcoördinator.

Afwezigheid

1. Bezoek hulpverleners

Bezoek dokter, tandarts, verloskundige enzovoort. In de wet noch in de CAO SBOH is iets geregeld over dit bezoek. De bezoeken zijn in beginsel te plannen en worden buiten werk en opleidingstijd afgesproken. Indien dat niet mogelijk is zul je er redelijke afspraken over moeten maken met je opleider en het instituut. Dat betekent in principe dat je bij frequente afwezigheid door regelmatige bezoeken bij een hulpverlener de gemiste tijd inhaalt.

Procedure
Je afwezigheid meld je aan de opleider en het secretariaat van het instituut.

2. Scholingsdagen

De aios kan maximaal 5 werkdagen per jaar deelnemen aan cursussen in het kader van de huisartsgeneeskunde, mits in het belang van de opleiding en in overleg met de (stage)opleider en het opleidingsinstituut indien de cursus op terugkomdagen plaats vindt. Deze cursussen worden als werktijd aangemerkt (zie cao SBOH). Dit geldt bijvoorbeeld voor deelname aan het LOVAH-congres, het NHG-congres, de NHG-wetenschapsdagen en de WONCA.

3. Overige afwezigheid

Voor overige zaken bijv. auto naar de garage, afsluiten hypotheek, besprekingen praktijkovername enzovoort is afwezigheid niet toegestaan. Dit dient buiten werk- en opleidingstijd te gebeuren of er dient verlof opgenomen te worden.

Wat zijn de consequenties van onderbreking voor je opleiding?


Een onderbreking van de opleiding van meer dan twintig dagdelen per opleidingsjaar leidt altijd tot een verlenging (van het meerdere) en tot een aangepast opleidingsschema (IOS). Wanneer de opleiding tenminste zes maanden (al dan niet aaneengesloten) is onderbroken, kan de RGS bepalen dat een gedeelte van de opleiding opnieuw gevolgd wordt (zie het Kaderbesluit CHVG). Indien je de opleiding onderbreekt, zul je daarover afspraken moeten maken met het hoofd van de opleiding. Hij kan hier voorwaarden aan verbinden.

Verantwoordelijkheden en gang van zaken bij verzuim en afwezigheid


In het verzuimprotocol van het SBOH zijn de rechten en verplichtingen van de aios ten opzichte van zijn werkgever opgenomen. Je bent zelf verantwoordelijk voor het melden van afwezigheid, verzuim en herstel. De SBOH geeft het verzuim direct door aan de opleiding. De secretaresse zal het verzuim of de afwezigheid aan de docent doorgeven. Vervolgens volgen we de duur van het verzuim. Eventuele afwezigheid bij een bezoek aan hulpverleners meld je telkens en overlegt met de huisartsopleider en de docent. De afwezigheid wordt bijgehouden.

De planner van de opleiding voert de verzuim- en afwezigheidscontrole en de eventuele verlenging van de opleiding uit onder verantwoordelijkheid van het hoofd van de opleiding. Bij langer durend ziekteverzuim ontvang je tien dagen na je eerste verzuimdag van de planner een brief met informatie over het vervolg infodocument bij ziekte.

Vastgesteld in het CTO van 27-6-2008
Herman Bueving en Anja de Vries
Bijgesteld door Olof Lageweg, 2011
Opnieuw vastgesteld in het CTO van 15 februari 2012

[02/16]

Aanraders en faciliteiten voor aios en opleiders


Toegangspasje
Zodra je als aios aangenomen wordt bij de Huisartsopleiding zal er een zogenaamde Gastvrijheidsovereenkomst (GVO) of een User Account (UA) voor je aangevraagd worden bij onze P&O afdeling. Op basis van deze GVO of UA zal je een uniek identificatienummer toegewezen krijgen, het microsectienummer.
Verder krijg je inloggegevens zodat je bv in kan loggen op de medische bibliotheek, in Blackboard en op de Onderwijsbank. Ook verkrijg je op basis van je GVO een Erasmus MC pasje, waarmee je kan kopiëren, gratis koffie kan tappen en toegang krijgt tot ons gebouw.
Dit pasje haal je alleen of samen met je groep op bij de Servicedesk te vinden in het onderwijscentrum, Fe-209. Voor het pasje betaal je een borg van € 45,- welke je als je klaar bent met de opleiding weer terug krijgt zodra je het pasje weer bij de Servicedesk in gaat leveren. De borg kan je contact voldoen of met de pin.
Mocht je onverhoopt problemen met de werking van je pasje ervaren wil je dit dan doorgeven aan de onderwijsassistenten van het eerste jaar Linda Kanters en/of Anita Seip. Zij zullen dan, eventueel samen met anderen, stappen ondernemen om het probleem op te lossen.

Computers
Aios en opleiders die, voor bijvoorbeeld Blackboard of de onderwijsbank, gebruik willen maken van een computer, kunnen gebruik maken van computers van de medische bibliotheek (10 vrije computers in Cf 232A en 2 stacomputers met printers bij de desk) en inloggen op de computers die op de 'eilandjes' in het onderwijscentrum verbonden zijn aan het studentennetwerk met
Username: aioshag en
Wachtwoord: spinveel (afkorting van 'specialistinveelzijdigheid')

Gebruikershandleiding multifunctionals
In de medische bibliotheek en op de afdeling Huisartsgeneeskunde kun je scannen, kopiëren en printen met behulp van een multifunctioneel apparaat. Hier vind je de gebruikershandleiding.

Reductie op software en hardware
Op www.surfspot.nl kunt u software en hardware bestellen tegen een fors gereduceerd tarief. Vul de instelling in 'Erasmus MC' en vervolgens uw inlogcode voor het Erasmus PC-netwerk dat u ook gebruikt voor de medische bibliotheek.

Fietsenstalling
Met het toegangspasje heeft u ook toegang tot de fietsenstallingen van het Erasmus MC.

Advertenties huisartspraktijken
Op de 18e verdieping hangt tegenover de receptie een bord met advertenties voor waarneming en opvolging in huisartspraktijken. Zeker interessant voor derdejaars aios die zich aan het oriënteren zijn.



[ 09 13]

Afkortingenlijst

AIOS Arts(en) In Opleiding tot Specialist (in dit geval het specialisme huisartsgeneeskunde)
AIOTHO Arts In Opleiding Tot Huisarts en Onderzoeker (ook AIOTO)
APC Arts Patiënt Communicatie
AVG Arts voor Verstandelijk Gehandicapten
CAT Critically Appraised Topic
CCBOH Curriculum Commissie BeroepsOpleiding Huisartsgeneeskunde
CGS College Geneeskundige Specialismen
CHVG College voor Huisartsgeneeskunde, Verpleeghuisgeneeskunde en medische zorg voor verstandelijk gehandicapten
ComBeL Competentie Beoordelings Lijst
CTO Coördinatie Team onderwijs
CZ Chronische Zorg
EBM Evidence Based Medicine
ELWP Externe LeerWerkPeriode (oude term voor de stages in het tweede jaar)
GEAR Gecombineerde Evaluatie en Audit Ronde (onderlinge audit huisartsopleidingen)
GGZ Geestelijke GezondsheidsZorg
GW'er Gedragswetenschappelijk docent (GedragsWetenschapper)
HAB Huisartsdocent (HuisArtsgroepsBegeleider)
HAG HuisArtsGeneeskunde
Hagsys Ondersteund computersysteem voor de logistieke planning van de Huisartsopleiding
HAIO HuisArts in Opleiding (oude term voor aios)
HAO HuisArts Opleider
HAO-team Overleg waarin opleidersaangelegenheden worden besproken
HOED Huisartsen Onder Eén Dak
HIS Huisarts InformatieSysteem
HLWP Huisarts LeerWerkPeriode (Oude term voor opleidingsperioden in het eerste en derde opleidingsjaar)
HTB Houding Tot het Beroep
HVRC Huisarts, Verpleeghuisarts en arts voor verstandelijk gehandicapten Registratie Commissie, voorganger van RGS
IOH Interfacultair Overleg Huisartsgeneeskunde
IOP Individueel OpleidingsPlan
IOS Individueel OpleidingsSchema
JGZ JeugdGezondheidsZorg
KBA Kritische Beroeps Activiteit
KNMG Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst
KOV-toets Kennis Over Vaardigheden-toets
KPB Korte Patiëntcontact Beoordeling
KKB Korte klinische Beoordeling
LHK-toets Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets
LHOV Landelijke Huisarts Opleiders Vereniging
LHV Landelijke Huisartsen Vereniging
LOVAH Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen, waarbij LOVAH-Rotterdam de belangen van de Rotterdamse aios vertegenwoordigen
LvE Leren van Ervaringen
MAAS-globaal Maastrichtse Anamnese en Advies Scorelijst met globale items (ten behoeve van consultvoering)
MPO Medisch Probleemoplossend Onderwijs
MSRC Medisch Specialisten Registratie Commissie
MTHAO ManagementTeam HuisArtsOpleiding
NHG Nederlands Huisartsen Genootschap
NIVEL Nederlands Instituut Voor Onderzoek van de Gezondheidszorg
OB Opleider Begeleider
OBP Ondersteunend en BeheersPersoneel
OWP OnderWijsProgramma
PDCA Plan Do Check Act (kwaliteitscyclus van Deming)
PICO Patient Intervention Comparison Outcome (manier om een CAT uit te voeren)
RGS Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten
ROER Vereniging van Rotterdamse Huisartsopleiders Erasmus
ROVAH Regionale afdeling van de Landelijke Organisatie Van Aspirant Huisartsen, oude term voor LOVAH-Rotterdam
SBOH Stichting Beroepsopleiding tot Huisarts en Specialist Ouderengeneeskunde, financier huisartsopleiding en werkgever aios
SCEN Steun- en Consultatieproject Euthanasie Nederland
SO Specialist Ouderengeneeskunde (voorheen SOG)
TKD TerugKomDag
UvE Uitwisselen van Ervaringen, oude term voor Leren van Ervaringen
VGG Voortgangsgesprek
WC Workshop Coördinator
WP Wetenschappelijk Personeel



Vastgesteld in het CTO 20 april 2011,
Geactualiseerd in augustus 2015
[08 15]

Afstuderen



Inleiding
Vier maal per jaar vinden er bijeenkomsten plaats waar we diploma's voor het voltooien van de huisartsopleiding uitreiken. We noemen het een 'diploma', maar feitelijk is het een verklaring dat je met goed gevolg de huisartsopleiding hebt doorlopen. Het 'diploma' heeft geen rechtsgeldigheid. De titel 'huisarts' kun je namelijk pas voeren als je als zodanig geregistreerd bent bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS). Zes tot acht weken voor de einddatum ontvang je een voltooiingsverklaring waardoor je voldoende tijd hebt om je in te schrijven in het huisartsenregister.

Om de organisatie vanuit de afdeling enigszins te vergemakkelijken is de volgende regeling ontworpen:

Data diploma-uitreikingen
De diploma-uitreikingen vinden plaats op de laatste donderdag van februari, mei, augustus en november. Aios die tot acht weken ná deze uitreiking afstuderen kunnen meedoen. Boven de 14 aios overwegen we de bijeenkomst te splitsen.

Plaats van de officiële uitreiking
De officiële diploma-uitreiking vindt doorgaans plaats in het een collegezaal van het Erasmus MC of het faculteitsgebouw van de EUR op Woudestein. De organisatie en kosten komen voor rekening van het instituut.

Inhoud officiële bijeenkomst en genodigden
De diploma-uitreiking is gericht op de aanstaande huisarts en zijn/haar gasten. Het stramien voor het programma ziet er als volgt uit:

Onderdeel Door
Opening Hoofd huisartsopleiding
Persoonlijk woord naar de afzonderlijke aios + uitreiking diploma Hao laatste blok
Persoonlijk woord aan de groep Docent (HAB of GWer)
Presentatie specifieke leerervaring/dankwoord Aios

De betrokken onderwijsassistenten zijn verantwoordelijk voor het regelen van dit programma. Het hoofd huisartsopleiding of zijn vervanger treedt op als ceremoniemeester. De huisartsopleiding nodigt standaard uit: de opleider uit het eerste en derde jaar, de supervisor, de intervisiebegeleiders en de staf van de huisartsopleiding. De aios kunnen extra uitnodigingen aanvragen bij de onderwijsassistenten van het derde jaar.

Festiviteiten en voorzieningen rond de uitreiking
Voorafgaande aan het officiële gedeelte wordt koffie of thee aangeboden, vervolgens vindt de diploma-uitreiking plaats en aansluitend een receptie.

Contactpersonen
De contactpersonen voor de diploma-uitreikingen vanuit de afdeling zijn de onderwijsassistenten van het derde jaar.

Mogelijkheid om cum laude af te studeren
In beginsel bestaat de mogelijkheid om cum laude af te studeren.

Frits Bareman
Vastgesteld in het MTHAO oktober 2005,
Bijgesteld door Herman Bueving, maart 2009
Geactualiseerd door Willeke van Schaardenburg en vastgesteld door het CTO 20 juli 2011


[07 13]

Combinatie huisartsopleiding en promotie-onderzoek


Inleiding


Sinds enkele jaren bestaat de mogelijkheid om in een zogenaamde AIOTO-constructie de huisartsopleiding te combineren met een huisartsgeneeskundig promotieonderzoek. Deze combinatie is ook mogelijk in een parttime dienstverband.

In Rotterdam zijn er veel positieve ervaringen met deze combinatie, medio 2011 waren er 11 AIOTO’s in opleiding en hebben 8 AIOTO’s hun traject volledig afgerond.


De Rotterdamse situatie


Rotterdam onderscheidt zich bij het vormgeven van de AIOTO constructie op een aantal punten van andere steden:

  1. De afdeling onderzoek zorgt ervoor dat de AIOTO slechts een beperkt deel van zijn tijd aan dataverzameling besteedt.
  2. Een half jaar van de onderzoekstijd wordt ingenomen door de masteropleiding klinische epidemiologie aan het NIHES (Netherlands Institute for Health Sciences).
  3. Er is voor gekozen om perioden waarin fulltime aan onderzoek/onderzoeksopleiding wordt besteed af te wisselen met perioden waarin fulltime aan de huisartsopleiding wordt besteed. Bij andere afdelingen Huisartsgeneeskunde is het mogelijk om de week op te delen in een deel huisartsopleiding en een deel onderzoek. Redenen voor de Rotterdamse keuze zijn, dat de huidige huisartsopleiding per week drie en een halve dag praktijkvoering kent en dat verkorting daarvan het vervolgen van patiënten bemoeilijkt; de combinatie van opleiding en onderzoek binnen een werkweek niet optimaal productief lijkt; en tenslotte dat blokken huisartsopleiding en onderzoek gemakkelijk in te delen zijn in de fasering van blokken van de andere aios.



Regels


Het College voor Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisartsgeneeskunde (CHVG) heeft richtlijnen opgesteld voor de AIOTO-constructie. Deze gelden zowel voor huisartsen als verpleeghuisartsen en artsen voor verstandelijk gehandicapten in opleiding. Deze richtlijnen staan verwoord in het CHVG-kaderbesluit 2013:

 
B.16. Combinatie opleiding en wetenschappelijk onderzoek
1. De aios heeft de mogelijkheid de opleiding onder in artikel B.17.
gestelde voorwaarden te combineren met het verrichten van 
wetenschappelijk onderzoek.
2. De duur van de opleiding wordt met de duur van het wetenschap-
pelijk onderzoek verlengd tot maximaal tweemaal de duur van de 
opleiding, bedoeld in artikel B.5.
 
B.17. Randvoorwaarden
Aan het combineren van de opleiding met het wetenschappelijk 
onderzoek, bedoeld in artikel B.16., eerste lid, zijn de volgende 
voorwaarden verbonden: 
a. het wetenschappelijk onderzoek is relevant voor het betreffende 
specialisme;
b. het door de aios opgestelde opleidingsschema en individueel 
opleidingsplan is goedgekeurd door de HVRC;
c. ten minste een jaar van het wetenschappelijk onderzoek vindt 
plaats na aanvang van de opleiding en binnen de voltooiing daarvan; 
d. de opleiding mag niet langer dan een jaar aaneengesloten worden 
onderbroken door wetenschappelijk onderzoek.
 
B.18. Aanvraag beoordeling opleidingsschema en individueel 
opleidingsplan
1. De aios dient de aanvraag om goedkeuring van het 
opleidingsschema en het individueel opleidingsplan bij het hoofd in.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de 
redenen voor het verzoek evenals een voorstel voor het 
opleidingsschema en het individueel opleidingsplan.
3. De aios verschaft het hoofd de gegevens en bescheiden die het 
hoofd voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de 
aios redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
4. Wanneer het hoofd instemt met de aanvraag om de opleiding te 
combineren met wetenschappelijk onderzoek dient hij een aanvraag 
tot goedkeuring van het opleidingsschema en het 
individueel opleidingsplan bij de HVRC in.
5. Het besluit van de HVRC wordt verzonden aan het hoofd met een 
afschrift aan de aios.
 
B.19. Overige bepalingen
1. Gedurende de periode dat de aios de opleiding volgt is titel I 
(algemene regels huisartsopleiding) onverminderd van toepassing 
op de opleiding. 
2. Het tussentijds afbreken van wetenschappelijk onderzoek vormt 
geen beletsel voor het voltooien van de opleiding tot specialist.
3. Bij tussentijds afbreken van het wetenschappelijk onderzoek 
wordt het opleidingsschema en het individueel opleidingsplan 
gewijzigd en is artikel B.10 van overeenkomstige toepassing.
(einde citaat)



Toetsing


De normen die gesteld worden voor de AIOTO tijdens de huisartsopleiding zijn gelijk aan die van collega AIOS. De normen die gelden voor de AIOTO in de rol van promovendus zijn gelijk aan die voor andere promovendi.


Randvoorwaarden


Randvoorwaarden voor het onderzoek
De beperkte tijd die een AIOTO te besteden heeft aan onderzoek leent zich niet voor onderzoek dat nog moet worden opgezet. De onderzoeksgegevens dienen met weinig moeite beschikbaar te zijn; analyse van eerder verzamelde gegevens en/of het uitvoeren van systematische literatuurreviews zijn het meest geschikt. Ook de begeleiders van de AIOTO zijn zich ervan bewust dat de beschikbare tijd gering is. Eventueel vervult de onderzoeksgroep kleine verplichtingen van de AIOTO, zoals het controleren van een drukproef van een artikel

Randvoorwaarden voor de huisartsopleiding
De beroepsopleiding tot huisarts vindt plaats in de praktijk van de huisartsopleider en op de afdeling (terugkomdagen). Tijdens de opleidingstijd zal de aandacht van de AIOTO primair uit moeten gaan naar de opleiding, al zullen er echter momenten zijn dat de aandacht van de AIOTO gevraagd zal worden door het onderzoek. Op deze momenten zullen opleider en AIOS samen een oplossing moeten vinden. Het is belangrijk om tijdens de koppeling al aan te geven dat er sprake is van een AIOTO-constructie omdat dit om flexibiliteit vraagt van zowel aios als opleider.

De sectie huisartsopleiding ondersteunt de visie dat wetenschappelijk onderzoek een nuttig onderdeel van de opleiding vormt. Het beperkt werken aan onderzoek tijdens de opleiding wordt dan ook niet gezien als verzuim. Als het onderzoek tijd vraagt die niet opgevangen kan worden door werken op dagen dat de praktijk gesloten is of tijdens de zelfstudie-uren kan er beroep gedaan worden op de sprokkeldagen.
Sprokkeldagen zijn dagen of dagdelen waarop de AIOTO niet in de praktijk is. Er worden dan opleidingsuren (contact met praktijk en opleider) ingeleverd om onderzoek te doen. Dit geeft ruimte aan de AIOTO. De totale opleidingsduur mag echter niet ingekort worden (de AIOTO is immers een gewone AIOS) en daarom dienen deze uren „terugbetaald” te worden, bijvoorbeeld tijdens de eerste week van een onderzoeksblok.

Mogelijke oplossingen voor het opvangen van het onderzoekswerk in de opleidingsjaren zijn dus:

  1. Het opnemen van „sprokkeldagen”,
  2. Het verrichten van onderzoek op momenten dat de praktijk gesloten is en
  3. Het verrichten van onderzoek in de tijd beschikbaar voor zelfstudie buiten de 36-urige werkweek


Randvoorwaarden voor de AIOTO zelf
Van de AIOTO wordt verwacht dat hij/zij de combinatie van promotieonderzoek en huisartsopleiding wil vervullen. Deze combinatie vraagt om veel flexibiliteit en goed timemanagement van de AIOTO. Hoewel de AIOTO tijdens het AIOS-gedeelte de onderzoeksactiviteit tot een minimum beperkt en tijdens de onderzoeksperiode maar weinig tijd hoeft te besteden aan de opleiding dient de AIOTO zich te realiseren dat het een flinke tijdsinvestering kost. Formeel heeft de AIOTO een 36-urige werkweek (inclusief diensten maar exlusief zelfstudie). Het uitvoeren van een promotieonderzoek zal echter moeilijk zijn in anderhalf tot twee jaar tijd, als de AIOTO zich daar iedere week strikt aan houdt. De afdeling stelt de AIOTO in de gelegenheid om in een korte tijd tot een promotie te komen. Hiervoor doet de afdeling een aantal investeringen. Van een AIOTO wordt verwacht dat hij/ zij hier tegenover ook een investering doet.

Jurgen Damen (AIOTO)
Hans van der Wouden, Senior onderzoeker (april 2011)
Opnieuw vastgesteld door het CTO 15 juni 2011

[06 11]

Deeltijdopleiding


Inleiding

Aios hebben conform de flexwet en de vigerende regelgeving van de CGS (opvolger van het CHVG) de mogelijkheid om de huisartsopleiding in deeltijd en met een minimum van 50% te volgen. De praktijkopleiding (dus zowel opleidingsperiodes in de huisartspraktijk als de klinische stages en keuzestages) zal bij elk deeltijdpercentage verspreid over minimaal drie verschillende dagen moeten worden gevolgd. Daarnaast volgt de aios het verplichte cursorisch onderwijs. De opleiding spant zich in om, voor de aios die dat wensen, de opleiding in deeltijd vorm te geven. Ongeveer éénderde van de aios kiest voor deeltijd. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de procedure is en wat de consequenties zijn.

Opleidingsonderdelen die uitsluitend voltijds kunnen worden gevolgd

De volgende delen van de opleiding moeten voltijds worden gevolgd:

  • de STARtclass in het eerste en in het tweede opleidingsjaar
  • de zelfstandige weken
  • de differentiatie in het derde opleidingsjaar


Voorbeelden van deeltijdpercentages

Als voorbeeld twee deeltijdpercentages (een fulltime werkweek is 38 uur):

  • 84,2% = 32 uur = 3 stagedagen + 1 terugkomdag: verlenging opleiding = 22,5 weken
  • 73,7% = 28 uur = 2,5 stagedagen + 1 terugkomdag: verlenging opleiding = 45 weken

(In bovenstaande voorbeelden is uitgegaan van een volledig curriculum zonder vrijstellingen, waarbij de klinische periode voltijds gevolgd wordt)

De SHOH heeft voorbeelden uitgewerkt met verdeling van uren over de week die te vinden zijn op http://www.sboh.nl in artikel 6 van de Personeelsinformatie 'Werktijden en arbeidsduur'.

Melden aan wie hoe en wanneer

  1. Het verzoek om opgeleid te worden in deeltijd moet in beginsel minimaal 2 maanden en kan maximaal 6 maanden voor de ingangsdatum daarvan aangevraagd worden (bron:Instituutsreglement).
  2. De aios bespreekt zijn wens om in deeltijd te gaan werken met de (stage)opleider en docenten. De (stage)opleider vult een werkschema in waaruit blijkt hoe de toekomstige werktijden van de aios passen in het werkschema van de (stage)opleider. De aios en (stage)opleider ondertekenen dit.
  3. Vervolgens vult de aios het SBOH formulier 'Aanvraagformulier aanpassing arbeidsduur'in (zie site SBOH, https://www.sboh.nl/opleiding-huisarts/formulieren).
  4. De aios levert het aanvraagformulier en de verklaring van de (stage)opleider in bij de planner van de huisartsopleiding.


Het vervolg van de melding

  1. Namens het hoofd van de opleiding beoordeelt de planner de aanvraag.
  2. De planner bepaalt de nieuwe einddatum van de opleiding en doet, gehoord de (stage)opleider(s) en de docenten, een voorstel aan de aios over de benodigde aanpassingen van het opleidingsschema (cursorisch onderwijs, praktijkdagen, stages, docenten, (stage)opleider, opleidingsdoelen, toetsing, onderwijs in professionaliteit zoals supervisie en intervisie enzovoort).
  3. De planner legt de gegevens vast in het persoonsdossier van de aios én in het automatiseringssysteem van de opleiding (HAGSYS). De aios ontvangt een kopie van het opleidingsschema en een informatiedocument.


Consequenties en beperkingen

  1. Het aantal beschikbare opleidingsplaatsen en de inzet van de (stage)opleiders vormt een praktische beperking voor de hoeveelheid deeltijdopleidingen die de huisartsopleiding kan bieden.
  2. De terugkomdag wordt vastgesteld door het instituut en kan niet samenvallen met de parttime-dag van de aios.
  3. Het aantal terugkomdagen blijft gelijk. Dat betekent dat er terugkomdagloze perioden zullen zijn.
  4. Een werkdag van de aios bedraagt maximaal 8,5 uur (exclusief een half uur verplichte pauze). De terugkomdag bedraagt 6,5 uur.
  5. Compensatie van diensten kan niet structureel worden verrekend in het parttime werkschema.
  6. Een parttimedag stelt je niet vrij van diensten op deze dag.
  7. Bij een aantal stages en opleidingsperiodes is de keuze in deeltijdvarianten beperkt.
  8. De gevolgen voor het opleidingsschema betreffen onder andere:
    • (meerdere) wisselingen van groep;
    • meerdere verschuivingen van de dagen waarop het cursorisch onderwijs plaatsvindt en het verschuiven van begin en einddata van stages en opleidingsperioden in de huisartspraktijk;
    • periodes zonder cursorisch onderwijs;
    • het verschuiven van toetsmomenten.


De klinische stage in deeltijd

Op de meeste SEH-stageplaatsen is het mogelijk om in deeltijd te werken. Het deeltijdpercentage staat vast, namelijk 70%, wat betekent dat je negen maanden in plaats van zes maanden in de kliniek werkt. De laatste drie maanden volg je geen terugkomdagonderwijs. De keuze om in deeltijd te werken kán gevolgen hebben voor de plaatsing (locatie). De STARtclass (6 dagen) dient wel voltijds gevolgd te worden.

Hoe aanmelden?
In de achtste maand van het eerste opleidingsjaar wordt je via e-mail uitgenodigd voor de limesurvey 'Inventarisatie voorervaring' waarin je kunt aangeven dat je de klinische stage in deeltijd wilt doen.

Regelgeving en formulieren



Versie november 2014 Olof Lageweg/Herman Bueving

[11/14]

Formulieren e-portfolio jaar 1

Formulieren e-portfolio jaar 2

Formulieren e-portfolio jaar 3

Gedragscode bij ernstig normoverschrijdend gedrag


Het managementteam van de afdeling huisartsgeneeskunde heeft op 11 september 2014 de volgende gedragscode vastgesteld:

Definitie:
Bij zaken die ernstig normoverschrijdend zijn kan gedacht worden aan verslaving, werken onder invloed van middelen, (on)gewenste intimiteit tussen (huis)arts en patiënt (of aios) of een geweldsdelict.

Procedure:
Procedure bij signalering door derden (bijvoorbeeld staflid, opleider, coassistent of aios) van mogelijk ernstig normoverschrijdend gedrag van een (huis)arts die betrokken is bij de opleiding van huisartsen.

  • De melder kan rechtstreeks een melding doen over de (huis)arts bij wie hij zijn opleiding volgt bij bevoegde instanties (inspectie, politie).
  • Van de melder wordt verwacht en gevraagd dit bij degene die gemeld wordt aan te kondigen en toe te lichten.
  • Als de signalering bij de staf van de afdeling terechtkomt, kan deze eveneens melding doen (liefst met, maar desnoods zonder toestemming van degene die signaleerde). Hierbij geldt het principe van hoor en wederhoor voorafgaand aan melding.
  • Uitzondering op het principe van hoor en wederhoor is denkbaar wanneer gevaar ontstaat voor de melder of voor anderen. Waarheidsvinding op zichzelf is geen reden voor uitzondering.


Deze code is overlegd met en kent instemming van:

  • De belangenvereniging opleiders (ROER) op 15 mei 2014
  • De belangenvereniging aios (LOVAH Rotterdam) op 26 november 2014
  • De raad van Bestuur Erasmus MC op



[12 14]

Gedragscode digitaal werken



Inleiding
In dit hoofdstuk staan de gedragsregels met betrekking tot het gebruik van digitale dragers om consultvideo’s op te slaan en te vertonen, en het gebruik van mailadressen.

Beeld- en geluidopnames

Het is van meerwaarde voor het onderwijs om beeld- en geluidopnames te maken van aios in het patiëntencontact (in de huisartspraktijk, op de huisartsenpost of op het stageadres), van leergesprekken tussen aios en (stage)opleider en van het onderwijs op de terugkomdag.

Richtlijn opnames maken
In het document Richtlijn opnames maken in de huisartsopleiding wordt aangegeven welke soorten systemen op het instituut afspeelbaar zijn, hoe je bruikbare en veilige opnames kunt maken en wat er aan toestemming van de patiënt nodig is.
De aios móeten een beveiligde USB-stick gebruiken om de consulten veilig op te slaan en te vervoeren. Er zijn diverse andere geschikte USB-sticks, maar de Sandisk Cruzer Glide 16GB bevalt ons goed. Deze is met een wachtwoord te beveiligen. De handleiding staat hier.

Handboek Consultopnames
De Landelijke richtlijnen (versie september 2015) vind je hier

Opnames op de huisartsenpost
Specifiek voor opnames op de huisartsenpost is het document Richtlijn video-opnames door aios op de huisartsenpost opgesteld.

Werken met e-mail

In het administratieve systeem waarin de huisartsopleiding de gegevens bijhoudt van aios en opleiders wordt één e-mailadres per persoon ingevoerd. Op dit e-mailadres ontvangt de aios of opleider álle e-mail die afkomstig is van de huisartsopleiding. De aios of opleider kan het Erasmus MC-e-mailadres gebruiken dat verbonden is aan het PC-netwerkaccount (zie overzicht inlogcodes en sites huisartsopleiding), maar kan ook kiezen voor een privé-e-mailadres. Hieraan is een aantal regels verbonden:

  • Het e-mailadres dient persoonsgebonden te zijn. Het is niet de bedoeling dat het e-mailadres wordt gedeeld met de praktijk, huisgeno(o)t(en), aangezien de opleidingsmail soms vertrouwelijk is;
  • Het e-mailadres dient een herkenbare neutrale naam te hebben aangezien er kan worden gecorrespondeerd met formele partijen (bijvoorbeeld bij een eventueel geschil). Grappige en spitsvondige namen raden we af.
  • We verwachten dat de e-mail minimaal dagelijks wordt gelezen, tenzij er sprake is van verlof (door ziekte, zwangerschap, ouderschap of vakantie);
  • Het is de verantwoordelijkheid van de aios of opleider om regelmatig in de SPAM-folder te kijken of instituuts-e-mail daar is beland;
  • We raden een Hotmailadres af omdat deze e-mails afkomstig van het Erasmus MC over het algemeen ziet als SPAM;
  • We verwachten dat er een sterk wachtwoord op de e-mailbox zit, zie de tips onderaan;
  • De boodschap in e-mail afkomstig van het bij de opleiding bekende e-mailadres, beschouwen we als vervanging van de handtekening;
  • Als er wijzigingen zijn in het e-mailadres of andere persoonsgebonden gegevens, kan dit worden doorgegeven aan huisartsopleiding@erasmusmc.nl


Tips voor een sterk wachtwoord (afkomstig van computertotaal.nl)

  • Zorg voor een combinatie van hoofdletters, kleine letters, cijfers en numerieke tekens.
  • Gebruik geen bestaande woorden, maar verbaster deze tot moeilijkere wachtwoorden, hierbij kun je letters in cijfers veranderen (v3r4nd3r3n).
  • Nog beter is om niet voor de standaard cijferwisseling te kiezen, een o kan een 0 worden, maar ook een ().
  • Maak een combinatie van twee niet-gerelateerde woorden en scheid deze door een symbool, de woorden Kat en Computer kun je bijvoorbeeld spellen als K4t#C()Mput3R.
  • Wil je een wachtwoord hebben dat je makkelijk kunt onthouden? Vorm dan een vraag, zin of stelling om tot een wachtwoord van bijvoorbeeld acht tekens. „As The World Turns, Goede Tijden Slechte Tijden” wordt atwtgtst. Als je nu de cijfer-truc toepast en numerieke tekens en symbolen toevoegt, kan je wachtwoord bijvoorbeeld @twT.Gt5T zijn.
  • Wil je voor elke website een uniek wachtwoord, maar wil je geen veertig verschillende onthouden, dan kun je ook twee letters aan je wachtwoord toevoegen voor elke unieke website, eentje ervoor en eentje erna. Voor Marktplaats gebruik je dan m@twT.Gt5Ts, voor Facebook f@twT.Gt5Tk.


Frits Bareman, Ralph Benneker en Thérèse Brans,
april 2016

[04 16]

Gedragscode lichamelijk onderzoek, kleding en uiterlijk



Inleiding


Het Erasmus MC heeft regels en richtlijnen opgesteld met betrekking tot patiëntgebonden vaardigheden en patiëntcontacten bij studenten geneeskunde.
De huisartsopleiding heeft deze regels en richtlijnen grotendeels overgenomen en aangepast aan de context van de aios huisartsgeneeskunde. Deze gedragscode is bedoeld voor aios en richt zich zowel op het onderling oefenen van lichamelijk onderzoek als op het functioneren in de patiëntenzorg. De voor aios belangrijke items uit deze tekst worden hieronder verder toegelicht.

Samenvatting regels en richtlijnen voor aios, stafleden opleiding en (stage)opleiders


  • het onderling oefenen van lichamelijk onderzoek (in een brede zin des woords, dus inclusief EHBO en anatomie-in-vivo), en wel bij beide geslachten, is verplicht voor alle aios; deze verplichting geldt niet voor inwendig onderzoek bij mannen en vrouwen, en het onderzoek van de vrouwelijke borst; voor oefening in deze onderdelen van het lichamelijk onderzoek worden alternatieven aangeboden;
  • de opleiding draagt zorg voor dusdanige voorzieningen dat bij het onderling oefenen de privacy van de aios wordt gewaarborgd, onder meer door te zorgen voor voldoende kleine onderwijsruimten, kamerschermen en eventueel docenten van beide geslachten;
  • persoonlijke belemmeringen bij een aios voor het ondergaan van lichamelijk onderzoek moeten ruim tevoren door de aios zelf worden aangekaart bij de docenten; het principe hierbij is: alle onderwijsonderdelen zijn in beginsel verplicht voor iedereen, tenzij de aios reële argumenten aandraagt die worden ondersteund door de docenten;
  • bij directe of indirecte patiëntcontacten dienen aios zich functioneel te gedragen, te kleden en te verzorgen, zodanig dat zij niet in negatieve zin opvallen: adequate lichamelijke en geestelijke conditie, adequate hygiëne, geen onnodige last of ongemak voor de patiënt, geen vermijdbare belemmering of verstoring van het patiëntcontact, geen aanstoot geven aan anderen; aios kunnen in beginsel geen beroep doen op persoonlijke bezwaren of belemmeringen bij patiëntcontacten en functioneren in dat opzicht als 'verlengde arm' van de (stage)opleider;
  • voor aios geldt de geheimhoudingsplicht zoals die voor alle artsen geldt; dit geldt, mutatis mutandis, evenzeer ten aanzien van collega-aios;
  • voor signalering van, en eventuele bemiddeling bij problemen rond de aan aios gestelde eisen, kan men zich wenden tot de vertrouwenspersoon.


Uitgangspunten en overwegingen


Uitgangspunt voor de regels en richtlijnen inzake patiëntgebonden vaardigheden en patiëntcontacten is: het onderwijsaanbod geldt voor alle aios en het eindproduct van de opleiding (de inschrijving in het huisartsenregister) is voor iedereen gelijkwaardig.
Na een korte inleiding en een globale beschrijving van het vaardigheidsonderwijs in Rotterdam volgt een overzicht van de verwachtingen en eisen die voor aios gelden bij het aangaan van patiëntcontacten.
De (stage)opleider observeert slechts gedeeltelijk de contacten tussen aios en patiënt, deels door aanwezigheid deels door video-opnamen, en geeft daar feedback op. Tevens vindt tijdens het onderwijs op de terugkomdagen training plaats in communicatieve vaardigheden, het afnemen van een anamnese en het verrichten van lichamelijk onderzoek. Bij dergelijke trainingen wordt onder meer gebruik gemaakt van simulatiepatiënten. Verder verzorgen speciaal daartoe opgeleide vrouwelijke docenten trainingen in het verrichten van het gynaecologisch onderzoek (o.a. vaginaal toucher), waarbij tevens nadrukkelijk attitude-aspecten worden meegenomen. Fantomen zijn in gebruik bij andere onderdelen van het lichamelijk onderzoek (met name onderzoek van het mannelijk genitaal en het rectaal toucher).
Aios oefenen onderling delen van het lichamelijk onderzoek. Het gaat daarbij om het opdoen van vaardigheden op het gebied van de EHBO, om het bij elkaar leren herkennen van structuur en functie van het menselijk lichaam, en om inspectie van het lichaam en het doen van algemene metingen, zoals de bloeddruk. De aandacht gaat daarbij met name uit naar het bewegingsapparaat.

Tijdens terugkomdagen onderling oefenen van lichamelijk onderzoek


Het aanleren van vaardigheden
Actief oefenen, met adequate feedback van 'patiënt' en (stage)opleider of docent, bevordert en optimaliseert de eigen klinische vaardigheden. Het is voor een aanstaand huisarts nodig bij zo veel mogelijk verschillende personen, van beide geslachten, het onderzoek onder begeleiding te verrichten. Aios zullen zich in beginsel niet kunnen onttrekken aan het actief oefenen op medeaios, op basis van wat voor motief dan ook. Om vergelijkbare redenen zal het voor de huisartsopleiding nodig zijn haar voorzieningen voor aios op een zodanig peil te brengen dat voldoende kleine ruimten (en docenten) beschikbaar zijn voor het onderling oefenen, zodat de privacy van de aios evenzeer gewaarborgd wordt tegenover buitenstaanders, bijvoorbeeld door gebruik te maken van schermen.

Ervaringsleren door ondergaan van lichamelijk onderzoek
Naast het actief oefenen op een collega-aios, heeft ook het passief ondergaan van lichamelijk onderzoek een duidelijke functie binnen de opleiding, in de zin dat aios daardoor aan den lijve ondervinden wat het lichamelijk onderzoek voor patiënten inhoudt. Bij dit laatste gaat het vooral om de wijze waarop een ander hen aanraakt, de mate waarin deze aanrakingen aangenaam of onaangenaam (bijvoorbeeld gevoelig of pijnlijk) zijn, maar ook om de eigen gêne die optreedt bij inspectie en onderzoek van het ontklede lichaam, hetgeen in de klinische situatie immers van patiënten wordt verlangd. Bovendien zullen aios in het algemeen alleen zelf actief kunnen oefenen wanneer andere aios hen daartoe de gelegenheid bieden.
Echter, het verplicht ondergaan van inspectie en onderzoek aan het eigen lichaam, in het kader van de opleiding, stelt sommigen voor een dilemma. Enerzijds zullen noodzaak en nut vaak niet worden betwijfeld, anderzijds roept het onderling lichamelijk onderzoek ook andere, niet bedoelde, gevoelens op die met de klinische oefensituatie geen verband houden. Aios hebben immers ook andere onderlinge relaties, trekken geregeld met elkaar op, en hebben net als iedereen uitgesproken sympathieën en antipathieën.
Bij het voor aios volledig verplicht stellen van het onderling oefenen, zullen vroeg of laat aios bezwaren tegen het ondergaan van lichamelijk onderzoek aantekenen. Nog afgezien van bezwaren op basis van cultuur of religie, zullen er ook aios zijn die andere motieven hiervoor aandragen. Denk hierbij aan aios met normaal gesproken minder opvallende of onzichtbare lichamelijke bijzonderheden zoals brandwonden en striae na zwangerschap etc.
De grens tot waar het lichamelijk onderzoek in alle redelijkheid onderling tussen aios kan en moet worden geoefend is subjectief van aard en eveneens afhankelijk van de gangbare moraal en het tijdsgewricht.
Voor sommige onderzoekingen biedt de opleiding daarom een alternatief aan. Het inschakelen van vrouwelijke docenten gynaecologisch onderzoek bij wie het onderzoek naar de vrouwelijke genitaliën kan worden geoefend is hier een voorbeeld van. Bij het ondergaan van 'gewoon' lichamelijk onderzoek zal het bij wijze van uitzondering nodig kunnen zijn een aios vrij te stellen van het zelf ondergaan van (delen van het) lichamelijk onderzoek. De drempel voor aios om voor dit onderdeel vrijstelling te krijgen zal echter niet te laag mogen zijn, opdat daarmee wordt voorkomen dat al te gemakkelijk bezwaar wordt gemaakt tegen dit onderdeel van het reguliere onderwijs. Immers, geen oefening is mogelijk zonder voldoende aanbod van collega-aios als oefenobjecten. Voor wat het actief oefenen van lichamelijk onderzoek op collega-aios betreft, blijft gelden dat het belang van de opleiding in alle gevallen zwaarder weegt dan de bezwaren van de aios in kwestie.

Regeling rond bezwaren tegen onderling oefenen van lichamelijk onderzoek
Aios dienen ruim tevoren op de hoogte te worden gesteld van de plaats en aard van onderwijsonderdelen waarbij aios geacht worden op elkaar te oefenen en van de daarvoor bestaande regels en richtlijnen. Wanneer zij menen gegronde redenen te hebben voor het aantekenen van bezwaar tegen het ondergaan van lichamelijk onderzoek, dienen aios dit tijdig, voorafgaand aan het onderdeel kenbaar te maken aan hun docenten. De gronden van het bezwaar dienen te liggen in de persoonsgebonden geschiedenis van de aios en niet in algemene gronden als godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht.
Een dergelijk verzoek wordt vertrouwelijk behandeld. De docenten nemen een gemotiveerd besluit over het verzoek van de aios en waar mogelijk wordt gezocht naar alternatieven om te voldoen aan de eisen die binnen de opleiding worden gesteld aan het vaardigheidsniveau.
Wanneer de docenten besluiten een aios geheel of gedeeltelijk vrijstelling te verlenen voor het ondergaan van een lichamelijk onderzoek, dan wordt de docent die verantwoordelijk is voor het betreffende onderdeel in de opleiding, hiervan in kennis gesteld (zonder dat de aard van de bezwaren kenbaar worden gemaakt). Op deze wijze wordt recht gedaan aan eventuele gegronde bezwaren van de zijde van de aios en aan de privacy van de betrokkene.

Verwachtingen en eisen bij patiëntcontacten


Datgene wat aios redelijkerwijs onderling of met behulp van instructiepatiënten kunnen leren, oefenen aios zodanig dat dit in principe naar behoren en zelfstandig kan worden uitgevoerd. Aldus voorkomt men dat de aios het contact met de patiënt gebruikt om vaardigheden die hij niet in zekere mate beheerst te oefenen; ook ontactische, ongepaste of inadequate vragen of opmerkingen bij het afnemen van de anamnese kunnen emotionele schade voor de patiënt opleveren; lichamelijk onderzoek dat de aios niet volgens de regels der kunst verricht, vergroot de kans op nadelige gevolgen voor de patiënt.
Een ander aspect dat bij het verrichten van lichamelijk onderzoek, maar ook bij het afnemen van de anamnese, aandacht verdient, is het gegeven dat de aios sommige onderdelen gemakkelijker doet dan andere. Verlegenheid, onzekerheid, afkeer, schaamte, emotionele betrokkenheid, culturele factoren, zijn potentiële oorzaken voor het niet verrichten van 'gevoelig' onderzoek.
Qua lichamelijk onderzoek zullen patiënten er in het algemeen niet bij gebaat zijn wanneer de aios bijvoorbeeld het rectaal toucher overslaat omdat dit teveel gêne oproept, de arteria femoralis of het mannelijk genitaal niet inspecteert uit angst voor een erectie, het vaginaal toucher overslaat omdat hij dit niet durft, etc. Het zal voorkomen dat aios deze onderwerpen 'vergeten'; het zal gebeuren dat aios in deze voor zichzelf en hun (stage)opleider rationaliseren dat zij zo hebben gehandeld. „Ik was al zo lang bezig en wilde de patiënt niet onnodig belasten”, of „ik beheers dat onderzoek nog niet zo goed” zijn voorbeelden van dit laatste.
Ook als het om het uitvragen van gevoelige onderwerpen gaat, kunnen emotionele belemmeringen bij de aios het adequaat afnemen van een volledige anamnese in de weg staan. Denk hierbij aan situaties waar het nodig is heel persoonlijke of intieme onderwerpen aan de orde te stellen zoals seksuele relaties buiten de partnerrelatie, drugs- en alcoholgebruik, seksuele geaardheid, misbruik en geweld, onveilig seksueel contact en dergelijke.

Regeling rond bezwaren tegen patiëntcontacten
Behalve de bovengenoemde mogelijke bezwaren, kunnen zich tijdens de opleiding ook situaties voordoen waarin aios op grond van persoonlijke motieven bezwaren maken tegen het onderzoeken van bepaalde patiënten. In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat een aios zeer grote aarzeling heeft bij het behandelen van een patiënt, bijvoorbeeld wanneer deze handtastelijk is geweest of intimiderend gedrag vertoont. Dit zijn uitzonderlijke situaties, en in beginsel zal de aios patiënten die aan zijn of haar zorg zijn toevertrouwd niet weigeren. Dit houdt in dat zij zich in beginsel dienen te gedragen zoals het een goed arts betaamt, en zich derhalve niet op persoonlijke bezwaren kunnen beroepen wanneer zij in het kader van hun opleiding geacht worden ervaring op te doen met anamnese en onderzoek bij patiënten.
Uiteraard kunnen aios wel bezwaar maken tegen het aangaan van een patiëntcontact wanneer het bijvoorbeeld een goede bekende van hen, of in het algemeen iemand met wie zij een persoonlijke band hebben, betreft. In zulke bijzondere situaties wordt een uitzondering gemaakt en zoekt de aios naar een oplossing in overleg met zijn (stage)opleider.

Verwachtingen en eisen op het gebied van kleding en uiterlijk



Tijdens de opleiding gelden soms bijzondere eisen aan kleding en uiterlijk van de betrokken aios. Denk hierbij aan het dragen van hygiënische kleding, gebruik van handschoenen en aan voorschriften over het ontbloot zijn van de onderarmen en dergelijke. Aios voor wie dergelijke kledingvoorschriften een onoverkomelijk bezwaar opleveren maken met hun (stage)opleider afspraken, zo nodig met bemiddeling van de voor dat onderdeel verantwoordelijke coördinator binnen de opleiding. In redelijkheid zoeken de betrokkenen naar een creatieve oplossing, waarbij de aios een actieve inbreng heeft.
Wanneer het gaat over uiterlijk en kleding van aios is het ondoenlijk precieze criteria op te stellen voor hetgeen wel of niet acceptabel is. De subjectieve waarden en normen van de beoordelaar zullen voor een groot deel bepalen wat bijvoorbeeld aanstootgevend of onwelvoeglijk is. Uitgangspunten qua kleding en uiterlijk kunnen echter wel worden geformuleerd: aios die direct of indirect betrokken zijn bij patiëntcontacten dienen zich functioneel te kleden, en wel zodanig dat dit niet in negatieve zin opvalt. Dit is uiteraard een rekbaar begrip, maar deze formulering biedt mogelijk houvast voor alle betrokkenen, en tegelijkertijd enige bescherming tegen mogelijke willekeur bij het stellen van eisen.
In het bijzonder gaat het erom dat aios bij het directe of indirecte contact met patiënten:

  • zorgen voor een adequate lichamelijke en geestelijke conditie. De aios is in een zodanige lichamelijke en geestelijke conditie dat hij zijn patiënten adequate zorg biedt; en zorgt dus voor goede voeding en genoeg nachtrust;
  • zorgen voor een adequate hygiëne. Dit houdt in elk geval in: goede lichaamshygiëne, schoon gewassen bijeengehouden haren, schone kleding, geen rouwrandjes bij nagels, geen onverzorgde wondjes;
  • geen onnodige last of ongemak veroorzaken voor patiënten, familieleden en andere bij de zorg betrokkenen. Dit houdt in elk geval in: gepaste nabijheid en afstand bewaren, basale beleefdheidsnormen in acht nemen, geen lichaamsgeuren of sterk parfum of iets dergelijks gebruiken; ook vraagt de aios zich terdege af, voordat hij bij een patiënt belastend (onaangenaam, pijnlijk, intiem) onderzoek gaat doen, of hij de aangewezen persoon is om dat te doen;
  • geen vermijdbare belemmering of verstoring van het patiëntcontact veroorzaken, noch in de communicatie, noch bij lichamelijk onderzoek. Dit houdt in elk geval in: geen kleding of sieraden die in de weg zitten, het niet actief uitdragen van levens- of geloofsovertuiging, geen inmenging in persoonlijke aangelegenheden van de patiënt tenzij deze functioneel zijn; verder dient het gezicht en daarmee de gezichtsuitdrukking van de aios zichtbaar te zijn, wat derhalve inhoudt dat een sluier die alleen de ogen van de aios zichtbaar doet zijn, belemmerend werkt en niet is toegestaan;
  • geen aanstoot geven qua uiterlijk, kleding, haardracht, versierselen of anderszins. Dit is een onderwerp dat uiteraard ook gebonden is aan de heersende gewoonten, mode en algemene opvattingen van welvoeglijkheid, en veranderlijk is over de tijd; het houdt in elk geval in: geen spijkerbroek met gaten, geen baseballpet, geen ongebruikelijke symbolen van eigen levens- of geloofsovertuiging, geen onnatuurlijke, sterk afwijkende haardracht of -kleur (bijvoorbeeld blauw, groen), geen zichtbare tatoeages of piercings in het gelaat behalve onopvallend in oor of neusvleugel, geen décolleté; tevens houdt dit in dat maatschappelijk geaccepteerde uitingen zoals baarden en snorren, het dragen van een hoofddoek door Islamitische vrouwen, het dragen van een keppeltje bij Joodse mannen, onopvallende oorknopjes, of bij voorbeeld schoon lang haar bij een man, geen bezwaar zijn.

Deze voorschriften vormen niet meer en niet minder dan een kader, waarbij goede wil en redelijkheid van de betrokkenen van groot belang is. Dit kader zal afhankelijk zijn van de omstandigheden en onderhevig zijn aan verandering door de tijd.

Meldpunt over kleding en uiterlijk
Omdat op het gebied van kleding en uiterlijk van aios gemakkelijk verschillen van opvatting kunnen bestaan, heeft de opleiding een meldpunt ingesteld waar knelpunten, problemen en eventuele conflicten kunnen worden voorgelegd. De vertrouwenspersoon zie het hoofdstuk problemen en geschillen uit dit handboek die dit meldpunt bemant functioneert niet alleen als bemiddelaar bij gerezen problemen rond eisen die aan aios worden gesteld door individuele (stage)opleiders, maar ook als iemand die situaties inventariseert waarin de binnen de opleiding gehanteerde richtlijnen niet volstaan. Aldus kunnen zo nodig op gezette tijden aanpassingen aan de richtlijnen worden aangebracht.

Geheimhoudingsplicht


Aios die op welke manier dan ook te maken hebben met patiënten, hetzij tijdens afdelingsonderwijs, hetzij bij meelopen in de huisartspraktijk of het zelf aangaan van patiëntcontacten, zijn gebonden aan de wettelijke geheimhoudingsplicht voor artsen. Dit geldt, mutatis mutandis, evenzeer ten opzichte van mede-aios.

Slotopmerking


Bovenstaande regels en richtlijnen zijn opgesteld in overleg met aios en stafleden binnen en buiten de huisartsopleiding, en moeten worden gezien als regelgeving die niet losstaat van de overige eisen en verplichtingen die de opleiding tot huisarts met zich meebrengt.
Deze code is rechtstreeks ontleend aan de gedragscode voor studenten van het ErasmusMC en aangepast voor de context van de huisartsopleiding. De wijzigingen ten opzichte van het origineel zijn voor verantwoordelijkheid van de huisartsopleiding.


Eerste versie 2 februari 2004. Aangepast na commentaar stafoverleg, ROVAH, ROER en ombudsman op 7 mei 2004 en vastgesteld door het CTO d.d. 26 mei 2004.

Opnieuw vastgesteld in het CTO van 17 aug 2011, tekstueel aangepast in december 2011

Frits Bareman.


[12 11]

Gegevens collega-aios opvragen

Soms is het handig om (adres)gegevens van je collega-aios te hebben. Het is mogelijk om deze gegevens per telefoon of e-mail op te vragen bij de receptie van de huisartsopleiding. De receptioniste zal je identiteit controleren aan de hand van de gegevens die we van jou hebben en je vervolgens de gevraagde gegevens ter beschikking stellen. Uiteraard worden alleen de gegevens doorgegeven van aios die daar toestemming voor hebben gegeven.

Op de onderwijsbank staan de smoelenboeken van aios en opleiders die toestemming hebben gegeven voor het raadplegen van hun bereikbaarheidsgegevens door aios, opleiders en medewerkers van de huisartsopleiding.

[05 14]

Inhoud opleiding

Op de website van de huisartsopleiding staan onder 'inhoud opleiding':

  • Het opleidingsplan, inclusief overzicht van onderwijs
  • De visie van de huisartsopleiding
  • Eindtermen huisartsopleiding
  • De competentieprofielen van de huisarts, de opleider en de docent



[ 07 11]

Inschrijving in het register van huisartsen


Zes tot acht weken voor de einddatum ontvang je van ons een voltooiingsverklaring waardoor je voldoende tijd hebt om je in te schrijven in het huisartsenregister.
Op de website van de KNMG (http://knmg.artsennet.nl) staat onder de tab 'Opleiding en Registratie' hoe je je als huisarts kunt laten registreren met onder andere informatie over:

  • De noodzaak van registratie
  • De registratie-eisen
  • De registratieprocedure
  • De ingangsdatum registratie





[10/13]

Jan van Es-prijs


Inleiding


Dit hoofdstuk beschrijft hoe we de voordracht regelen voor de Jan van Es-prijs. Elk jaar wordt deze prijs door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) toegekend aan de beste CAT gemaakt door een of meerdere aios.

Achtergrond
De prijs is vernoemd naar Jan van Es (1922 – 2008) die pionier is geweest in het huisartsenvak en belangrijk is geweest voor het ontwikkelen van de opleiding tot huisarts.

CATs
Een CAT is een korte literatuurstudie met als doel een antwoord te krijgen op een praktische vraag waarmee je, wetenschappelijk onderbouwd, een bepaald beleid kunt volgen. Een CAT omvat minimaal de volgende onderdelen: klinische vraag, PICO1), methodiek, opbrengst, literatuur, conclusie en aanbevelingen voor de praktijk). We schatten in dat we kans maken op de Jan van Esprijs als we in plaats van individuele eerstejaars aios, groepjes derdejaars aios vragen een uitgebreide CAT in te dienen. Zij hebben zowel de klinische als de wetenschappelijke ervaring om een goede CAT te maken.

Reglement Jan van Es-prijs 2015
Reglement Jan van Es-prijs 2015

Rotterdamse voordracht voor de Jan van Esprijs
Docenten van derdejaars aios kunnen aios van wie zij inschatten dat zij kans maken op de Jan van Esprijs, voordragen voor deze prijs. Deze aios maken in groepjes van twee tot vier aios een uitgebreide CAT. Zij worden begeleid door aiotho’s en de docenten wetenschap (Pieter van den Berg en Hanneke Rijkels).

Beoordeling
De samenvattingen, uitgeschreven CATs en presentaties worden door de jury van de Jan van Es-prijs beoordeeld conform de NHG-eisen voor de Jan van Esprijs waarbij gelet wordt op originaliteit, klinische vraag, huisartsgeneeskundige relevantie, PICO methodiek, opbrengst zoekactie literatuur en conclusies & aanbevelingen voor de praktijk. De beoordelingen van de abstract en de presentatie wegen beiden even zwaar mee.


Pieter van den Berg, februari 2015

[02 15]

Klachten, de juridische plaats van aios en (stage)opleiders

Inleiding

Wat moet een aios of (stage)opleider doen als er een klacht tegen hem dreigt te worden of wordt ingediend?

Definitie

Klachten
Onder een klacht worden alle klachten van derden verstaan die bij de inspectie terechtkomen, bij een lokale klachtencommissies of bij de klachten(MIP)commissies van een huisartsenpost. Klachten die intern worden afgehandeld door de huisarts of binnen een gezondheidscentrum, vallen niet onder onderstaande regelingen.

Protocol voor omgaan met klachten

  1. Probeer samen (aios en (stage)opleider) met de klager (of diens familie) in contact te komen om de situatie te bespreken en eventueel excuus aan te bieden voor het gebeur­de.
  2. Als dit contact mislukt of er niet toe leidt dat de klacht wordt ingetrokken (en er een melding bij het tuchtcollege dreigt) dan dient het hoofd van de Huisartsopleiding hiervan in kennis gesteld te worden.
  3. Voor de aios en (stage)opleider geldt dat zij samen moeten vaststel­len wat er precies is gebeurd en wie welke verantwoordelijkheid rond het gebeuren draagt.
  4. De (stage)opleider blijft juist in deze moeilijke situatie begeleider. Dat wil zeggen dat hij oog heeft voor de emoties die hier voor de aios een rol spelen, en voor de leerpunten die een dergelijke situatie kan opleveren. Dit kan gecompliceerd raken door eigen emoties en belangen.
  5. De aios dient zich te realiseren dat hij de patiënten van de (stage)opleider en diens collegae behandelt en dat daardoor een conflict met een patiënt een conflict van die patiënt met de opleider kan betekenen.
  6. Als een arts een fout heeft gemaakt waarderen betrokkenen het als deze bereid is de fout te erkennen en zijn excuses aan te bieden.


Het instituutsreglement

Alle aios en (stage)opleiders hebben middels de opleidingsovereenkomst verklaard zich te houden aan het instituutsreglement. Daarin staat ten aanzien van klachten:

Verplichtingen van en voorwaarden voor de aios
2.3.4 Klachten (ad B.14 van het Kaderbesluit CHVG)

  • De aios valt onder de Wet Klachtrecht. De aios werkt onder supervisie van de (stage)opleider, die de zorgaanbieder is (WGBO). De (stage)opleider moet zijn aangesloten bij de daarvoor bestemde klachtencommissie. In geval van een klacht in het kader van de (werkzaamheden) in de opleiding tegen de aios dient de (stage)opleider altijd bij de behandeling van de klacht te worden betrokken, enerzijds omdat de (stage)opleider de eigenlijke (zorg)aanbieder is, anderzijds omdat hij medeverantwoordelijk kan zijn voor het handelen van de aios.
  • De aios is verplicht elke klacht betreffende de door hem geleverde patiëntenzorg onmiddellijk te melden aan de betreffende (stage)opleider, opleidingsinrichting of stage-inrichting en het (hoofd van het) opleidingsinstituut
  • De aios is verplicht het hoofd van de huisartsopleiding Erasmus MC in voorkomende gevallen te informeren over tegen hem in verband met zijn werkzaamheden in zijn functioneren als arts ingestelde civielrechtelijke en/of strafrechtelijke procedures/vorderingen dan wel tuchtrechtelijke klachten en de naar aanleiding daarvan gewezen vonnissen c.q. beslissingen.


Verplichtingen van en voorwaarden voor de (stage)opleider en de stage-inrichting
3.3.4 Klachten

  • De (stage)opleider is aangesloten bij de daarvoor aangewezen klachtencommissie. Eventuele klachten jegens de aios meldt de (stage)opleider onverwijld aan het hoofd van de Huisartsopleiding Erasmus MC.
  • De opleider is verplicht het hoofd van de huisartsopleiding in voorkomende gevallen te informeren over tegen hem in verband met zijn werkzaamheden in zijn functioneren als huisarts ingestelde civielrechtelijke en/of strafrechtelijke procedures/vorderingen dan wel tuchtrechtelijke klachten en de naar aanleiding daarvan gewezen vonnissen c.q. beslissingen.


Juridische aansprakelijkheid

Er kunnen twee vormen van beroepsverantwoordelijkheid worden onderscheiden:

  1. Een civielrechtelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.
  2. Een straf- c.q. tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.


Civielrechtelijke verantwoordelijkheid / aansprakelijkheid
We onderscheiden:

  • Wanprestatie: tekort schieten binnen een contractuele relatie, d.w.z. schending van een concrete afspraak.
  • Onrechtmatige daad: indien het handelen of nalaten inbreuk maakt op eens anders recht of in strijd is met zijn rechtsplicht of indruist tegen de goede zeden of de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt t.o.v. eens anders persoon of goed (H.R. 1919). Dus: onvoldoende zorgvuldigheid in algemene zin.

Bij de onrechtmatige daad is er geen verschil tussen (stage)opleider en aios: elke heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van derden.
Bij de wanprestatie gaan we uit van een contract, en dat heeft de (stage)opleider met zijn patiënt. Veroorzaakt de aios aantoonbare schade bij een patiënt van de (stage)opleider of in de waarneming door een verwijtbare tekortkoming, dan is de (stage)opleider ten opzichte van de patiënt de aanspreekbare persoon, want de patiënt heeft met de opleider een contract gesloten en niet met de aios.
Overigens is er nog wel een onduidelijk punt: de aios is in dienst van de SBOH, maar hij verricht handelingen bij patiënten met wie zijn opleider een contract heeft gesloten. Is hij nu de contractpartner, is de werkgever (de SBOH) dat, of zijn zij beiden aansprakelijk? We zullen eerst wat jurisprudentie moeten afwachten. De aios is via de SBOH verzekerd tegen beroepsaansprakelijkheid.

In de WGBO (1995) is geregeld, dat de instelling, waarbinnen de arts werkt, het centrale aanspreekpunt is betreffende aansprakelijkheid (artikel 462), ook wanneer de instelling zelf géén partij is in de behandelingsovereenkomst met de patiënt.

Strafrecht
Wat de strafwet betreft is er geen verschil tussen de aansprakelijkheid van (stage)opleider of aios: beiden zijn als burgers van dit land onderworpen aan dezelfde wet. De één kan zich nooit achter de ander verschuilen.

Tuchtrecht
Aansprakelijkheid in tuchtrechtelijke zin ligt iets genuanceerder dan in strafrechtelijke zin. De aios is, evenals de (stage)opleider, verantwoordelijk voor zijn medische handelingen. Maakt de aios een fout, dan is de (stage)opleider hiervoor niet verantwoordelijk, maar de (stage)opleider kan wel medeverantwoordelijk zijn, bij voorbeeld wanneer hij de aios handelingen laat verrichten waartoe de aios op dat moment nog niet bekwaam is. Kortgezegd: de (stage)opleider is onder andere verantwoordelijk voor het onderwijsproces, voor de programmering, fasering en bewaking van de ontwikkeling van de aios en dit kan getoetst worden door de tuchtrechter.

Links naar websites



Vastgesteld in het CTO van 15 juni 2011



[04/15]

Literatuur en Internet


Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de voor aios en opleiders verplichte en aanbevolen literatuur en geeft de bronnen aan van de Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoetsvragen. In dit verband betekent `verplicht' dat de aios gedurende de gehele opleiding direct over deze werken kan beschikken. Het is voor aios en voor opleiders verplicht een goed toegankelijke internetvoorziening te hebben voor het raadplegen van relevante sites.

Toegang tot de fysieke medische bibliotheek
De Centrale Medische Bibliotheek (in het onderwijscentrum) is voor alle aios en opleiders toegankelijk. Binnen deze bibliotheek is een collectie huisartsgeneeskunde. De collectie hiervan wordt samengesteld en geactualiseerd door de Bibliotheekcommissie van het Instituut Huisartsgeneeskunde. Aios, opleiders en medewerkers kunnen in de Medische Bibliotheek literatuur lenen met hun Erasmus MC pasje.

Toegang tot de digitale medische bibliotheek en relevante huisartsgeneeskundige sites
Het Erasmus MC biedt aios en opleiders een medewerkeraccount (microsectienummer) met een wachtwoord, waardoor een groot aantal (inter)nationale tijdschriften (zoals H&W, NTVG, NEJM, BMJ en Lancet) fulltext in te zien zijn. Dit geldt ook voor Cochrane reviews en Up To Date. Voor de fulltext weergave moet op de site van de Medische Bibliotheek worden 'ingelogd van elders' via de bijbehorende knop, of kan worden ingelogd via http://portal.erasmusmc.nl. Toegang tot deze bronnen is mogelijk vanaf thuis- en praktijkadres.

Voor de gehele opleidingsduur zijn de onderstaande bronnen verplicht (mag ook in vorm van e-book!) waarbij

  • de bronnen met de vetgedrukte onderstreepte titels bij de start van de opleiding moeten zijn aangeschaft door de aios en
  • de cursieve vetgedrukte titels in de opleidingspraktijk aanwezig moeten zijn:


  • Huisarts en Wetenschap (tijdschrift), Bohn, Stafleu van Loghum. Aios ontvangen dit tijdschrift via de SBOH en het staat op website van de Medische Bibliotheek;
  • NHG-Standaarden voor de huisarts http://nhg.artsennet.nl;
  • Farmacotherapeutisch Kompas http://www.farmacotherapeutischkompas.nl/;
  • Kaandorp, C.J.E., redactie. Klinische probleemstellingen, onderzoek en diagnostiek van 236 aandoeningen. Houten: Prelum uitgevers, 2012, ISBN 9085620422 / EAN 9789085620426 gratis via de Medische bibliotheek (13. Alle bronnen (A-Z)): http://www.klinischediagnostiek.nl;
  • Goudswaard AN, In ’t Veld CJ, Kramer WLM. Handboek verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten/Utrecht: Prelum Uitgevers BV, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2014. ISBN 9085621399 / EAN 9789085621393.
  • In ’t Veld CJ, Goudswaard AN, Dijkstra RF, et al. Handboek diagnostische verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Houten/Utrecht: Prelum Uitgevers BV, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2012. ISBN 9085621178 / EAN 9789085621171.
  • Scholten R.J.P.M., Offringa M., Assendelft W.J.J, Inleiding in evidence based medicine: klinisch handelen gebaseerd op bewijsmateriaal. Bohn Stafleu van Loghum, Houten, 2014 (4e druk). EAN 9789031399031;
  • Silverman J, Kurtz S, Draper J. Vaardig communiceren in de gezondheidszorg: een evidencebased benadering. Den Haag, Uitgeverij Boom Lemma, 2015 ISBN10 9462363595 / ISBN13 9789462363595. Ook als e-book verrkrijgbaar.
  • Eekhof J.A.H, Knuistingh Neven A, Opstelten W., redactie. Kleine kwalen in de huisartspraktijk. Amsterdam: Reed Business Education, 2013 (6e geheel herziene druk). ISBN 9035235592 / EAN 9789035235595;
  • Eekhof J.A.H, Knuistingh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen bij kinderen. 2e druk. Amsterdam: Elsevier gezondheidszorg, 2009 ISBN 9035231236/ EAN 9789035231238;
  • Dijkers FW, Nijland A, in t Veld C.J. (red). Praktijkvoering in de huisartsgeneeskunde. 3e druk. Reed Business, 2012. ISBN 9035234383/ EAN 9789035234383. NB: dit boek heb je pas in het 3e opleidingsjaar nodig. We raden je aan het dan pas aan te schaffen om te voorkomen dat je een verouderde druk hebt. Je kunt het met korting bij docent Jeroen van Geffen verkrijgen (contant afrekenen);



Voor de gehele opleidingsduur worden de volgende tijdschriften aanbevolen:

  • Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (aangeboden via de SBOH)
  • Medisch Contact (automatisch bij lidmaatschap KNMG dat de aios van de SBOH krijgt)
  • British Journal of General Practice
  • Family Practice


Deze tijdschriften plus Huisarts en Wetenschap bevinden zich in de medische bibliotheek én zijn elektronisch te raadplegen.

Het lidmaatschap van het Nederlands Huisartsen Genootschap wordt zeer sterk aangeraden. Dit omvat een abonnement op Huisarts en Wetenschap en toezending van nieuwe standaarden bij verschijnen. Daarnaast wordt reductie gegeven op de toegang tot het jaarlijkse congres en de NHG-uitgaven.


Lijst van veel gebruikte boeken voor de Landelijke Huisartsgeneeskundige Kennistoets LKH en Kennis Over Vaardighedentoets KOV

boekenlijst LHK, gesorteerd op auteur (versie mei 2015)
boekenlijst LHK, gesorteerd op ICPC-code (versie mei 2015)
Deze lijst bevat boektitels en adressen van internetsites, die als naslagwerk kunnen dienen voor aios en huisartsen. De boekenlijst omvat tevens vakliteratuur ter voorbereiding op de LHK-toets en de KOV-toets. Deze wordt geactualiseerd en gepubliceerd op de website www.huisartsopleiding.nl. De Medische bibliotheek past op basis van deze lijst jaarlijks haar collectie aan.


Studiemateriaal opleiders
De boekenlijst voor opleiders versie januari 2015 van Huisartsopleiding Nederland bevat boektitels en internetadressen die in de huisartsopleidingspraktijk niet mogen ontbreken.
De lijst wordt jaarlijks geactualiseerd en gepubliceerd op de website www.huisartsopleiding.nl.


Versie juni 2011, Herman Bueving
Vastgesteld in het CTO 15 juni 2011
Aangepast in december 2015



[12/15]

Ongewenste omgangsvormen


Het opleidingsinstituut conformeert zich aan
het protocol van de SBOH ten aanzien van ongewenste omgangsvormen (2011).
U kunt dit document ook vinden op de website van de SBOH: http://www.sboh.nl

Specifiek ten aanzien van het omgaan met agressie, is er een leidraad opgesteld: zie hoofdstuk Leidraad agressie jegens een aios

Indien u ondersteuning wenst kunt u terecht bij onze vertrouwenspersoon: zie hoofdstuk Problemen en geschillen



[ 08 11]

Ouderschapsverlof

Ouderschapsverlof valt onder de regeling arbeidsvoorwaarden van de SBOH en is te vinden op de site van de SBOH. Indien de aios in aanmerking komt voor deze regeling kan hij of zij ouderschapsverlof opnemen in goed overleg met de opleider en de planner van het opleidingsinstituut.

Zie hoofdstuk regeling arbeidsvoorwaarden

Problemen en geschillen



Inleiding

In dit hoofdstuk beschrijven we de procedure bij problemen en geschillen. In het eerste geval betreft het werk-, opleidings- of privégerelateerde problemen die van invloed zijn op de opleiding van de aios, die een aios of (stage)opleider wil bespreken met een onafhankelijke persoon.
In het tweede geval kan een aios zich niet vinden in een besluit van het hoofd huisartsopleiding.

Heb je te maken met een klacht of een tuchtzaak, ga dan naar het hoofdstuk Klachten, de juridische plaats van aios en (stage)opleiders.

Problemen in de opleiding

Een onafhankelijk persoon
Als er een probleem ontstaat in de opleiding dan is de eerste stap dat het probleem met de direct betrokkenen wordt besproken. Als dit onvoldoende resultaat oplevert, je het probleem (in eerste instantie) niet op formele wijze aan de orde wilt stellen (bv vanwege persoonlijke omstandigheden), je behoefte hebt aan onafhankelijk overleg/advies of aan bemiddeling, dan kun je je wenden tot de vertrouwenspersoon van de huisartsopleiding.

De vertrouwenspersoon is onafhankelijk, is goed op de hoogte van de huisartsopleiding en heeft als taak te adviseren, te begeleiden en/of te bemiddelen bij problemen die een aios of (stage)opleider bij hem/haar neerlegt. Hij neemt alleen problemen van een aios of (stage)opleider in behandeling die direct in verband staan met de huisartsopleiding. Hij gaat vertrouwelijk om met de informatie en houdt zich aan
het statuut vertrouwenspersoon.

De vertrouwenspersoon begeleidt en bemiddelt niet bij besluiten van het hoofd van de opleiding in het kader van de voortgang van de aios. Daarvoor geldt onderstaande paragraaf over geschillen. Daarnaast heeft hij niet de bevoegdheid om aangedragen problemen op te lossen en beslissingen te nemen. Hij treedt niet op in de plaats van regulier verantwoordelijke functionarissen en procedures, mengt zich niet in geschillen en treedt niet op als raadsman/vrouw.

Hoe doe ik een beroep op de vertrouwenspersoon?
Onze vertrouwenspersoon is Bavo van der Poel en is te bereiken via b.vanderpoel@erasmusmc.nl. Zijn vervanger is Ton Janssen, te bereiken via a.janssen@flakkee.net. Je kunt ook onze receptie bellen op 010 7030004 met de vraag of de vertrouwenspersoon je terug wil bellen.

Coaching en workshops
De bedrijfsarts van de SBOH kan coaching inschakelen.
Via het loopbaanbureau van de KNMG kun je workhops volgen zoals 'omgaan met moeilijke mensen' en 'onderhandelen met je opleider'. Ook biedt het KNMG-loopbaanbureau coaching aan, waardoor je onder andere meer inzicht krijgt in je persoonlijkheid.



Geschillen

Indien een aios zich niet kan vinden in een besluit van het hoofd van de huisartsopleiding kan er een onderling geschil ontstaan.
De eerste stap is om dit in onderling overleg op te lossen.

Mediation
Indien onderling overleg niet tot een oplossing leidt, moet er volgens de regelgeving binnen 4 weken na het ontstaan van het geschil gebruik worden gemaakt van een mediator of onafhankelijke bemiddelende partij. Bij overschrijding van deze termijn neemt de mediator of onafhankelijke bemiddelende partij het geschil niet in behandeling. De mediator of onafhankelijk bemiddelende partij tracht het geschil binnen zes weken nadat het geschil aan hem is voorgelegd af te ronden dan wel in der minne te schikken. De kosten van mediation of bemiddeling worden gezamenlijk en voor gelijke delen door partijen gedragen, tenzij bij de mediation of bemiddeling anders is overeengekomen.

Bij mediation gaan partijen die bij het besluit betrokken zijn, onder leiding van de mediator, met elkaar in gesprek om over en weer standpunten te verhelderen en een oplossing te vinden. Het belangrijkste daarbij is het herstellen van de communicatie om van daaruit gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor het bestaande probleem. De mediator toetst in een persoonlijk gesprek met de melder of de situatie geschikt is voor mediation. Als dat het geval is wordt ook met de andere betrokkene(n) een gesprek gevoerd. Als iedereen zich wil inzetten om de bestaande situatie te verbeteren kan de mediation van start gaan.

Elk van de betrokken partijen kan het geschil onbemiddelbaar verklaren door middel van een schriftelijke mededeling aan de andere betrokken partij. Zodra het geschil schriftelijk onbemiddelbaar is verklaard heeft de aios twee weken de tijd om het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig te maken (zie onderste paragraaf).
Op de website van de KNMG worden de volgende voorbeeld van een onbemiddelbaar geschil gegeven:

  • de bemiddeling werkt toe naar de beëindiging van de opleiding waar de aios het niet mee eens is
  • het geschil betreft de toepassing van regelgeving die op zich duidelijk is, maar waarmee de aios het niet eens is


Mediatoren
Er kan een beroep worden gedaan op een onafhankelijke mediator van het Erasmus MC:

Mw. A.C.M. de Kroon
Telefoon 010 7033415
a.dekroon@erasmusmc.nl
Aanwezig: maandag – dinsdag – donderdag

Het kan voorkomen dat er, na overleg met het instituut, behoefte is aan een externe mediator. Ook dat behoort tot de mogelijkheden. Mediatoren zijn te vinden op
www.nmi-mediation.nl.

Commissie voor Geschillen
Indien mediation niet lukt kan de aios binnen twee weken na het verstrijken van de termijn van zes weken (dus acht weken nadat het geschil aan de mediator of onafhankelijke bemiddelende partij is voorgelegd) een schriftelijk verzoek aan de Commissie voor Geschillen voorleggen, zie
http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-herregistratie/Geschil-en-Bezwaar/Geschillencommissie-1.htm. Bij overschrijding van deze termijn neemt de commissie het verzoekschrift niet in behandeling.
Details over de procedure bij de Commissie voor Geschillen zijn opgenomen in het Reglement van orde van de Geschillencommissie (RvO) en in hoofdstuk V.2 van de Regeling Specialismen en profielen geneeskunst.


Vastgesteld in het MTHAO, september 2009
Nagezien door Herman Bueving in juni 2011
Aangepast in januari 2016

[01 16]

Toetsing en beoordeling


Landelijke richtlijnen

Richtlijnen op hoofdpunten:
Protocol toetsing en beoordeling - versie januari 2011, voor aios die na deze datum in opleiding kwamen
Protocol toetsing en beoordeling - versie december 2008, voor aios die vóór 2011 in opleiding kwamen

Concrete uitwerking van bovenstaande richtlijnen
Landelijk Toetsplan - versie maart 2011, voor aios die na deze datum in opleiding kwamen. Visiedocument op toetsen en beoordelen en een beschrijving van verplichte en optionele toetsen
NB De informatie over de kennistoets is niet actueel in het toetsplan. Ga daarvoor naar: de site van Huisartsopleiding Nederland

CompetentieBeoordelingLijsten (ComBeLs)
Vanaf de groepen die in september 2013 starten, werken we met digitaal in te vullen landelijke ComBeLs.
Er zijn voor ieder opleidingsjaar ComBeLs, waarmee (stage)opleiders hun oordeel over het functioneren van de aios onderbouwen en er is één ComBeL-docent, waarmee docenten hun oordeel over het functioneren van de aios onderbouwen.
Link naar de ComBeLs, te vinden op de website van Huisartsopleiding Nederland, onder de tab 'toetsing', 'toetsaanbod'

Registratieformulieren, checklist en verklaringen dienstdoen
Alle formulieren uit de Leidraaad Diensten zijn te downloaden van http://www.aiosopdehap.nl/ onder 'Leidraad Diensten'.


Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios MET een e-portfolio

Algemeen deel:

  • Het algemene deel uitvoeringsregeling toetsing en beoordeling wordt momenteel herschreven. Kijk voor de papieren regeling bij de paragraaf 'Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios zonder e-portfolio'


Voor het eerste jaar:


Voor het tweede jaar:


Voor het derde jaar:

  • De uitvoeringsregeling toetsing en beoordeling derde jaar wordt momenteel herschreven. Kijk voor de papieren regeling bij de paragraaf 'Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios zonder e-portfolio'



Rotterdamse uitvoeringsregelingen voor aios ZONDER e-portfolio


Algemeen deel:
Algemeen deel uitvoeringsregeling Toetsing en Beoordeling in de huisartsopleiding Rotterdam - versie maart 2015
Korte Patiëntcontact Beoordeling (KPB) - versie maart 2013
IOP-formulier
ComBeL docent, beoordeling door de docent - versie mei 2014

Voor het eerste jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het eerste opleidingsjaar - versie maartgroepen 2016
Regeling toetsing en beoordeling in het eerste opleidingsjaar - versie septembergroepen 2015
ComBeL 1e jaar, beoordeling door de opleider versie juli 2013
Regelgeving STARtclass, versie januari 2015. Te vinden op
http://www.scholamedica.nl/cursussen/spoedzorg-algemeen/startclass-huisartsgeneeskunde-aios-hi/reglement-aiosh-1

Voor het tweede jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het tweede opleidingsjaar - versie juni 2015
ComBeL 2e jaar stage Kliniek, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
ComBeL 2e jaar stage GGZ, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
ComBeL 2e jaar stage Chronische Zorg, beoordeling door de stageopleider - versie juli 2013
Reglement STARtclass, versie januari 2015
Reglement theorietoets STARtclass, versie januari 2015
Reglement scenariotoets STARtclass, versie januari 2015. Te vinden op
http://www.scholamedica.nl/cursussen/spoedzorg-algemeen/startclass-huisartsgeneeskunde-aios-hii/reglement-aiosh
Bekwaamheidsverklaring SEH, versie juni 2011
KKB (Kliniek), KPB (GGZ) en KPB SOON (CZ) zijn te vinden op de onderwijsbank: https://www.hagrotterdam.nl/

Voor het derde jaar:
Regeling toetsing en beoordeling in het derde opleidingsjaar - versie maart 2015
Regeling toetsing en beoordeling in het derde opleidingsjaar - versie september 2014
ComBeL 3e jaar, beoordeling door de opleider - versie juli 2013



[03 16]

UZI-pas



Om toegang te kunnen hebben tot patiëntendossiers op de huisartsenpost en de praktijk hebben aios een UZI-pas nodig. Omdat de aanvraag vier tot zes weken duurt, adviseren we aios om dat zo snel mogelijk na de aanname bij de huisartsopleiding te doen. De pas kan worden aangevraagd bij het UZI-register en gedeclareerd bij de SBOH.
Eerst moet de aios abonnee worden, wat ca. 3 weken duurt. Pas daarna kan daadwerkelijk de UZI-pas worden aangevraagd, hetgeen nog ongeveer 1 week duurt. Voor het aanvragen van de UZI-pas heeft de aios een DigiD nodig.
De de SBOH heeft een handleiding voor de aanvraag van de UZI-pas op haar website staan.

NB: Omdat huisartsopleiding Erasmus MC heeft aangegeven dat de UZI-pas voor de aios onmisbaar is voor het volgen van de opleiding, hoef je geen brief van de huisartsenpost of opleider op te vragen!

Voor specifieke vragen verwijzen we je naar het UZI-register

Veelgestelde vragen:

  • Hoe lang is de UZI-pas geldig?

Drie jaar. Daarna moet je een nieuwe pas aanvragen. Hij wordt dus niet opnieuw 'opgeladen'.

  • ik heb reeds een UZI-pas vanuit mijn vorige werk, moet ik een nieuwe aanvragen?

Dat hangt ervan af of deze UZI-pas onder jouw eigen abonneenummer is geregistreerd (aangevraagd onder jouw abonneeregistratie). Als dit zo is, dan kun je hem ook in je werk als aios gebruiken.

  • heb ik voor iedere instelling een andere UZI-pas nodig?

Nee, als de pas onder jouw eigen abonneenummer is geregistreerd, dan kun je deze overal gebruiken.

  • hoe zit het met de UZI-pas na mijn afstuderen?

Op de pas staat de beroepstitel 'arts'. Voor het UZI-register maakt het niets uit en kun je er gewoon mee blijven werken zolang de drie jaren niet zijn verstreken. Als het systeem van de instelling waar je gaat werken van je eist dat er 'huisarts' op staat, dan zul je wel een nieuwe pas moeten aanvragen.



[03 16]

Vakantieregeling

In aanvulling op de regeling arbeidsvoorwaarden van de aios heeft de Huisartsopleiding Rotterdam de volgende uitvoeringsregeling vastgesteld:

  • Voor de aios met een 38-urige werkweek (fulltime): maximaal 6 weken vakantie (= 6×38 uur = 228 uur) per opleidingsjaar; wanneer een opleidingsjaar langer of korter duurt dan een jaar wordt dit aantal evenredig aangepast.
  • Vakantiedagen dienen in het betreffende opleidingsjaar te worden opgenomen. Als een aios door onvoorziene omstandigheden niet in staat zal zijn vakantiedagen op te nemen, dient hij onverwijld met het (plaatsvervangend) hoofd te bespreken hoe het restant aan vakantiedagen opgenomen kan worden. Dagen die in overleg met het (plaatsvervangend) hoofd naar het derde opleidingsjaar worden meegenomen, dienen na de laatste stage van de aios opgenomen te worden. De aios eindigt de opleiding dan met vakantie.
  • Bij deeltijdopleiding heeft men naar rato minder uren op te nemen (bij deeltijdpercentage 90% 6×34,2 uur = 205,2 uur; bij 84,2% 6×32 uur = 192 uur; bij 73,7% 6×28 uur = 168 uur).
  • Er kunnen maximaal 3 weken aaneengesloten worden opgenomen.
  • De aios spant zich aantoonbaar en tijdig (= minimaal 4 weken voor de vakantie) in om te bereiken dat hij en de (stage)opleider zoveel mogelijk tegelijk op vakantie zijn. Wanneer dit onvoldoende resultaat oplevert, én de aios heeft zich aantoonbaar en tijdig ingespannen, is het uiteindelijke besluit aan de aios.
  • Voor het eerste opleidingsjaar geldt:
    • De aios kan geen vakantie opnemen tijdens de eerste 6 weken van de opleiding.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen tijdens de STARtclass.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen in de zelfstandige periode.
  • Voor het tweede opleidingsjaar geldt:
    • de aios bespreekt zijn vakantieplannen met de stageopleider aan het begin van elke stage.
    • er kan geen vakantie worden opgenomen tijdens de STARtclass.
    • als de aios een klinische stage van 3 maanden volgt die begint met de STARtclass, kan maximaal één week vakantie worden opgenomen.
    • vakantiedagen worden in principe naar rato van de duur van de stage opgenomen, waarbij om onderwijskundige redenen de volgende maxima gelden:


Duur van de stage Maximale duur vakantie
6 maanden 3 weken
4 maanden 2 weken
3 maanden 2 weken
2 maanden 1 week

(NB: combinaties zijn mogelijk, bijvoorbeeld: een 2-maandsstage eindigen met 1 week vakantie en daarna een 4-maandsstage beginnen met twee weken vakantie).

  • Vakantiedagen tijdens ziekte en zwangerschapsverlof blijven behouden. Tijdens het zwangerschapsverlof (16 weken) wordt 2 weken vakantie opgebouwd. De opleiding wordt als gevolg hiervan ook met 2 weken verlengd.
  • Vakanties worden door aios vastgelegd. De docenten toetsen deze gegevens op overeenstemming met deze uitvoeringsregeling.
  • Uitzonderingen op deze uitvoeringsregeling op grond van persoonlijke omstandigheden vergen de instemming van de docenten. Zij leggen dit voor toestemming voor aan het (plaatsvervangend) hoofd.



Vastgesteld door het CTO in september 2008,
bijgesteld op basis van de CAO per september 2009.
Nagekeken door Olof Lageweg in oktober 2011, opnieuw vastgesteld in het CTO van 19 oktober 2011




[04/16]

Vertrouwenspersoon



De huisartsopleiding heeft een vertrouwenspersoon waar aios en (stage)opleiders een beroep op kunnen doen.
In het hoofdstuk Problemen en geschillen staan de details.



Visie huisartsopleiding

Vrijstellingen



Per 1 januari 2015 gelden het gewijzigde Kaderbesluit en Besluit huisartsgeneeskunde 2009. De wijziging betreft de vrijstellingsregeling en verruimt de mogelijkheden voor het aanvragen van vrijstellingen.

Meer informatie is te vinden op de website van Huisartsopleiding Nederland: http://www.huisartsopleiding.nl/

KNMG-folder individualisering van de opleidingsduur

Zeeland- en Zeeuws Vlaanderen regeling


Naar aanleiding van een overleg tussen de Zeeuwse opleiders, de SBOH en de huisartsopleiding Rotterdam is de volgende regeling tot stand gekomen, die wordt uitgedeeld aan aios die het betreft:

Plaatsing in Zeeland

Een aios die geplaatst wordt in Zeeland waardoor hij/zij een reisafstand > 1 uur enkele reis heeft (per auto) vanaf zijn/haar woonplaats in de regio Rotterdam:

  • kan per praktijkdag een half uur reistijd als werktijd rekenen.
  • kan daardoor de ene week 3 dagen en de andere week 4 dagen werken in de praktijk (dit is exclusief compensatie diensten) bij een fulltime dienstverband. Daarnaast is er de wekelijkse terugkomdag in Rotterdam. Parttime werken is eveneens mogelijk.
  • kan later beginnen op de praktijkdag (maar zal dan langer doorgaan).
  • kan diensten in de eigen woonregio doen (de opleiding bemiddelt indien gewenst).

De eigen opleider moet instemmen met het uitbesteden van de diensten naar de eigen woonregio van de aios en begeleidt de aios bij minimaal 10 diensten in Zeeland óf draagt de opleidingsverantwoordelijkheid voor álle diensten over naar de vervangende opleider in de woonregio van de aios. Zie het Handboek Huisartsopleiding, hoofdstuk dienstdoen.

Plaatsing in Zeeuws Vlaanderen

Tot 01-09-2016 geldt: Een derdejaars aios die niet woonachtig is in Zeeuws Vlaanderen en geplaatst wordt in Zeeuws Vlaanderen:

  • kan gebruik maken van hierboven genoemde Zeelandregeling indien hij aan de voorwaarden voldoet.
  • kan, indien de plaatsen nog niet vergeven zijn, in aanmerking komen voor een bruto toeslag op het salaris van € 1000,- per maand op fulltime basis.
  • kan het gehele praktische deel van de opleiding in Zeeuws Vlaanderen volgen.
  • kan een uitgestelde toeslag krijgen: de eerste twee opleidingsjaren in Zeeuws Vlaanderen zonder woonachtig te zijn in Zeeuws Vlaanderen, betekent de garantie van een derdejaars opleidingsplek in Zeeuws Vlaanderen.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen om te begeleiden in het zoeken naar woonruimte en naar geschikt werk voor de partner.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen voor een werkgarantie voor minstens één jaar na het voltooien van de opleiding.

Vanaf 01-09-2016 geldt: Een aios die verhuist naar Zeeuws-Vlaanderen en met ingang van de start van het praktische deel van de opleiding ingeschreven is in de registers van de Burgerlijke Stand van een gemeente in Zeeuws-Vlaanderen:

  • kan het gehele praktische deel van de opleiding in Zeeuws Vlaanderen volgen.
  • kan, indien de plaatsen nog niet vergeven zijn, in aanmerking komen voor een bruto toeslag op het salaris van € 750,- per maand op fulltime basis. Deze toeslag vervalt als het praktische deel van de opleiding niet meer in Zeeuws-Vlaanderen wordt gevolgd en/of de aios niet meer woonachtig is in Zeeuws-Vlaanderen.
  • kan voor de verhuiskostenvergoeding van de SBOH in aanmerking komen indien aan de voorwaarden is voldaan.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen om te begeleiden in het zoeken naar woonruimte en naar geschikt werk voor de partner.
  • kan gebruik maken van het aanbod van de huisartsopleiders in Zeeuws Vlaanderen voor een werkgarantie voor minstens één jaar na het voltooien van de opleiding.

De regeling is in samenspraak met de SBOH en de opleiders aldaar ingesteld om aios te stimuleren zich hier te vestigen in verband met de opvolgingsproblematiek van Zeeuws Vlaanderen.

Beide regelingen zijn globaal beschreven en dient in overleg tussen aios en opleider uitgevoerd te worden. Wanneer dit overleg niet leidt tot tevredenheid worden de groepsdocenten geraadpleegd en zonodig het (plaatsvervangend)hoofd.

Frits Bareman en Herman Bueving
december 2014, bijgesteld in mei 2016

[05 16]

Zwangerschap



Inleiding

Bij zwangerschap tijdens de huisartsopleiding zal de opleiding van de betreffende aios worden onderbroken, aangepast en verlengd. Dit betekent individuele aanpassingen van het curriculum van de aios. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat wij van de aios verwachten en wat de gevolgen zijn voor de opleiding. Aan het einde van dit hoofdstuk is er een link naar de (wettelijke) regelgeving over dit onderwerp.
In hoofdlijnen komen de veranderingen neer op:

  • een nieuwe opleidingspraktijk en opleider;
  • een nieuwe groep
  • aanpassingen van het IOS



Melding zwangerschap en bevallingsdatum

Melden aan wie hoe en wanneer

  1. De aios meldt haar zwangerschap mondeling aan de (stage)opleider en de planner van de huisartsopleiding.
  2. Het aanvraagformulier voor zwangerschapsverlof levert de aios in bij de afdeling personeelszaken van de SBOH. Daarbij vermeldt de aios de vermoedelijke bevallingsdatum.
  3. De aios meldt de uiteindelijke bevallingsdatum aan de SBOH, afdeling personeelszaken.



Zwangerschap en de opleiding

Het vervolg van de bovenstaande melding

  1. De planner stelt, na overleg met de aios, een aangepast programma op. Dit wordt voorgelegd aan de aios, de docenten en de jaarcoördinator(en). Ook legt hij de gegevens vast in het persoonsdossier van de aios én in het automatiseringssysteem van de opleiding (HAGSYS). De aios ontvangt een kopie.
  2. De SBOH geeft de door de bedrijfsvereniging vastgestelde datum einde zwangerschapsverlof door aan het instituut, waarna eventueel een tweede aanpassing van het programma volgt.


De gevolgen voor het eerste studiejaar

  1. De aios die terugkomt na een zwangerschap, wordt aan een nieuwe opleider gekoppeld die een praktijk heeft op redelijke reisafstand. Met de inzet van een nieuwe opleider benutten we onze opleiderscapaciteit maximaal.
  2. Wanneer er aanpassingen nodig zijn in diensten, dient de aios dit met de opleider te regelen. De aios bekijkt met de docent en de opleider of zij wel aan het vereiste aantal diensten komt. Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar). Eventueel volgt overleg met de aioscoördinator.
  3. Omdat aanpassing van het curriculum in het eerste studiejaar ook consequenties heeft voor de start en planning van het tweede en derde studiejaar, overlegt de planner met de jaarcoördinatoren hierover.


De gevolgen voor het tweede studiejaar

  1. De planner legt het aangepaste curriculum voor aan de jaarcoördinator.
  2. De jaarcoördinator of de planner regelt de gewijzigde afspraken met de betreffende stageopleiders. De stageplek is op redelijke reisafstand.
  3. De planner overlegt met de coördinator van het derde studiejaar over eventuele verschuiving van de start van het derde jaar ofwel inhalen van gemiste tweedejaarsperiode aan het eind van het derde jaar (het heeft overigens de voorkeur de opleiding af te sluiten met een huisartsstage).


De gevolgen voor het derde studiejaar

  1. De aios die terugkomt na een zwangerschap, wordt aan een nieuwe opleider gekoppeld. Daardoor benutten we onze opleiderscapaciteit maximaal. De praktijk is op redelijke reisafstand.
  2. Wanneer er aanpassingen nodig zijn in diensten, dient de aios dit met de opleider te regelen. De aios bekijkt met de docent en de opleider of zij wel aan het vereiste aantal diensten komt. Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar). Eventueel volgt overleg met de aioscoördinator.


De gevolgen voor deelname aan de groepen

Doordat de aios na een onderbreking van 16 weken uit fase loopt met de andere aios van de groep, wisselt de aios na het zwangerschapsverlof bijna altijd van groep.

  1. De planner houdt rekening met de volgende zaken bij het komen tot een voorstel voor indeling in een groep
    • de groepsgrootte en de opleidingsfase
    • het inhalen van langlopend onderwijs zoals supervisie of intervisie
    • het inhalen van cursorisch onderwijs
    • de indeling van de opleider in een workshopgroep
    • welke tweedejaarsstage nog moet worden gedaan
    • deelname aan toetsen
  2. De planner overlegt met de oorspronkelijke en nieuwe docenten en met de jaarcoördinatoren en doet een indelingsvoorstel aan de aios.
  3. De oorspronkelijke docenten dragen de aios over aan de nieuwe docenten. De aios maakt een afspraak voor kennismaking.
  4. Bij eventuele verschillen van mening wordt het voorstel aan de jaarcoördinator voorgelegd. Deze neemt, na zich terdege te hebben geïnformeerd, een besluit.



Regelgeving over werk en zwangerschap
Alle regelgeving over werk en zwangerschap (verlof, arbeidsverbod, arbeidstijden, diensten, borstvoeding, etc) vind je op de site van de Rijksoverheid.

  1. In de periode van 28 dagen voor de verwachte bevalling tot 42 dagen na de bevalling geldt een arbeidsverbod. De aios mag in deze periode geen werkzaamheden verrichten in het kader van de huisartsopleiding en ook niet deelnemen aan het terugkomdagonderwijs;
  2. Buiten deze periode kan een zwangere aios deelnemen aan dagdiensten tijdens het weekend. Vanaf de derde maand van de zwangerschap tot zes maanden na de bevallingsdatum is een aios niet verplicht om nachtdiensten te doen of overwerk te verrichten (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap). Als een aios gebruik wil maken van haar recht om in deze periode ook geen avonddienst te doen, moet zij dit aan de opleider verzoeken (klachtengerelateerd). Door zwangerschap gemiste diensten moeten vóór of na het zwangerschapsverlof gecompenseerd (=uitgevoerd) worden (soms door verlenging van het opleidingsjaar).
  3. In overleg kunnen extra pauzes worden ingelast van maximaal 1/8 deel van de dagelijkse werktijd;
  4. Het is mogelijk om het bevallingsverlof in deeltijd op te nemen. Het laatste deel van het bevallingsverlof wordt dan gespreid over maximaal 30 weken. (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap).
  5. Als het kind na de geboorte in het ziekenhuis wordt opgenomen, dan kan de aios in aanmerking komen voor een langer bevallingsverlof. (zie SBOH-website hoofdstuk zwangerschap).
  6. Conform de CAO kan de aios na de geboorte van haar kind gedurende een periode van negen maanden in werktijd borstvoeding geven of kolven. De aios mag hiervoor maximaal een kwart van de werktijd gebruiken. Indien er gebruik gemaakt wordt van dit recht, kan dit gevolgen hebben voor de duur van de opleidingsperiode. Dit wordt per situatie, in overleg met de opleider en het opleidingsinstituut bekeken. Uitgangspunt hierbij is dat het aantal uren per week dat binnen werktijd aan borstvoeding besteed wordt én waarin geen sprake is van effectieve opleidingstijd voor betreffende periode in mindering wordt gebracht op het aantal aanstellingsuren.
  7. Bij de personeelsinformatie over zwangerschap geeft de SBOH ook aan hoe zij zwangere medewerkers zoveel mogelijk beschermt tegen mogelijke risico’s op de werkvloer die van invloed kunnen zijn op de zwangerschap en de gezondheid van het (ongeboren) kind. Zo raadt de SBOH het doen van nachtdiensten tijdens de zwangerschap ten zeerste af.



Ouderschapsverlof
De aios kan na overleg met het instituut en de opleider fulltime of parttime ouderschapsverlof aanvragen. Dit dient minimaal twee maanden van tevoren bij de SBOH te worden aangevraagd. Fulltime ouderschapsverlof houdt in dat de aios gedurende maximaal 26 weken niet werkt. Wij zullen per aios, afhankelijk van haar wensen en onze (onderwijskundige en logistieke) mogelijkheden afspraken maken over de duur van het ouderschapsverlof en een geschikt moment voor hervatting van de opleiding. De aios krijgt tijdens het fulltime ouderschapsverlof geen salaris. Zie De personeelsinformatie van de SBOH.
NB Ouderschapsverlof dat niet aansluit op het zwangerschapsverlof kan alleen in overleg met de jaarcoördinator worden opgenomen!


Kolven
De afdeling Huisartsgeneeskunde beschikt over een kolfruimte op de 19e verdieping van het NA-gebouw: ruimte NA 1905ka.


Bijlagen

1) PICO = Patient Intervention Comparison Outcome
handboek/oude_regelgeving/het_gehele_oude_handboek_huisartsopleiding.txt · Laatst gewijzigd: 2016/08/19 15:03 door 119675